2.582
296

Hans Groen [1963] is zelfstandig ondernemer en bestuurslid van
GroenLinks Midden-Drenthe. Geboren in Noord-Brabant en sinds 2002 woont
Hans Groen in Mantinge, Drenthe. Hans Groen is adviseur op het gebied
van organisatie effectiviteit en Supply Chain Management. en heeft
opleiding in bedrijfseconomie en logistieke bedrijfskunde. Als
fractielid neemt hij de verantwoording voor het webbeheer en is
recentelijk toegetreden tot het bestuur voor het financiele beheer. Hij
heeft een eigen weblog op http://hgroen.wordpress.com/

Religieuze hypocrisie bij Christenunie

Dient de vrijheid van godsdienst binnen de muren van kerk, school en huis te blijven of mag zij openlijk beleden worden?

De ChristenUnie wil het Islamdebat opnieuw een impuls geven, aldus Gert-Jan Segers. Volgens hem heeft de PVV een belangrijk thema aangesneden dat geagendeerd dient te worden. Maar de problematiek is breder dan alleen de Islam. Het debat dient een herijking te zijn van onze fundamentele waarden en vrijheden.

Op zich verbaast de insteek van Segers mij niet. Het is makkelijker om die andere religie de maat te nemen in plaats van in de spiegel te kijken. Want zodra Segers dat doet, dan komt meteen de discussie over weigerambtenaren om de hoek kijken. En het christendom is ook niet ontspeend van de nodige fundamentalistische groeperingen en volgelingen. Zijn hypocrisie werd kristal helder in de laatste opmerking: “Dat kinderen leren dat homo’s zullen branden in de hel, zoals op orthodox-christelijke scholen gebeurt, behoort volgens Segers“ tot de onderwijsvrijheid.” Maar als een groep jongeren van de VU in Amsterdam een omstreden Britse Imam naar Nederland laten komen voor een college, mag dat ineens weer niet.

Want wat zijn de grenzen van vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting? Kan iemand een beperking claimen op een andermans vrijheid om een mening over een religie te verkondigen op grond van het ‘recht’ op respect van zijn religieuze gevoelens? En heeft een religieus geïnspireerde mening meer belang dan een ‘gewone’ mening, dat zij om die reden minder begrensd hoeft te worden dan de ‘gewone’ mening?

De vrijheid van meningsuiting zoals wij dat kennen is niet absoluut in die zin dat er een ongecontroleerde vrijheid van expressie mogelijk is. Zaken als laster, smaad en belediging begrenzen de vrijheid van meningsuiting. In deze discussie neemt religie een status aparte in, zoals het voorbeeld van Segers laat zien over het christelijke standpunt over homo’s. Omdat in deze discussie grondwettelijke artikelen tegenover elkaar staan kan alleen een inhoudelijke weging uiteindelijk uitkomst bieden. Maar die afweging dient niet eenzijdig bij de rechterlijke macht neergelegd te worden zoals de afgelopen jaren is gebeurd. Deze zaken raken de wijze waarop onze maatschappij functioneert.

Naarmate onze samenleving verder seculariseert, staan de opvattingen van religies meer en meer ter discussie. Als een Imam of een pastoor stelt dat homoseksualiteit een ziekte is en zich daarbij beroept op zijn Geloof dan zal de rechter hem op dat punt in het gelijk stellen. Elke niet religieuze die een dergelijke uitspraak doet heeft meteen een probleem. En zolang dit soort uitspraken zich in de marge van onze samenleving afspelen en de betreffende religieuze groep een kleine aanhang kent, kan een seculiere samenleving dat verdragen.

Hoe anders is dat als het gaat om potentieel grote groepen volgelingen. Dat probleem speelt bij de grote abrahamistische religies. Sinds de jaren zestig heeft onze samenleving die invloed van het Christendom sterk beperkt, maar met de komst van de Islam speelt het probleem weer op, waar het christendom zijn kans schoon ziet om verloren terrein terug te winnen.

Tot welk punt reikt de vrijheid van godsdienst? Dient het binnen de muren van kerk, school en huis te blijven of mag zij openlijk beleden worden, waardoor de opvattingen van religie ongehinderd in alle uithoeken van de samenleving kunnen doordringen? Of dient een seculiere samenleving bestand te zijn tegen elke vorm van overtuiging hoe abject deze ook is in de opvatting van niet religieuzen? Of is het probleem dat artikel 6 -godsdienstvrijheid- eigenlijk een achterhaald fenomeen is?

Vanwege de onbewijsbaarheid van religie is zij niet meer dan elke andere overtuiging. Is het christelijk geloof meer waard dan bijvoorbeeld de overtuiging van Jomanda die dagelijks chatsessies heeft met geesten of is de opvatting van de atheïst de juiste? Het zijn in alle gevallen overtuigingen waar niemand de waarheid kan claimen. Dat er stromingen en overtuigingen zijn die onze vrije samenleving willen aantasten en groepen binnen onze samenleving als minderwaardig beschouwen is een juiste constatering van Segers, maar die beperken zich niet tot de Islam.

Geef een reactie

Laatste reacties (296)