721
56

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

Religieuze minderheden en het Bokito-secularisme

Het zou goed zijn als we dit spierballen secularisme ontgroeien en ook weer oog krijgen voor de positieve bijdragen die verschillende religies aan de samenleving bieden

Religie krijgt tegenwoordig een behoorlijk slechte pers. Godsdienst wordt geassocieerd met irrationaliteit, onderdrukking, hypocrisie, en een hang naar barbaarse gebruiken. Religie is wat mensen ertoe aanzet om vliegtuigen in kantoortorens te vliegen; om treinen op te blazen; om vrouwen te onderdrukken, te stenigen en te besnijden; om homoseksuele gevoelens ― bij zichzelf en bij anderen ― te onderdrukken, soms zelfs door middel van castratie; om dieren te mishandelen; en om kinderen te hersenspoelen en te misbruiken. Kritiek op religieuze gebruiken is een van de weinige thema’s waarvoor nog een behoorlijke consensus te vinden is in het verdeelde Nederland. Zowel aan de linker- als aan de rechterkant van het politieke spectrum bestaat een groeiende seculiere meerderheid die geen geduld meer heeft voor de eigenaardigheden van religieuze minderheden.

Al die aandacht voor religieuze groepen heeft iets obsessiefs. Het staat vaak in geen verhouding tot de problemen die religie opwerpt. Je kunt weken rondzwerven in Nederland zonder een Boerka tegen te komen. Toch wordt er over de Boerka geredetwist dat het een aard heeft en wordt er zelfs een wet opgetuigd voor een heus Boerkaverbod. De killing fields van de Nederlandse bio-industrie zijn een tranendal van dierenleed, maar de aandacht in het politieke debat wordt geheel in beslag genomen door de relatief kleine hoeveelheid dieren die volgens religieuze voorschriften worden geslacht en daarvoor een aantal minuten onnodig pijn moeten leiden.

Natuurlijk zijn er ook substantiëlere problemen met religie. De recente zedenzaken in de Katholieke Kerk, bijvoorbeeld, zijn onmiskenbaar zeer ernstig en verdienen alle aandacht die ze krijgen. Maar ook in dat geval ― zonder de Katholieke Kerk op enigerlei wijze te willen vrijpleiten ― moeten de verhoudingen niet uit het oog worden verloren. In een celibataire organisatie als de Katholieke kerk zal ongetwijfeld een bovengemiddeld aantal mannen zijn te vinden die in eerste aanleg niet in relaties met andere volwassenen geïnteresseerd zijn, maar kindermisbruik, en het verzwijgen ervan, is geen monopolie van de Kerk en komt in de beste families voor.

Veel Nederlandse burgers en politici praten ondertussen niet meer over religie als een legitieme alternatieve levensbeschouwing, maar als een pijnlijk relict. “Dat is niet meer van deze tijd” is een standaard verwijt aan mensen die aan religieuze leefregels willen vasthouden. Religie wordt zo niet in het raamwerk geplaatst van redelijke levensvisies waarover men een verschil van mening kan hebben, maar in het raamwerk van dingen die men vroeger geloofde, maar die nu niet meer bon ton zijn. Iemand die liberaal is, of sociaaldemocraat, die heeft een acceptabele visie op de samenleving waarmee men het eens of oneens kan zijn. Iemand die religieus is, echter, die houdt vast aan noties die als een gepasseerd station worden beschouwd. Een religieuze levensbeschouwing is vanuit die optiek net zoiets als het pleidooi voor kolonialisme, of het droit divin ― een achterhaalde positie die er niet meer toe doet.

Daarmee worden religieuze minderheden en het perspectief dat ze hebben op de samenleving eigenlijk gedeclasseerd. Ze hebben geen bijdrage meer te leveren en worden eigenlijk geacht langzaam te verdwijnen. Daaruit blijkt geen grote verdraagzaamheid van de seculiere meerderheid voor andersdenkenden. Dit gebrek aan verdraagzaamheid wordt nog extra aangezet door een wijdverbreide verwarring van politieke debat in de publieke ruimte met een wetenschappelijk debat. In het wetenschappelijke debat draait het om de vraag: “wat is waar?” Theorieën of posities die in de intense kritische confrontatie van het wetenschappelijk debat niet steekhoudend blijken te zijn, blijven niet bestaan maar worden door wetenschappers afgedankt en opgegeven. Op eenzelfde manier lijken sommige seculiere opiniemakers religieuze standpunten te willen afvoeren als irrationeel, onwetenschappelijk en onhoudbaar. Theodor Holman zei het onlangs nog eens heel kras met betrekking tot gelovige moslims in zijn inmiddels beruchte interview aan de Dagelijkse Standaard: “goed onderwijs, daar blijf ik in geloven, dat helpt om de islam-ideologie tegen te gaan. Omdat ze dan zien dat het belachelijk is.” Als die moslims maar een beetje basale kennis wordt bijgebracht, is de gedachte, dan vallen de schellen vast van hun ogen en zetten ze al die malle religieuze ideeën wel bij de schroothoop.

