1.545
30

docent Fontys Hogeschool

Piet Kaashoek (1954) studeerde Algemene Taalwetenschap en filosofie aan Universiteit van Amsterdam. Promoveert op een VU-proefschrift (Van witte illegaal naar moslimterrorist) over beeldvorming in media en stereotypering in taal Werkt als docent taalbeheersing / taalkunde aan Fontys Hogeschool Journalistiek (Tilburg).

Rechts is ook in de media aan de macht

Kwam bij Fortuyn in 2002 de kogel van links, nu komt echt alle onheil van links.

Na jarenlang te zijn genegeerd of verdwenen duiken de begrippen links en rechts weer op in de media. In een jaar tijd is het aantal artikelen in kranten over links en rechts in de politiek met meer dan vijftig procent gestegen. Maar worden links en rechts verschillend beoordeeld? En zo ja, wie dan positief of negatief?

Studie naar sentiment in de media gebeurt in het kader van verkiezingsonderzoek. In verkiezingscampagnes is het belangrijk te weten wat kiezers van thema’s vinden en of zij zich erdoor laten leiden om op een partij te stemmen. Bij linkse thema’s gaat het veelal om migratie, milieu, sociale voorzieningen, onderwijs en ontwikkelingshulp. Rechtse onderwerpen zijn (niet-Westerse) migranten, anti-islam, anti-Europa, verkeer (meer asfalt), veiligheid en belangen (meer vliegverkeer naar en van Schiphol of Eindhoven). 

Journalisten en politici gebruiken taal om hun boodschap over te brengen. Om extra aandacht voor linkse of rechtse onderwerpen te krijgen, bedienen ze zich van aandachttrekkende technieken. Een van de bekendste stijlmiddelen is de prolepsis of vooropplaatsing van informatie. Het is een bewust, sturend mechanisme in taal die journalisten inzetten om ‘hun werkelijkheid’ met nadruk voor het voetlicht te krijgen. Het gaat in het bijzonder om vooropplaatsing van de grammaticale, niet-onderwerpsvormen.  Met een voorbeeld: Van Wilders (= van hem) horen we niets tijdens de zitting. Bij hardop lezen krijgt Wilders tevens hoofdaccent.

Sinds de publicaties van de Glasgow Media Group met titels als Bad News en Really Bad News (1976, 1982)  is bekend dat journalisten vooral op zoek zijn naar negatief nieuws. Liever….  ‘de fles is half leeg,  dan half vol’. Media berichten over de linkse hakkelaar Cohen, een onhandige kluns, die alternatief oogt, veranderingsgezind is… een echte loser kortom. Daartegenover de rechtse doeners Rutte of Verhagen, handige en succesvolle ritselaars die voor orde en netheid zijn, kortweg echte winnaars.

Mediasentiment

Om aan de weet te komen wat het sentiment op de media-agenda is ten aanzien van linkse en rechts onderwerpen is gebruikgemaakt van de inhoudsanalyse. Aan de hand van mediateksten uit de verkiezingsmaand november 2006 en spiegelbeeldig van de maand juni 2010 is de sentimentscore van links en rechts over elkaars onderwerp bepaald.

In Tabel 1.1. is op basis van 669 krantenteksten het sentiment berekend van linkse politici die linkse issues evalueren en van linkse politici die rechtse issues waarderen en andersom.

Opvallend is dat het negatieve sentiment vooral van links komt. Links over rechtse onderwerpen scoort -0,38. De rechtse collega’s oordelen over (bepaalde) linkse onderwerpen opvallend positief (sociale voorzieningen met name de AOW-leeftijd op 65 jaar; geen tweede missie naar Afghanistan). Er is een toename zichtbaar van “rechtse”  waardering voor linkse issues sinds 2006 (+0,65) naar +1 in 2010. Rechts oordeelt opvallend positief over van links gekaapte onderwerpen en ideeën.

Voorop =  extra-aandacht

Stereotypering, een stijlvorm van aandacht vestigen op een woord, begrip of beeld, komt voor in mediateksten door een zinsdeel bewust voorop te plaatsen. In klassieke teksten leidt dat soms tot hilarische voorbeelden, waarin bovendien de informatievolgorde in het geding is:  Laten we sterven en ons in de strijd begeven (Vergilius). De logica protesteert hier. Met voorbeelden uit geselecteerde mediateksten uit de onderzochte periodes:

(1) Een linkse hobby! Dan heb je het dus wel over gezelschappen en orkesten die over de hele wereld bekend zijn. (Wilders, 27/10/010)

(2) ‘Met symboolpolitiek kun je nog steeds veel leed en onrust veroorzaken.’ (Pechtold, 22/05/010).

