703
47

Historicus

Frank Menzel (Rotterdam, 1983) studeerde Maatschappijgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit. Hij heeft belangstelling voor internationale en nationale politiek. Op dit moment werkt hij aan een studie over de PSP, een van de voorlopers van GroenLinks. Dit boek zal in 2014 verschijnen.

Reaal wordt van ons allemaal!

Overheid moet nationalisatie aangrijpen om SNS bank te democratiseren volgens coöperatieve beginselen

Sinds 1 februari zijn wij, als belastingbetalers van Nederland, een bank rijker. Noodgedwongen, omdat anders het spaargeld van anderhalf miljoen Nederlanders in gevaar zou komen. De overheid had geen andere keus, zo legde minister Dijsselbloem zondag in het programma Buitenhof uit. Opties waarbij private partijen de bank-verzekeraar te hulp schoten, bleken niet haalbaar te zijn.

Achteraf bleek het drama van SNS te wijten aan het onverantwoordelijke gedrag van een kleine groep bestuurders met kortetermijnvisie. De beursgang van 2006 leverde 1,3 miljard euro op. Het geld brandde de SNS- bestuurders in de zakken. Er moest geïnvesteerd worden. Een koortsachtige acquisitiegolf volgde, inclusief de vastgoedportfolio van Bouwfonds Property Finance.  Een investering die toen al als riskant gold en die in het licht van de kennis van nu als totaal onverantwoordelijk moet worden beoordeeld.

Een miljard op zak hebben is duidelijk geen garantie voor een goed vermogensbeheer. Dat is ook niet verwonderlijk: andermans geld geef je makkelijker uit dan dat van jezelf. Zeker als je bij een zogenaamde systeembank werkt – ‘de grote vier’ (ABN AMRO, ING, Rabobank en SNS Reaal) weten dat zij niet kunnen vallen, omdat ze toch wel gered zullen worden door de overheid. Het verdampen van het spaargeld van miljoenen mensen zou immers een dusdanig grote maatschappelijke ontwrichting betekenen, dat de overheid niets anders kan dan voor deze banken garant te staan. Zo wordt het geld van twee groepen mensen door de bankiers makkelijk uitgegeven: eerst het geld van de aandeelhouders, en als dit mislukt is wordt de bank gered met het geld van de belastingbetalers. De bankier komt uiteindelijk overal mee weg: het is immers niet zíjn geld waarmee de bank gered moet worden.

Democratische bank
Nu de overheid de SNS bank heeft genationaliseerd kan zij een voorbeeld stellen. De overheid moet de genationaliseerde banken, zoals de SNS en ABN-AMRO, democratiseren om excessen op de financiële markt in Nederland te voorkomen. Hierdoor zullen de banken een betere concurrentiepositie innemen en verantwoordelijker met het geld omgaan.

Het democratiseren houdt in dat de bank zelf op coöperatieve leest zal worden geschoeid. Hierbij is het essentieel dat iedere medewerker – van callcenter-agent tot bestuurder – een aandeel heeft in het bedrijf. Iedere werknemer investeert zo een  bedrag in het bedrijf en heeft een gelijkwaardige stem bij de belangrijke beslissingen voor de bedrijfsvoering. Op deze manier zullen banken verantwoordelijker met geld omgaan – het is immers hun eigen geld waarmee wordt geïnvesteerd. Een mooi neveneffect is dat de werknemer op deze manier meer betrokken raakt bij de besluitvoering op hoog niveau, en zich op die manier niet vervreemd voelt van de bedrijfstop.

Utopisch
Dergelijke voorstellen kunnen door cynici worden afgedaan als idealistisch, misschien zelfs utopisch. Coöperatief ondernemen is echter verre van utopisch. Verschillende bedrijven in Nederland en daarbuiten zijn op deze manier georganiseerd en zijn in staat gebleken ook op de langere termijn effectief te zijn en winst te kunnen maken. Wij beperken ons hier tot twee voorbeelden.

Ingenieur Henk van Steenis richtte in 1948 het Coöperatief Ingenieursbureau Van Steenis op. Dit bedrijf had niet als primaire doel om winst te maken, maar was gebaseerd op medezeggenschap en gelijke participatie van haar medewerkers in de onderneming. 

De medewerkers moesten zich verplicht inkopen in het bedrijf en kozen uit hun midden het bestuur door middel van een jaarlijkse algemene vergadering. 

