Laatste update 15:36
4.059
53

Epidemioloog

Ineke Palm is bestuurslid Pauluskerk vluchtelingenwerk, actief bij platform Rotterdamverwelkomtvluchtelingen, WijzijndethuiszorgRotterdam, RotterdamvoorGaza en SP Rotterdam. Zij is epidemioloog en was verbonden aan het wetenschappelijk bureau van de SP. Daarnaast is zij vice-voorzitter van de gebiedscommissie Delfshaven.

De rek is er wel uit bij de opvang in de regio

Hoe kunnen we ons vrij voelen als we onze medemensen in dit soort omstandigheden laten leven? Omdat het ver weg is en we het dus niet zien?

cc-foto: Pekka Tiainen, EU/ECHO

Het vluchtelingenvraagstuk is een van de grote uitdagingen van deze tijd. Het liberale Europa van de open grenzen houdt haar deuren angstvallig gesloten voor vluchtelingen. De Turkije-deal lijkt een blauwdruk te worden voor nieuwe Afrika-deals. Opvang in de regio is het toverwoord voor westerse politici. Als vluchtelingen maar niet in te groten getale hierheen komen, is het vraagstuk opgelost. Nou niet dus. Ik kom van een werkreis naar Libanon en zag hoe Syrische vluchtelingen vaak leven in inhumane omstandigheden.

Het gastland is verdeeld
De impact van vijftien jaar burgeroorlog is groot in Libanon. Veel mensen zijn vermist, schuldigen van massamoorden zijn nooit gestraft en zitten in regering of parlement. De clashes tussen de verschillende groepen tijdens de burgeroorlog zorgen nog steeds voor een enorme polarisatie.

De democratie functioneert matig. Het is vrijwel onmogelijk door de muur van de gevestigde politiek te komen. Verkiezingen worden alsmaar uitgesteld, stemmen worden gekocht en er wordt druk uitgeoefend om op de kandidaat van de eigen groepering te stemmen.

Het publieke systeem is ontoereikend. Bijna 30 procent van de Libanezen leeft onder de armoedegrens, gezondheidszorg en onderwijs zijn ronduit slecht. Het leven is moeilijk voor veel Libanezen. Tegelijk zie je in Beiroet in sommige wijken veel rijkdom en banken. Beiroet wordt ook wel het Zwitserland van het Midden-Oosten genoemd. De tegenstellingen zijn groot.

In dat land zijn nu naar schatting 1,5 miljoen Syrische vluchtelingen (vaak ongeregistreerd) bijgekomen, 25 tot 30 procent van de bevolking is vluchteling (uit Syrië, Palestina en Irak). Dat kan het land totaal niet aan. In het begin waren de Syriërs welkom, maar dat werd minder naarmate het conflict in Syrië langer duurde. Libanon heeft ervaring met Palestijnen, zij zouden enkele jaren blijven en zijn er nu al bijna zeventig jaar. ‘Ze haten ons’, zei de eerste Syrische vluchteling die ik sprak.

Verstopt voor de buitenwereld
Voor vluchtelingen is het leven nog zwaarder dan voor Libanezen. Voor de Syrische vluchtelingen zijn geen grote tentenkampen, dat is te permanent. Ze leven, verstopt voor de buitenwereld en uit het oog van tv-camera’s, in onafgemaakte gebouwen en lege garageboxen. Vaak met het hele gezin in één ruimte. In de Bekaavallei leven de meeste vluchtelingen in tentachtige onderkomens. Meestal betalen ze huur voor het lapje grond waar hun tent op staat. Betonnen ondergrond aanleggen mag niet: te permanent. In veel tenten staan plassen water. Het is er ijskoud in de winter.

De meeste vluchtelingen zijn afhankelijk van het wereldvoedselprogramma (een blue card met maandelijks circa 26 dollar om voedsel mee te kopen, soms stopgezet zoals eind 2014 toen er onvoldoende fondsen binnen kwamen bij het WFP). Daarnaast zijn er gelukkig nogal wat ngo’s (en Libanezen) die enorm veel werk verzetten, met scholen en gezondheidszorg.

Veel Syrische vluchtelingenkinderen gaan niet naar school. Het komt nogal eens voor dat kinderen moeten werken. De kosten voor vervoer en onderwijs kunnen te hoog zijn, taal is een hindernis en ouders vrezen voor hun veiligheid. De Libanese scholen zitten bovendien overvol. Er wordt nu gewerkt in shifts: de Libanese kinderen in de ochtend en de Syrische kinderen in de middag. Met 200.000 plekken voor de 500.000 vluchtelingenkinderen.

Het schoolsysteem is van slechte kwaliteit en helemaal niet toegerust op kinderen uit oorlogsgebieden die onder zware stress hebben geleefd en vaak nog leven. Dat kan desastreus uitwerken voor kinderen met zulke ervaringen en trauma’s. Zoals dat jongetje uit Aleppo dat tijdens mijn bezoek maar bleef herhalen: “Er vielen bommen, veel bommen en iedereen viel dood neer, ook de buren.”

