4.317
62

Bestuurscommissielid Amsterdam

Münire Manisa is voor de PvdA politiek actief in Amsterdam Nieuw-West en één van de initiatiefnemers van Turks-Nederlands Tegengeluid, een beweging die is ontstaan als reactie op de peiling van Motivaction waaruit zou blijken dat 89% van Turks Nederlandse jongeren sympathiseren met IS. Daarnaast is zij eigenaar van een juridisch advies- en incassobureau in Amsterdam en schrijft ze zo nu en dan voor sonhaber.nl, de grootste nieuwssite onder Turkse Nederlanders.

Radicalisering, wie lijden er nu echt onder?

Vanuit zelfbescherming gooien we met harde woorden naar elkaar om onze angsten te verbergen onder een stoere houding, niet beseffend dat we onschuldige mensen kwetsen en bang maken

Zo een tien jaar geleden was radicalisering een ver van mijn bed show. Tegenwoordig is het niet weg te denken uit mijn dagelijkse routine. Er gaat geen dag voorbij dat ik het er niet over heb. In november 2014 is er een rapport verschenen waaruit zou blijken dat 89 procent van de Turks-Nederlandse jongeren sympathiseert met IS. “Onzin!”, was mijn eerste reactie. Ik was niet de enige die het beeld niet herkende; samen met andere initiatiefnemers zijn wij de beweging Turks-Nederlands Tegengeluid gestart en zijn wij een online petitie begonnen. Binnen een dag werd deze ondertekend door meer dan 2400 personen. Dat resulteerde in een gesprek met minister Asscher en sindsdien voeren wij structureel gesprekken met zowel het ministerie als politieke partijen in de Tweede Kamer en de Turks Nederlandse jongeren zelf om aandacht voor onze zaak te krijgen en het beleid te beïnvloeden.

Om die gesprekken te kunnen voeren is het belangrijk dat wij ook snappen wat er nu echt aan de hand is. Daarom gaan wij vaak naar bijeenkomsten en voeren wij gesprekken met mensen om signalen op te halen. Onlangs mocht ik met Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch mee naar een bijeenkomst over radicalisering in Maastricht. Een geweldige kans die je niet zomaar voorbij laat schieten! Bij aankomst troffen wij ongeveer zestig personen aan die, elk op hun eigen manier, in aanraking zijn gekomen met radicalisering en discriminatie. Het gezelschap was erg divers waardoor je het probleem ook vanuit verschillende invalshoeken kon benaderen. Ondanks alle verschillen bracht één gemeenschappelijk doel deze mensen bijeen; praten met elkaar en nadenken over oplossingen om radicalisering tegen te gaan.

Bespuugd
“Ik vind het vreselijk om gediscrimineerd te worden vanwege mijn hoofddoek. Vanwege de radicalisering en de beeldvorming, worden alle moslima’s nu aangesproken en beledigd vanwege hun hoofddoek. Wij worden afgerekend op andermans daden. Ik liep onlangs over straat en werd plotseling bespuugd door een jongeman. Geschokt dat ik was, liep ik snel door. Je kan niets doen op dat moment. Ik was alleen, hij was met vrienden.” Vertelt een Nederlandse vrouw van Marokkaanse afkomst. Het zit haar hoog, dat zie je meteen. Maar ze is ook gemotiveerd om problemen op te lossen. Strijdbaar zou je zelfs bijna stellen, al kan dit woord in deze context wel in het verkeerde keelgat schieten. Ondanks tegenslagen zit ze hier om mee te denken over oplossingen.

Een andere Nederlandse vrouw die actief is in de politiek vertelt over haar eigen ervaringen. Ze vertelt dat ze voor niemand bang is, maar tegenwoordig wel voorzichtig. “Ik kreeg onlangs allerlei vriendschapsverzoeken via Facebook. Er zaten Arabische namen tussen die geschreven waren in Arabische letters. Ik ken die mensen niet en heb daarom de verzoeken niet geaccepteerd. Maar ik had dezelfde dag een nachtmerrie. Onbewust ben je er dan mee bezig.”

New born moslims
Mogelijke oorzaken van de toenemende radicalisering zijn voor een deel misschien aanhoudende discriminatie en onvoldoende werkgelegenheid. Jongeren met ouders of grootouders uit een ander land, ondervinden veel problemen bij het vinden van een baan. Dat zorgt voor frustratie en ongenoegen. Als je daarbij optelt dat de meeste geradicaliseerde jongeren ‘new born’ moslims zijn, heb je ingrediënten voor een cocktail radicalisering. Het blijft ernstig.

“De Ku Klux Klan is ook een radicale terreurgroep, maar Christenen worden er niet op aangesproken. Waarom spreken wij moslims aan op IS?” Zegt een Nederlandse man. “Wij hadden het ook niet makkelijk hoor, als Molukkers in Nederland, maar het gaat inmiddels beter.” Zegt iemand anders. Afsluitend wordt aan de aanwezige vrouwen gevraagd om de volgende keer hun partners mee te nemen. “Vijftien jaar geleden vroegen wij mannen om hun vrouwen mee te nemen, het is nu precies omgekeerd.” Merkt Marcouch scherp op.

Angst
Tijden veranderen en daarmee ook de problemen die wij delen. Vanuit Maastricht alleen al zijn zes jihadisten uitgereisd naar Syrië. Het zijn beslissingen van individuën om deel te nemen aan de gewapende strijd en terreur te zaaien. De werkelijkheid is echter dat alle moslims er op worden aangesproken en ter verantwoording worden geroepen. Anderzijds is de angst onder niet-moslims ook aan het groeien. Wat als je moslimbuurjongen, die je overigens alleen ziet en nooit spreekt, ook een aanslag aan het voorbereiden is? Het maakt dat we bang worden voor elkaar en uit elkaar groeien. Het lijkt makkelijker om elkaar te vermijden. Vanuit zelfbescherming gooien we met harde woorden naar elkaar om onze angsten te verbergen onder een stoere houding, niet beseffend dat we onschuldige mensen kwetsen en bang maken.

De oplossing? Het probleem is te groot voor één dekkende oplossing. Het begint echter wel bij je buurman, je collega, je advocaat, je huisarts, je docent, jijzelf. Onbekend maakt onbemind. Leer elkaar kennen, kom voor elkaar op. Spreek uit dat je tegen discriminatie bent. Praat met elkaar in plaats van over elkaar. Je zal merken dat de angsten in essentie gelijk zijn aan elkaar, maar dat eenieder er een andere invulling aan geeft. En wie er nu het meest lijdt onder radicalisering? Dat zijn wij als gehele samenleving, ook moslims, zolang we elkaar blijven vermijden.

Geef een reactie

Laatste reacties (62)