1.840
49

journalist

Na opleidingen in journalistiek en communicatie maakte Jeroen Mirck (1971) carrière in de vakbladjournalistiek. Bij Adformatie en Emerce specialiseerde hij zich in marketing en nieuwe media. Van 2009 tot 2010 stond hij als redacteur aan de wieg van Joop.nl. Momenteel is hij zelfstandig journalist en communicatie-adviseur, met een passie voor bloggen en social media. Hij deelt zijn kennis op het weblog JeroenMirck.nl. Namens D66 is hij raadslid in stadsdeel Amsterdam Nieuw-West.

Rechter vindt dat beledigende lijst moet kunnen

Een extreemrechtse site maakte een lijst van 'landverraders' en zette mij daartussen

Ruim een jaar geleden meldde ik dat ik op een dodenlijst sta. Deze lijst van ‘landverraders’, opgesteld door extreem-rechtse types, staat nog altijd online. Zelf heb ik er geen juridische actie op ondernomen omdat ik vreesde dat de rechter de bedreiging niet concreet genoeg zou vinden.

Toch vind ik het interessant dat een van de vele andere personen op de lijst wél zijn beklag heeft gedaan. Onlangs ontving ik van deze persoon (hij hoeft niet zo nodig in de publiciteit) de uitspraak van het gerechtshof in Den Haag. Zoals te verwachten wijst de rechter inderdaad de klacht af, maar laten we eens kijken naar zijn argumentatie om dat te doen. Is die legitiem?

Het klaagschrift, dat op 30 mei 2012 door het hof is ontvangen, richt zich tegen de beslissing van de Haagse hoofdofficier van justitie om de beheerder van de website waar de lijst is gepubliceerd en de opsteller van de lijst niet te vervolgen wegens ‘opzettelijke uitlokking van moord, smaad, laster en belediging’. Laten we dat even opsplitsen in twee hoofdklachten: de fysieke dreiging die uitgaat van deze lijst en het lasterlijke karakter ervan.

Over de fysieke dreiging zegt de klager dat de lijst moet worden gezien als een feitelijke oproep tot moord op ‘de landverraders’, “te meer gelet op de op de website gemaakte vergelijking tussen de immigrate/islamisering en de toenmalige Duitse bezetting”. De rechter gaat daar niet in mee en steunt de sepotbeslissing “aangezien het handelen van beklaagden niet valt te brengen onder de delictsomschrijving van de artikelen 46a, 47 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.”

Wat het lasterlijke karakter van de lijst betreft: de klager stelt in zijn aangifte dat hij is aangetast in zijn goede naam. Het zou smaad en laster zijn dat er over de namen op de lijst wordt beweerd dat ze niet loyaal zouden zijn aan Nederland, dat ze de islamisering van Nederland faciliteren en het land zelfs zouden willen uitleveren aan de islam. Wat deze belasteringen betreft krijgt de klagende partij evenmin gelijk van de Haagse rechter. “Volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad (moet het) gaan om een duidelijk te onderkennen concrete gedraging. Het hof is van oordeel dat hiervan (…) geen sprake is.”

Het aanduiden van de klager als ‘potentiële landverrader’ kan volgens de advocaat-generaal niet als een belediging worden aangemerkt omdat het “gezien de context (valt) binnen de marges van vrijheid van meningsuiting.” Interessant is dat het gerechtshof zich hier niet helemaal in kan vinden:

Hoewel het hof zich niet zonder meer met dit standpunt kan verenigen en de uitlatingen op de website naar het oordeel van het hof wel als beledigend zouden kunnen worden aangemerkt, acht het hof een vervolging van beklaagden, gelet op de uitzonderingsbepaling in artikel 266, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht en de ruime uitleg die in de jurisprudentie van de Europese rechtspraak over de vrijheid van meningsuiting wordt gegeven aan de term ‘openbare belangen’ niet aangewezen.

Kortom: de rechter vindt de lijst van landverraders in principe best wel beledigend, maar wil liever niet zijn vingers branden aan de enorme berg aan multi-interpretabele jurisprudentie. Als extra argument voor de afwijzing van de klacht wordt bovendien een regelrechte drogreden opgevoerd: “Het hof heeft hierbij mede in aanmerking genomen dat de identiteit van beklaagden niet bekend is geworden, waardoor nog de nodige opsporingscapaciteit zou moeten worden ingezet terwijl de uitkomst van een strafrechtelijke procedure onzeker is.”

Tot zo ver het laatste nieuws over de extreem-rechtse dodenlijst. Natuurlijk is vrijheid van meningsuiting een groot goed, maar ik vind het kwalijk dat extremistische sympathisanten op basis daarvan steun krijgen van de rechterlijke macht om door te gaan met het belasteren van onschuldige burgers.

Eerder schreef Jeroen over dit onderwerp: Ik sta op een dodenlijst

Volg Jeroen ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (49)