Geen toekomstperspectief
Nederland en andere landen hebben sterk ingezet op financiële steun ‘in de regio’, omdat zij het belangrijk vinden dat vluchtelingen in de regio worden opgevangen én om de instroom in Europa te beperken. De internationale gemeenschap komt echter haar toezeggingen bij lange niet na. Het gat tussen wat nodig is en wat binnenkomt is groot. Net genoeg om niet te sterven en niet in opstand te komen.

Ruim vijf jaar leven Syrische gezinnen daar al, in barre en inhumane omstandigheden. Ze kunnen Europa niet in (als ze het al konden betalen), het is wachten tot ze terug kunnen keren naar hun vaak kapot gebombardeerde huizen en steden. In Libanon kunnen ze geen toekomst opbouwen. Dat land heeft het Vluchtelingenverdrag niet ondertekend. De Syrische vluchtelingen hebben nauwelijks rechten. Het is moeilijk een legale status te krijgen, ze hebben zeer beperkt toegang tot werk (alleen in enkele laagbetaalde sectoren) en een hoog risico op uitbuiting. Het doet me denken aan de mensen zonder papieren die we in de Pauluskerk opvangen.

Voor de Palestijnen uit Syrië is er helemaal geen perspectief. Zij hebben al voor de tweede maal moeten vluchten. De meesten leven in Palestijnse kampen. Naast de al aanwezige 350.000 Palestijnen in Libanon, kwamen er nog eens 90.000 Palestijnen uit Syrië bij. De helft is doorgereisd, via levensgevaarlijke bootreizen. Maar om mijn Palestijnse gesprekspartner te citeren: “Death is easier than to live in such situations”.

Menselijke waardigheid met voeten getreden
Tijdens mijn bezoek heb ik veel menselijke ellende gezien. Syrische gezinnen die bedelen in de wijk Hamra (Beiroet). Het jongetje bij de dokterspost dat niet kon zien en niet op zijn beentjes kon staan vanwege spierzwakte. Goede voeding en fysiotherapie zijn nodig volgens de arts van het mobiele medische team van Blue Mission, helaas is er geen noodfonds om uit te putten.

De kinderen in de armzalige tentachtige bouwsels in de Bekaavallei die hun huiswerk maken, tussen vervuilde baby’s en dof starende broertjes. Het vaderloze gezin met zes kinderen dat leeft in een soort varkenskot van golfplaten, 1,5 bij 2,5 meter, zonder licht. Het snijdt door je ziel. Hoe kunnen we ons vrij voelen als we onze medemensen in dit soort omstandigheden laten leven? Omdat het ver weg is en we het dus niet zien? Bij zulke omstandigheden in Nederland zou iedereen in opstand komen, maar dáár vinden we het normaal? Zijn we vergeten waarom na de Tweede Wereldoorlog het beschermen van vluchtelingen zo’n belangrijk grondbeginsel werd? In de woorden van Hannah Arendt: geen enkel mens mag verstoten blijven van “het recht om rechten te hebben”.

Menswaardige opvang in regio mogelijk maken
Die rechten hebben we vastgelegd in mensenrechtenverdragen. Het is verontrustend dat verschillende partijen daar nu aan willen tornen. Het gaat om universele morele kernwaarden, zij gelden onverkort, voor iedereen en altijd. Ook voor de ontheemden van vandaag.
Dat betekent dat als we opvang in de regio zo belangrijk vinden, we er ook voor moeten zorgen dat menswaardige opvang mogelijk is. Met fatsoenlijke huisvesting, leefomstandigheden, recht op werk, educatie en goede gezondheidszorg. Zodat er voor mensen een perspectief komt, op de plek van de opvang en hopelijk later in eigen land. Meer financiële solidariteit dus.

Met de huidige druk op de regio is fatsoenlijke opvang echter haast niet mogelijk. Ook landen in de regio hebben een beperkt absorberend vermogen. Libanon vangt ruim 40 keer zoveel vluchtelingen per 1000 inwoners op als Nederland (omgerekend zou dat voor Nederland ruim 4 miljoen vluchtelingen betekenen). In dat toch al gepolariseerde land met schaarse publieke voorzieningen dienstverlening, leidt dat tot verdere sociale ontwrichting. De rek is er wel uit.

Om de ergste druk in de regio weg te nemen, zou het enorm helpen als we hier meer vluchtelingen opnemen, via humanitaire toelatingsprogramma’s met legale vluchtroutes. Veilige routes gaan ook mensensmokkel tegen, geven ons meer veiligheid en voorkomen bovenal de vele doden tijdens de levensgevaarlijke overtochten: 1200 mensen zijn dit jaar al weer verdronken.

Geef vrijheid door
‘Geef vrijheid door’ is het thema van 4 en 5 mei. Om werkelijk vrij te zijn moet je opkomen voor morele kernwaarden voor ieder mens. Dus moeten we ook zorgen dat opvang in de regio menswaardig kan. Daarom moet Europa en dus ook Nederland weer meer vluchtelingen opnemen én de noodzakelijke financiële ondersteuning aan de landen in de regio geven. Laten we om te beginnen onze toezeggingen nakomen. En stoppen met Turkije en Afrika-deals alsof daarmee het vluchtelingenvraagstuk is opgelost.

Een verkorte versie van dit artikel verscheen in het AD

Geef een reactie

Laatste reacties (53)