282
13

Lobbyist en Politiek Filosoof

Robbert Baruch is Manager Public Affairs bij Buma/Stemra. Hij is op 12 oktober 1967 in Amsterdam geboren. Hij studeerde Politicologie (Politieke Filosofie) en Bestuurskunde in Leiden en Theologie in Amsterdam en Jeruzalem. Zijn studie politicologie rondde hij af met een scriptie over Vondel's Palamedes en de 17e-eeuwse Nederlandse politieke filosofie. Na zijn studie werkte hij achtereenvolgens als communicatiestrateeg bij een internationaal reclamebureau, communicatiemanager bij de ING Groep, bestuursadviseur, wethouder van de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord en lobbyist voor het Verbond van Verzekeraars in Den Haag.

Ramp en communicatie

Er is reden om aan te nemen dat de kennis bij de inwoners van risicogebieden niet op orde is

Dat de brand bij de Moerdijk een ramp was, is in ieder geval in één opzicht waar: een communicatieramp voor de overheid. De relevante internetsite was niet bereikbaar en informatie werd niet, onvolledig of te laat gedeeld met betrokkenen.

Communicatie bij rampen is dus, zoals dat heet, “best wel een dingetje”. Als Statenlid heb ik me er in 2004 al over verbaasd dat één en ander zo slecht geregeld was. Ik heb er toen vragen over gesteld, die keurig beantwoord werden, maar waarbij ik erachter kwam is dat de gemeentelijke rampenplannen niet inhoudelijk getoetst worden, maar er alleen wordt gekeken naar of alle onderdelen er in staan. En als je dan in een gemeente woont waar toevallig weinig capaciteit of interesse is, heb je “best wel een probleempje”.

Communicatie bij rampen is essentieel. Na de overheidscmpagnes van het vorige decennium wisten veel mensen “wat je te doen staat als de sirene gaat”. Namelijk: ga naar binnen, sluit ramen en deuren en stem af op je lokale radio. Maar in de praktijk (namelijk het VOPAK-incident in 2003) bleek dat buschauffeurs eerst hun passagiers op straat zetten, naar de remise reden en naar huis gingen, dat moeders eerst hun kinderen gingen ophalen, en dat veel mensen eerst even gingen kijken wat er aan de hand was. Winkeliers zetten hun klanten op straat, gingen naar huis, en sloten dan pas hun ramen en deuren en stemden af op de lokale radio. Terwijl er in het geval van de VOPAK-ramp er sowieso een half uur te laat op het knopje van de sirene was gedrukt. Je moet er niet aan denken wat er had kunnen gebeuren.

Kortom: bij een échte ramp is het zaak dat mensen snel herinnerd worden aan het feit dat ze snél naar binnen moeten. Maar dan? Het kan zomaar gebeuren dat de electriciteit het niet doet. Of dat je geen PC bij de hand hebt. Of dat de site het niet doet en je naar de radio wil luisteren. In sommige plekken in Zuid-Holland had je dan een probleem, en ik weet niet of het opgelost is. In 2005 bleek namelijk dat na de herverdeling van frequenties in grote delen van Zuid-Holland de rampenzender helemaal niet bereikbaar is. Hier heb ik toen vragen over gesteld, en aanvullende vragen. Tot mijn verbijstering bleek dat het standpunt van de toenmalige Minister van Economische Zaken was dat mensen dan maar betere radio´s moesten kopen. Ik verzin dit niet: het letterlijke  citaat is:  “Het probleem ligt volgens het ministerie bij de kwaliteit van de ontvangstapparatuur, de ontvangers (de luisteraars!) moeten maar betere radio’s kopen”. Bizar natuurlijk, en er zijn dan ook terecht zelfs kamervragen over gesteld.

Er is reden om aan te nemen dat de kennis bij de inwoners van risicogebieden niet op orde is, dat de plannen voor risicocommunicatie niet kloppen of slecht uitgevoerd worden, dat communicatie tijdens een ramp niet mogelijk is, en dat delen van Nederland rampenzenders slecht of niet kunnen ontvangen. Je moet er niet aan denken wat dat voor gevolgen kan hebben. Risicocommunicatie verdient dus veel extra aandacht.

Dit artikel is overgenomen van het weblog Baruch Blogt

Geef een reactie

Laatste reacties (13)