8.148
79

Journalist

Sanne Breimer studeerde journalistiek en kunstbeleid in Groningen. Ze werkte tien jaar bij FunX radio, waarvan zes jaar als eindredacteur van het station. Ze woont in Utrecht.

Remarque slaat plank mis in racismediscussie

Wat de top van de Nederlandse journalistiek maar niet wil begrijpen in de NRC-kwestie

NRC Handelsblad werd bekritiseerd in Amerikaanse media wegens het ongepaste gebruik van het ‘N-woord’ in de kop boven een artikel. Nederlandse journalisten schoten meteen vol in de verdediging. Sanne Breimer over wat er mis is in de Nederlandse journalistiek.

Volkskrant-hoofdredacteur Philippe Remarque reageerde met zijn ‘Stekel’ zaterdag op de ophef rondom de boekenrecensie van Amerika-correspondent Guus Valk in NRC. Niets mis met de recensie van drie boeken die allemaal gaan over de racismestrijd in de VS, wèl wat mis met de begeleidende kop en illustratie. Zo vond onder anderen Karen Attiah van de Washington Post. In haar opiniestuk legde ze de vinger op de zere plek en concludeerde helder waarom een kop met het ‘N-woord’ not done is en waarom de illustraties met stereotype zwarte mensen écht niet kunnen. Net als de ombudsman van NRC overigens, die de keuze van de redactie ‘wereldvreemd’ noemde. Het echte probleem is helaas niet de kop en de illustratie van het artikel, het echte probleem is hoe een deel van de top van journalistiek Nederland erop reageert. Dát baart grote zorgen. 

Amerikaans
Voordat Attiah haar artikel schreef had ze blijkbaar al contact gehad met chef boeken Michel Krielaars van NRC. Zijn reactie op haar vragen bevat een aanname die niet klopt. Zo gaat Michel Krielaars er vanuit dat het N-woord in Nederland een minder sterke betekenis heeft dan in Amerika. Krielaars reageert alsof racisme iets is dat zich binnen de landsgrenzen van de VS afspeelt en zegt letterlijk in zijn emails dat dit artikel voor Nederlanders bedoeld was. “Black, white, but Dutch.” Met andere woorden: de ophef is typisch Amerikaans. Ook elders in de discussie wordt er vanuit gegaan dat de opwinding typisch Amerikaans is, want er is geen enkele lezersbrief met protest binnengekomen op de redactie van NRC. Je zou ook omgekeerd kunnen redeneren: multicultureel Nederland leest NRC niet. Maar goed. Bottomline is: racisme gaat over landgrenzen heen en ook in Nederland is het N-woord een no go. Krielaars komt met een betoog gestoeld op foute aannames terwijl hij heel makkelijk had kunnen antwoorden: “Stom zeg, we wilden er aanhalingstekens omheen doen, maar ons stijlboek liet dat niet toe. Je hebt ons wakker geschud, we gaan het stijlboek updaten”. Of: “Goh, zo hebben we er niet naar gekeken, maar nu je dit schrijft begrijp ik je punt. Ik heb helaas geen enkele donkere redacteur op mijn redactie bij wie ik dit had kunnen checken. Zou je me willen adviseren hoe ik daarin verandering kan brengen?” Het is het hartgrondig vasthouden aan het eigen gelijk, een emotioneel verdedigingsmechanisme om te voorkomen dat we als journalistiek iets kwijt raken. Wat dat iets is, is interessant om te onderzoeken. In plaats van open te staan voor andere meningen en op basis van argumenten je eigen mening te herzien, het toegeven van je ongelijk, wordt het denkbeeldige oorlogstenue aangetrokken om iedereen die jou beschuldigt van racisme aan te vallen. 

Zeloten
Het is op zijn minst apart dat ook Remarque in zijn ‘Stekel’ volledig in de verdediging schiet. “Snappen die Amerikaanse zeloten nou helemaal niets?”, vraagt hij zichzelf hardop af. Wat een emotie komt er naar boven in die paar regels, Remarque voelt zich duidelijk aangevallen. Ook hij concludeert dat racisme iets is dat in de VS een probleem is en daar opgelost moet worden. De klassieke fout maakt de hoofdredacteur door hardop te vragen of rapteksten dan ook niet meer geciteerd mogen worden. Hij vergeet voor het gemak dat de kop van NRC geen citaat was en laat merken dat hij zich ergert aan het feit dat rapteksten vol staan met het N-woord. Dat heeft alleen niets met deze discussie te maken. Als je het oneerlijk vindt dat de zwarte bevolking het N- woord te pas en te onpas gebruikt en dat de blanke bevolking dat niet mag, dan moet je je daar druk over maken. Organiseer een debat, schrijf een opiniewedstrijd uit, doe iets.

Dat is waarschijnlijk de belangrijkste conclusie: er gebeurt binnen de journalistiek nagenoeg niets om de kern van het probleem te begrijpen en om te voorkomen dat het nog een keer gebeurt. Maartje Wortel omschrijft het in haar column voor Trouw (ook over racisme, maar ander onderwerp) dit weekend treffend: “Of we het nu willen of niet: we behoren allemaal tot een groep. (…) Zo zie je soms niet helder wat je eigen rol is.” Dat je als (in Nederland voornamelijk blanke) journalist tot een bepaalde groep behoort, is een feit en zul je moeten erkennen. Door te stellen dat de Amerikanen niets begrijpen van ‘Wij Nederlanders’, doe je alsof Nederland bestaat uit alleen maar witte mensen en dat de VS een totaal andere wereld is. Maar als je de discussies rondom de rassenkwestie in de VS volgt, verbaas je je over de parallellen met discussies in ons land. Zij het op andere schaal. 

Onbegrip
Alexander Klöpping tweette gisteren dat hij de draad kwijt is in de discussie (“Ik begrijp het niet meer”). Het is ook lastig om het nog te volgen, nog lastiger is het om een oplossing te vinden die de tegenstanders dichter bij elkaar brengt. Toch is er een mogelijk, een typische journalistieke: verdiep je in de andere culturen, pleeg onderzoeksjournalistiek, zorg voor een betere afspiegeling van de maatschappij op je redactie (dit is overigens niet dé oplossing), ga op zoek naar hoor en wederhoor, voorkom aannames en laat je emoties niet de boventoon voeren. Basisjournalistieke principes die volledig vergeten worden als het gaat om ‘stekelige’ kwesties. Stap één is erkennen dat je jezelf in een groep bevindt die misschien bepaalde zaken niet begrijpt. En dat is helemaal niet erg, maar daar moet je wel wat mee doen. Zeker als je de top vormt van de journalistiek in een land. 

“Amerika, blank Amerika, leefde een paar jaar in een droom. Een nieuwe tijd was aangebroken, waarin de oude problematische rassenverhoudingen er niet meer toe deden. (…) Totdat (…) Een nieuwe generatie Afro-Amerikaanse leiders opstond. Zij rekenden af met de blanke idylle van vooruitgang”, zo begint Guus Valk zijn oorspronkelijke artikel.  Het is een kwestie van tijd voordat een generatie Nederlanders opstaat die afrekent met de blanke idylle in de Nederlandse journalistiek. Sterker nog, de generatie is er al, aan de media de dankbare taak die beter voor het voetlicht te brengen. 

cc-foto: Marco Raaphorst

Geef een reactie

Laatste reacties (79)