1.171
26

Oud-Tweede Kamerlid

Harry van Bommel (1962) was van 1998 tot 2017 lid van de Tweede Kamer
voor de SP. Hij was daar woordvoerder Europese en Buitenlandse Zaken.
Hij was tevens lid van de parlementaire assemblee van de NAVO en de
OVSE. Voorafgaand aan zijn Kamerlidmaatschap was Van Bommel van
1994-1998 gemeenteraadslid in Amsterdam en lid van de stadsdeelraad
Amsterdam-Oost (1990-1994). In 2017 zei hij zijn lidmaatschap van de SP
op uit onvrede over het gebrek aan interne democratie in de partij.

Van Bommel studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit van
Amsterdam en behaalde eerder een lesbevoegdheid aan de Hogeschool
Windesheim. Hij doceerde enkele jaren Nederlands en Engels aan het
ROC-Amsterdam. Tegenwoordig werkt Van Bommel als strategisch
bestuursadviseur van het college van Burgemeester en Wethouders in
Zwolle. Naast deze functie treedt hij op als internationaal
verkiezingswaarnemer voor de OVSE en als politiek consultant en trainer.

Rechts Kamerreisje

De rechtse partijen wilden koste wat kost op pad en dwongen, voor het eerst in de parlementaire geschiedenis, een stemming af over de vraag of er nu of later moest worden gereisd

Voor het eerst in de parlementaire geschiedenis heeft een rechtse meerderheid van VVD-PVV-CDA-SGP-CU een reis van de Tweede Kamer afgedwongen. In het verleden werd altijd bij consensus besloten over bestemming en tijdstip van een reis. Slechts vijf van de tien partijen in de Kamer reizen dit weekend af naar Israël en de Westelijke Jordaanoever, Jordanië en Libanon. Wat is er aan de hand?

Al anderhalf jaar geleden besloot de commissie Buitenlandse Zaken dat een reis naar Egypte wenselijk was gezien de belangrijke rol die het land speelt in het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Die bestemming werd eenstemmig uitgebreid met Israël, de bezette gebieden en Libanon. Om dit logistiek mogelijk te maken zouden we alleen een tussenstop maken in Jordanië. Door de ontwikkelingen in Egypte werd een bezoek aan dat land des te interessanter maar ook onzeker. De onrust in nam er verder toe en de veiligheid was niet te garanderen. Daarom besloot de delegatie dat we Egypte helaas niet zouden kunnen bezoeken. Omdat de kern uit het reisprogramma was gehaald, haakte de PvdA af. Ik had daar begrip voor. Onverwachts snel viel toen echter het bewind van Mubarak. De protesten hielden nog even aan maar de demonstranten verlieten uiteindelijk het Tahrirplein in Caïro. Meteen daarop stelde ik voor dat we toch naar Egypte zouden gaan. Dat leverde wel een probleem op: wie moet je kiezen als gesprekspartner als het parlement naar huis is gestuurd en de overgangsregering nog niet is gevormd? Er was nog een ander probleem bijgekomen. Israël besloot dat de delegatie niet naar de Gazastrook mocht. We zouden daar praten met vertegenwoordigers van de VN die in Gaza een humanitaire ramp proberen te voorkomen. Ook zouden we de gevolgen van de Gazaoorlog met eigen ogen bekijken. Dit was een nieuwe tegenslag.

Deze week kwam de delegatie opnieuw bijeen om te besluiten wat te doen. GroenLinks en D66 volgden nu de PvdA en bepleitten uitstel van de reis. Zelf stelde ik voor dat we toch nog zouden proberen naar Egypte te gaan met een aangepast programma. Dat laatste werd onderzocht en bleek mogelijk met de beperking dat we alleen gasten zouden spreken in het hotel en bij de ambassade. De delegatie zou bij dat deel van de reis slechts uit enkele Kamerleden bestaan omdat PvdA, GroenLinks en D66 afhaakten, de SGP niet op zondag reist en de PVV een veiligheidsrisico zag.

Gisteren werd duidelijk dat als de reis al zou doorgaan er maar een beperkt deel van de Kamer op pad zou gaan. Na die constatering sloot ik me aan bij de PvdA, GroenLinks en D66 die uitstel hadden bepleit. De rechtse partijen wilden echter koste wat kost op pad en dwongen, voor het eerst in de parlementaire geschiedenis, een stemming af over de vraag of er nu of later moest worden gereisd. Gezien de rechtse meerderheid in de Kamer was de uitkomst voorspelbaar. PvdA, GroenLinks, D66 en SP onthielden zich van stemming. Ik betreur het zeer dat met deze stemming gebroken wordt met de praktijk dat in consensus wordt besloten over het reisprogramma van de Kamer. Het samenstellen van een reis is altijd een kwestie van geven en nemen maar met dit besluit heeft de rechtse meerderheid alleen maar genomen. Dat voorspelt weinig goeds voor de toekomst. Er is altijd een meerderheid die de coalitie steunt en die kan zo steeds een bestemming en een reismoment afdwingen. Het beperkte reisbudget van Kamer wordt op die wijze vooral opgesoupeerd door regeringspartijen en dat is bijzonder onwenselijk. De voorzitter van de Kamercommissie constateerde na het besluit dat met deze samenstelling de reis eigenlijk geen Kamerreis meer kan worden genoemd. Het is een rechts reisje geworden. Deze onwenselijke gang van zaken zal daarom in het bestuur van de Tweede Kamer aan de orde worden gesteld.

Geef een reactie

Laatste reacties (26)