Laatste update 21:08
6.114
134

Journalist / Programmamaker

Hasna El Maroudi (Rotterdam, 1985) is redacteur bij Joop. Hasna schreef in het verleden columns voor o.a. e-zine Spunk, NRC.next en Trouw.

Rechtse woorden bepalen wat links denkt

Zelfs linkse partijen activeren met hun taalgebruik in de Tweede Kamer rechtse denkbeelden

In NRC Handelsblad staat zaterdag een analyse van het taalgebruik in de Tweede Kamer. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam namen het taalgebruik onder de loep en maakten een mooie verdeling tussen linkse en rechtse woorden en hoe vaak ze voorkomen. De conclusie van de analyse: links lullen is uit, rechts lullen is hip. Uit het artikel blijkt duidelijk hoe dat komt: linkse partijen gebruiken veel rechtse woorden, maar rechtse partijen nauwelijks linkse. Met alle gevolgen van dien.

Dankzij onder meer de Amerikaanse auteur en strateeg George Lakoff weten we dat het herhalen van woorden – zelfs wanneer je zaken als ‘thee drinken’ wil weerleggen – juist tot versterking van het denkbeeld leidt. In het boek ‘Don’t think of an elephant!’ geeft Lakoff de lezer de opdracht niet aan een olifant te denken terwijl deze leest: DENK NIET AAN EEN OLIFANT. Dat gaat dus niet.

In het boek The Political Mind weidt Lakoff verder uit over hoe het de conservatieven is gelukt om in de politiek het taalgebruik te domineren en hoe zij daarmee rechtse denkbeelden salonfähig hebben weten te maken. Wie de analyse van NRC bekijkt kan concluderen dat ook de Nederlandse politiek hier last van heeft. Wanneer de linkse partijen rechtse woorden gebruiken, maar andersom niet, betekent het dat we vaker rechtse woorden horen. Woorden die zich in onze hersenen enten en daarmee ons beeld bepalen.

Een goed voorbeeld hiervan is het ‘hard(er) aanpakken’ dat door rechts heilig is verklaard. ‘Straatterroristen’ moeten kappen met het ‘slachtoffer denken’. Dat ‘tuig van de richel’ is bovendien het gevolg van decennia ‘pappen en nathouden’. Als we niet oppassen gaan we met al die ‘gelukszoekers’ precies dezelfde kant op.

Maar wat betekent dat nou eigenlijk?

Hard(er) aanpakken is een loze term, maar je kunt er niet tégen zijn zonder jezelf in de vingers te snijden. Dan ben je een zwakkeling, iemand die problemen uit de weg gaat. Ik geloof niet dat een punitieve straf tot structurele oplossingen zal leiden, maar wil wel graag dat oplossingen worden gevonden voor problemen. Wie dat hardop durft te zeggen wordt van ‘wegkijken’ beticht. Die ‘straatterroristen’ moeten hoe dan ook het hardst van allen aangepakt worden. Saillant is dat niemand tot nu toe heeft weten te duiden wat dat ‘harder aanpakken’ nou precies betekent. Langere celstraffen? Minder tijd om te luchten? Fysieke martelingen? Een enkelbandje? Ga toch knikkeren. Terwijl bankiers die megafraude plegen niet of nauwelijks worden gestraft, worden de randgroepjongeren geassocieerd met terrorisme, als ware het grootschalig, gezag ondermijnend, georganiseerde misdaad waar de jongens zich schuldig aan maken. Niet eerder maakten we het Geert Wilders zo makkelijk. Wie de link met terreur legt, heeft ze niet helemaal op een rijtje. Het hyperbolische gehalte is zo hoog dat er een nieuw stijlfiguur voor uitgevonden zou moeten worden.

De vloggers uit Zaandam die in het tv-programma Pauw opperden dat een buurthuis een oplossing van het probleem zou kunnen zijn, viel hoon en spot ten deel. Ze zouden zich wentelen in slachtoffergedrag. Arjen van Veelen schreef in NRC Handelsblad een uitstekend artikel over de ‘treitervloggers’ – ook al zo’n woord dat oordeel vellend meteen beklijft. Van Veelen legt uit waar het gedrag – deels – door verklaard zou kunnen worden. “Achter de grote bek van de hoodvloggers zit de stress van deurwaarders thuis en ruzie”, schrijft hij. “„Er zijn dagen dat je honger hebt, echt honger”, zei een Zaanse hangjongere tegen NRC. Waarom gooien ze dan met eieren, kun je je afvragen – maar als het waar is dat kinderen in Nederland hongerig zijn (en waarom niet), is dat het schandaal.”