De winst – het overschot zoals Van Steenis dit liever noemde – werd verdeeld tussen werknemers, opdrachtgevers  en het zogenoemde ‘loonstabilisatiefonds’. Uit dit laatste fonds konden de lonen betaald worden in mindere tijden. De verdeling hierbij was 20 procent voor de werknemers, 20 procent voor de opdrachtgevers en 60 procent voor het loonstabilisatiefonds. 

Van Steenis’ manier van bedrijfsvoering bleek te werken. In 1964 had zijn bedrijf 90 medewerkers en een omzet van 1,3 miljoen gulden. Daarnaast was Van Steenis de initiatiefnemer van de Associatie van Bedrijven op Coöperatieve Grondslag (ABC). Deze vereniging ging later op in de vereniging Solidair. Van Steenis was een ideologisch gedreven persoon. Als christen-pacifist was hij een van de oprichters van de Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP), één van de voorlopers van GroenLinks.

Baskenland
Het VPRO-programma Tegenlicht toont in haar uitzending Het Wonder van Baskenland een ander voorbeeld uit de praktijk. In Mondragón, een regio in Spaans Baskenland, is het coöperatieve systeem de norm voor bedrijven en organisaties. Van de universiteit tot de supermarkt en van de elektronicafabriek tot de bank: de meer dan 120 coöperaties in Mondragón zijn letterlijk van alle markten thuis.  

Net als bij Van Steenis gelden in Mondragón de principes van medezeggenschap en financiële participatie: ook hier moeten medewerkers zich inkopen. 

De coöperaties helpen elkaar onderling. Als het met een coöperatie slechter gaat, kijken de andere coöperaties naar mogelijkheden om het personeel een vervangende positie te geven. En doordat de jongeren van Mondragón opgroeien met het coöperatiesysteem, levert de lokale universiteit regelmatig nieuw leidinggevend, innovatief en technisch talent af. 

In de aflevering Het Wonder van Baskenland kwam een medewerker van de Caja Laboral, de coöperatieve bank van Mondragón, aan het woord. Volgens deze bankier is de bank is gezond en heeft ze de kredietcrisis zonder noemenswaardige problemen doorstaan. De bank gaat bij haar beleggingen voor veiligheid en rendabiliteit. Er wordt niet geïnvesteerd in schimmige Amerikaanse hypotheekconstructies.

Met een balans van 3,5 miljard euro, waarvan 16 procent in eigen handen is, kan gerust gesteld worden dat de tegoeden van de coöperaties en de spaargelden van hun werknemers in goede handen zijn. 

Bewustwording
De gedemocratiseerde coöperatie is kortom een organisatievorm die berust op medeverantwoordelijkheid en medezeggenschap. De werknemer investeert zijn eigen geld in het bedrijf en voelt zich hierdoor verantwoordelijk voor de gang van zaken. De bestuurder is een werknemer en zijn stem is evenveel waard als die van alle andere medewerkers. De bestuurder is zich hier bewust van en weet dat wat hij beslist, van invloed is op zijn eigen geld en dat van zijn collega’s. Deze bewustwording zorgt voor langetermijnvisie en voorzichtigheid en voorkomt roekeloos gedrag. Dat de gedemocratiseerde coöperatie geen utopie is, maar net zo goed een model kan zijn voor winstgevende bedrijfsvoering, hebben Van Steenis en Caja Laboral bewezen. 

De geschiedenis kent tientallen andere voorbeelden van gedemocratiseerde coöperaties. Het is niet ons doel deze hier uitputtend te behandelen, maar om te wijzen op deze organisatievorm die medeverantwoordelijkheid en betrokkenheid op lange termijn bij haar werknemers stimuleert. Waarden waar het bij SNS Reaal nogal eens aan ontbrak, maar die absoluut noodzakelijk zijn voor een instituut dat als beheerder van het geld van particulieren en bedrijven een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft.

De overheid dient de nationalisatie van SNS Reaal aan te grijpen om de bank te hervormen volgens het democratische coöperatieve model. Dan kunnen we werkelijk zeggen ‘Reaal wordt van ons allemaal!’

Meer lezen:

Website van Solidair, samenwerkingsverband van duurzame en solidaire bedrijven

Het Wonder van Baskenland, uitzending van Tegenlicht (integraal te bekijken)

Frank Menzel schreef dit artikel samen met Kirsten Menzel-Klei

Geef een reactie

Laatste reacties (47)