Hebben journalisten in bepaalde periodes op de media-agenda meer of minder van vooropplaatsing gebruikgemaakt?  Om deze vraag te kunnen beantwoorden,  zijn met behulp van een ontleedautomaat alle koppen en leads uit de gekozen kranten met de woorden links* en rechts*  in zinsdelen ontleed.    

In Tabel 1.2. is een overzicht te vinden waar in mediateksten het woord links* / rechts*  deel uitmaakt van kop en/of lead. Verder valt af te lezen welke aantallen per periode proleptisch, dus met extra-aandacht voorkomen en welke niet-proleptisch zijn geformuleerd. In het oog springt het feit dat in de aanloop naar Rutte-1 en naar Balkenende-IV, in de verkiezingsmaanden van 2006 en van 2010, de term links de meest vooropgeplaatste posities in koppen en leads inneemt.

Uit Tabel 1.2. komt naar voren dat de relatieve voorsprong van vooropplaatsing van links* in de campagnes van 2006 en van 2010 na enkele maanden formatie een uitdovend effect laat zien. Bij Rutte-1 (14 oktober – 14 november 2010)  kiezen journalisten vaker (15/33*100) voor vooropplaatsing met het begrip rechts*.  Vergeleken met één maand Balkenende-IV (1/33*100) een stijging van 42%. Het lijkt erop alsof ‘rechts’ er ook letterlijk de vingers bij aflikt en dat journalisten bij het aantreden van dit blauwgroene kabinet in hun woordkeuze het gelijk van de winnaars (uit)vergroten. 

Associaties

Woorden die in elkaars nabijheid staan, nemen eigenschappen en betekenissen van elkaar over. Wie het goede met het slechte associeert, ziet dat het goede minder goed wordt. Zo blijkt duidelijk dat de verbintenis in de media zomer 2010 van de Belgische kerkvorst Danneels met kinderverkrachter en -moordenaar Dutroux de prelaat niets goeds heeft gebracht. Zijn imago is blijvend beschadigd. Omgekeerd: aan misdadigers die vrijkomen na het uitzitten van hun straf,  blijven veelal smetjes kleven. Ook de taal stigmatiseert: Eens een dief, altijd een dief.

Onderzoek naar de effecten van woorden en concepten die in elkaars nabijheid staan, wordt framing genoemd. Entman & Rojecki (2000)  deden onderzoek naar mediabeïnvloeding en rassentegenstellingen in de VS. In The Black Image in the White Mind gingen ze na hoe het beeld van de zwarte Amerikaan in het hoofd van de blanke landgenoot komt. Het antwoord: door media als gevolg van framing. 

De framende werking via media stellen de onderzoekers voor als mental shortcuts (stereotypische verbinding van concept A met concept B)  waardoor het publiek een interpretatie via media krijgt voorgeschoteld (lees ook ‘opgedrongen’).

Nemen we de verbinding van concept A (links) met concept B, hier negatieve woorden die in de nabijheid van links* staan. Het gaat om (linkse +) ‘politiek’ (N=21); (linkse + ) ‘kerk’ (N=22), (linkse + ) ‘hobby’ (N=48) naast linkse zonder deze concepten (N= 33).

Uit Tabel 1.3.  valt af te lezen dat de kans dat mediaconsumenten negatieve frames van links*  aantreffen 91/31 = 2,75 keer zo groot is dan het frame van links* zonder deze negatieve woorden.

Bij rechts*  maakt de kans op geen of op een negatieve verbintenis met politiek, anti-islam, egoïsme in de onderzochte periodes amper verschil (32/33 =  0,97). 

Op basis van sentiment, vooropplaatsing en framing in mediateksten zijn de volgende conclusies te trekken: rechts laat een positief sentiment ten aanzien van linkse onderwerpen (m.n. de sociale agenda)  zien en scoort over de hele linie positief. Journalisten kiezen meer voor extra-aandacht dankzij vooropplaatsing van de term rechts* sinds de verkiezingen van 2010 dan van het begrip links*. Ten slotte denkt het publiek vaker (2,75 keer)  bij links* aan politiek (slecht imago), hobby’s (wereldvreemd) en kerk (sektarisch gezelschap)  dan bij het rechtse gedachtegoed aan negatieve connotaties (politiek, anti-islam, egoïsme). 

Kwam bij Fortuyn in 2002 de kogel van links, nu komt echt alle onheil van links.  Een kop als Ja hoor, links heeft het gedaan, is te vinden tijdens Rutte-1. Ook rechts is in de media aan de macht.

Geef een reactie

Laatste reacties (30)