862
18

Hoogleraar humanitaire hulp

Thea Hilhorst is hoogleraar humanitaire hulp en wederopbouw van het International Institute of Social Studies (ISS) van de Erasmus Universiteit. Haar onderzoeksprogramma speelt zich af in fragiele staten, conflictgebieden en in landen getroffen door natuurrampen, waaronder Angola, Congo, Mozambique, Ethiopië en Afghanistan. www.disasterstudies.wur.nl

Rampeninflatie

De vergelijking van Pakistan met de tsunami is schrijnend – bijna een belediging voor de nabestaanden van die enorme ramp.

“De Pakistaanse overstroming is erger dan de tsunami uit 2004, de aardbeving in Pakistan en de aardbeving in Haiti”, zei Maurizio Giuliano op 9 augustus. Hij is een vertegenwoordiger van de Verenigde Naties in Pakistan. Ik dacht toen dat het om een emotionele reactie ging van iemand in het land, maar inmiddels blijkt dat ook het hoofkwartier van OCHA (de humanitaire afdeling van de VN) in New York onderschrijft dat de huidige ramp erger is dan de tsunami.

Rampen worden meestal vergeleken op basis van het dodental. Dat was bij de tsunami 225.000. In Pakistan wordt nu gesproken over 2.000. Minder dan één procent. Maar, zegt OCHA, het aantal getroffenen is wel veel groter: naar schatting 20 miljoen. 
Dit gaat mank op een aantal punten. Op de eerste plaats is de omvang van de schade nog niet in te schatten tot het water zich terugtrekt. De eerste schattingen zijn simpelweg gebaseerd op het totaal aantal inwoners van een gebied. Op de tweede plaats is het aantal getroffenen bij overstromingen een heel brede categorie. Het gaat daarbij om de zwaar getroffenen –mensen die zijn verdronken of hun huis hebben verloren – tot mensen van wie een landbouwveld tijdelijk niet te bereiken is of die een paar centimeter water in huis hebben. De meeste landschappen hebben veel meer reliëf dan Nederland en huizen die wat hoger op een helling staan zijn waarschijnlijk niet eens beschadigd.
De vergelijking met de tsunami is schrijnend – bijna een belediging voor de nabestaanden van die enorme ramp – en nodigt uit tot valse beeldvorming. Bij de aardbeving in Haiti werd ook gezegd dat het erger was dan de tsunami. De regering van Haiti heeft snel het dodencijfer opgeschroefd tot boven de 225.000. Onderzoek van Hans Jaap Melissen heeft uitgewezen dat het werkelijke aantal doden veel minder is. Deze journalist van de Wereldomroep heeft alle begraafplaatsen en lijkenhuizen in het rampgebied bezocht en schat in dat het om minder dan 100.000 doden gaat. In Haiti geven hulpverleners in informele gesprekken aan dat het inderdaad veel minder dan 225.000 mensen betreft, maar dat men formeel de cijfers van de overheid moet volgen. 
De vergelijking met de tsunami heeft veel aandacht en geld voor Haiti opgeleverd. In Pakistan zien we dat het effect veel minder is. Nog maar de helft van de eerste noodhulpbehoefte is internationaal toegezegd. Er is dus blijkbaar een sterke rampeninflatie. De Verenigde Naties werken daaraan mee door dit soort ongelukkige vergelijkingen te presenteren. De tsunami wordt hiermee een soort ondergrens van zware rampen. Impliciet krijgen we de boodschap mee dat als het minder is dan de tsunami van 2004 we niets hoeven te geven aan giro 555.
Het is goed dat giro 555 voor Pakistan geopend is. Er is een verschrikkelijke ramp gaande. Er zijn een paar duizend mensen dood, er staat een gebied ter grootte van Engeland onder water en er zijn misschien wel 2 miljoen mensen dakloos. Spreken deze cijfers niet voor zich? 

Geef een reactie

Laatste reacties (18)