Religie is op die manier geen levensbeschouwelijke positie die gerespecteerd moet worden, maar een toestand van onwetendheid en intellectuele onmondigheid. Zowel het uitgangspunt van deze gedachte, als de implicaties, zijn eigenlijk tamelijk griezelig. Het is ook een gedachte die getuigt van een enorm gebrek aan voorstellingsvermogen, alsof verstandige mensen die weten van de evolutietheorie en de relativiteitstheorie niet toch religieus zouden kunnen zijn. Nog daargelaten dat democratische debatten helemaal niet primair gericht zijn op de vraag “wat is waar?” maar op de vraag “hoe moeten we leven?”. Dat is een vraag waarin waarheidsclaims wel een rol kunnen spelen, maar waarop uiteindelijk geen uniek juist antwoord mogelijk is. Iemand kan heel goed wetenschappelijk van de hoed en de rand weten en toch besluiten om als devote moslim of christen door het leven te gaan. Er zijn in het publieke debat dan ook geen knock-out argumenten zoals in het wetenschappelijke debat en levensbeschouwingen kunnen nooit simpelweg worden afgedankt, zoals dat bij wetenschappelijke theorieën gebeurt.

De recente godsdienstkritiek verraadt ook nog steeds een duidelijke hang naar de romantiek van de jaren zestig. De godsdienstcritici eisen graag de rol op van dappere provocateur die de gevestigde orde uitdaagt, de pompeuze gewichtigheid van de autoriteit belachelijk maakt, en de hypocrisie ontmaskert. Nederland was in de tijd van de protestgeneratie ― toen Gerard Reve beschreef hoe hij gemeenschap had met een als ezel geïncarneerde God en Zo is het toevallig ook nog eens een keer furore maakte met een gebed tot het Beeld ― echter een in meerderheid religieus land, waarin de religieuze zuilen veel macht hadden en een zware stempel drukten op de samenleving. Tegen de arrogantie van deze gevestigde orde was provocatie en satire een geëigend middel. De religieuze groepen van vandaag zijn echter nog maar een schaduw van de machtige organisaties die ze toen waren. Als we nu spreken over religieuze groeperingen dan hebben we het over minderheden in een overwegend seculiere omgeving.  De groep seculieren is van een Calimero uitgegroeid tot een 800-pound gorilla, tot een lijvige Bokito. De religieuze zuilen, op hun beurt, zijn ineengeschrompeld tot maatschappelijke Calimero’s. Dat verandert de zaak. Toen de protestgeneratie als Calimero het religieuze establishment uitdaagde en provoceerde, was dat ludiek en dapper. Maar nu de rollen zijn omgedraaid en de seculiere Bokito van vandaag de religieuze Calimero’s uitdaagt en provoceert, is dat eerder intimiderend en kleinhartig.

Het zou goed zijn als we dit spierballen secularisme ontgroeien en ook weer oog krijgen voor de positieve bijdragen die verschillende religies aan de samenleving bieden. De Engelse publieksfilosoof Alain de Botton schreef onlangs een boek met de naam Religion for Atheists waarin hij de aandacht vestigt op de gebruiken, de rituelen en de tradities die kerken en geloofsgemeenschappen door de eeuwen heen heel effectief hebben vormgegeven om het leven voor mensen betekenisvoller, aangenamer en draaglijker te maken. Instituties die al zoveel eeuwen bestaan moeten ook wel een aantal dingen goed hebben gedaan om zo lang te overleven. De Botton stelt voor dat seculiere burgers leren van religie; dat ze deze gebruiken en tradities kopiëren en in een seculier jasje steken. Of dat gaat werken is onwaarschijnlijk, maar De Botton beschrijft goed wat van waarde is in religie en geeft aan waarom seculiere burgers er niet louter op uit zouden moeten zijn om het door te prikken en belachelijk te maken.

Dit artikel staat ook op de website ‘recht in de multiculturele samenleving’

Geef een reactie

Laatste reacties (56)