Allemaal aspecten die het gedrag van de jongeren – en de aanwezigheid van jonge kinderen in de video’s – kunnen verklaren. Die bovendien de selectieve verontwaardiging aan de kaak stellen. Maar wie geïnteresseerd is in de oorzaak wordt of van slachtoffergedrag, of van slachtofferdenken beticht. Alsof het een gotspe is om slachtoffers te willen helpen. Wie bij het minste geringste niet direct gebruik maakt van het ZSM-recht is maar aan ‘het pappen en nathouden’. De burger wil een ‘snelle aanpak’ en ‘gerichte maatregelen’. Ook wanneer het gevolg daarvan de ondermijning van ons recht betekent, zoals Arjen Lubach afgelopen zondag in zijn programma zo eloquent wist te verwoorden. (Tekst gaat door onder video)

In Zomergasten zei premier Mark Rutte dat Nederland Nederland moet blijven. Alsof de invulling van ‘Nederland’ vaststaand is, en alsof er groeperingen massaal moedwillig aan het bekokstoven zijn hoe ze ‘Nederland van de Nederlanders’ kunnen afpakken. Behalve de hardnekkige, ongegronde insinuatie – ‘onze cultuur/ waarden en normen zijn in gevaar’ – is het ook de taal van in- en uitsluiting. Een taal die het wij-zij-denken vergroot. Iedereen die het niet eens is met ‘Nederland moet Nederland blijven’, hoe dom en conservatief de opvatting van Rutte ook is, is direct de vijand. Je kunt niet winnen.

In de Volkskrant verscheen onlangs een uiteenzetting van Frank Hendrickx waarin hij spot on uitlegt waarom Geert Wilders nooit meer mee zal regeren. De taal van Wilders wordt en masse overgenomen door de andere partijen. De denkbeelden die hij daarmee weet te activeren zijn van onmeetbare waarde. Het lukt Wilders – ook met zijn bierviltje als partijprogramma – niet alleen om de gehele politiek te verrechtsen, hij maakt xenofobie salonfähig. Hendrickx schrijft onder meer:

“Wilders kan nu doen wat hij wil. Genegeerd wordt hij toch niet. Dat blijkt ook bij een ander verkiezingsthema met zijn geurspoor: de Nederlandse identiteit. Alle partijen zijn daar nu mee bezig: van de VVD tot GroenLinks. Wie zijn we? Wat bindt ons?”

In de analyse van NRC Handelsblad worden woorden als ‘normen en waarden’, ‘vrijheid’ en ‘fatsoen’ toegeschreven aan rechtse partijen. Het zijn woorden die rechtse politici dusdanig hebben geclaimd, dat ook media hen ermee vereenzelvigen. Daarmee wordt indirect gesteld dat al die zaken voor links Nederland niet gelden. Alsof de PvdA tegen vrijheid is, alsof GroenLinks niets heeft met normen en waarden en alsof de SP onfatsoenlijkheid bepleit.

Hoe linkse partijen het narratief kunnen keren? Dat is lastig. Ze zouden kunnen beginnen met het wegblijven van door rechts opgestelde frames. Uit het onderzoek van NRC blijkt namelijk ook dat woorden als ‘veiligheid’ en ‘opsluiten’, die je gewoonlijk toch onder conservatief zou scharen, vaker worden gebruikt door links dan door rechts. Het wordt rechtse politici dus zo, hoppa, in de schoot geworpen. Ook is het tijd om een eigen, sterke, taal te ontwikkelen om daarmee de eigen ideeën op de kaart te zetten. Het eigen frame op te stellen en te verspreiden. Nu zelfs de Volkskrant opgeschoven is naar rechts van het midden, zijn er nagenoeg geen populaire linkse media meer. Dat maakt de taak weliswaar lastig, maar niet onmogelijk.

Geef een reactie

Laatste reacties (134)