2.269
58

Ondernemer

Oud-bestuurslid landelijk bestuur GroenLinks van maart 2013 tot november 2016. Daarvoor gemeenteraadslid voor GroenLinks in Apeldoorn (2006-2010) en trainer van lokale politici. Ondernemer in het "sociaal domein"; freelance interim-manager en managementtrainer. Thans lid van de Piratenpartij en de Vrijzinnige Partij.

Remkes, maak vaart!

De polarisatie in de samenleving wordt steeds meer manifest, het populisme groeit en groeit en het vertrouwen in de politiek neemt omgekeerd evenredig af

cc-foto: Roel Wijnants

Sinds het Oekraïne-referendum wordt het referendum door veel van de gevestigde partijen weggezet als een ongewenst speeltje van leeghoofdige populisten als Jan Roos of Thierry Baudet. Die laatste beschouwt zichzelf overigens als één van de grootste denkers van het land. Een ongewenst speeltje. Het dient te worden afgeschaft en minister Kajsa Ollongren (D66) kan dit zelfs zonder een referendum over het afschaffen van een referendum doen, volgens de Raad van State. Waarom luidde het advies niet even te wachten op de ‘Staatscommissie Parlementair stelsel’ die haar voorganger Plasterk nu bijna een jaar gelden installeerde?

Laten we niet al te diep ingaan op die Oekraïne-kwestie, maar het gegeven dat de Europese Unie de neutrale zône tussen de Unie en Rusland in 2004 heeft ingelijfd in de Unie is een enorm grote geo-politieke fout die leidde tot de bezetting van De Krim en die er overigens toe leidt dat de Europese Unie verdeelder en zwakker is dan ooit tevoren. Minister Halbe Zijlstra van Buitenlandse Zaken stelde in een interview in het NRC zelfs dat hij er bang voor is dat de Europese Unie uit elkaar valt. Bij Zijlstra vraag ik mij dan af of dit daadwerkelijk angst is of eerder een diep gekoesterd wensbeeld.

De uitkomst van het Oekraïne-referendum werd in ieder geval door politiek Den Haag niet gerespecteerd en vormde wel de aanleiding om raadgevende referenda af te schaffen. Er schuilt een zekere ironie in het feit dat juist een D66-minister dit oude kroonjuweel van haar partij ten grave draagt. Met het referendum stopt het kabinet zo’n beetje alles in de prullenbak dat op directe invloed van burgers op de besluitvorming in ons land lijkt. Wat rest is de indirecte democratie, de gekozen vertegenwoordiging die namens ons over ons beslist. Al zit daarin wat mij betreft die merkwaardige weeffout: wij kiezen de controle op de macht (de honderdvijftig leden van de Tweede Kamer) en laten de controleurs vervolgens zelf die macht organiseren. Het leidt ertoe dat een meerderheid van de controleurs haar loyaliteit van de controle op de macht verlegt naar het instandhouden van die macht.

Toen Thorbecke in 1848 zijn fameuze Grondwet schreef, was dat in een tijd van pen en papier en een afstand tussen gekozenen en kiezers die letterlijk en figuurlijk groot was. Maar de tijden veranderen en die veranderingen gaan zeker de laatste honderd jaar enorm snel. Alles en iedereen tracht zich die veranderingen eigen te maken en werk, organisatie en leven daarop aan te passen. Behalve de politiek. Politiek Den Haag is als een beroemd Frans dorpje uit een legendarische strip dat moedig stand houdt tegen de druk van buitenaf. Voor dat Franse dorpje waren dat de Romeinen. Voor politiek Den Haag is dat ‘de burger’. De ‘kiezer’ zo u wenst.

De ‘gevestigde politieke partijen’, die tezamen amper 2% van de bevolking als lid aan zich weet te binden, houden krampachtig vast aan het huidige systeem. Al leidt het tot schampere opmerkingen van Thierry Baudet over het ‘partijkartel’ of de ‘baantjescarrousel’. Al sneert Geert Wilders dat het parlement een ‘nepparlement’ is. Al zijn er veel kleine partijen, die geen zetel in het parlement wisten te verwerven – de Vrijzinnige Partij, de Piratenpartij, de Burger Beweging, om er enkele te noemen – die aandringen op veranderingen. Zij doen dat juist om de democratie te behoeden voor verder verval en om die democratie dynamisch en levend te houden.

Het wordt immers steeds moeilijker om uit die amper 2% die lid is van een politieke organisatie voldoende kwalitatief goed politiek bestuurlijk talent te rekruteren. Het is dat kleine gedeelte van onze bevolking waaruit wij gemeenteraadsleden, wethouders, ons provinciaal bestuur, het parlement, de Eerste Kamer en ook ons kabinet rekruteren. Wat dat betreft heeft Thierry Baudet, die ongelooflijk veel onzin te berde brengt, juist op het vlak van bestuurlijke vernieuwing gewoon een punt. Daarmee is die noodzaak van bestuurlijke vernieuwing niet ineens een populistisch politiek speeltje. Althans, zo zou dat niet moeten zijn.

Op 27 januari 2017 stelde toenmalig minister Ronald Plasterk de ‘Staatscommissie Parlementair stelsel’ in. Deze staatscommissie, onder leiding van Johan Remkes heeft tot taak een advies uit te brengen over de noodzaak van veranderingen in ons parlementaire stelsel. Daarmee is er weer eens een keurslager benoemt om het eigen vlees te keuren.

Onderwijl zien wij een afkalvend vertrouwen in de politiek. Ondertussen daalt de opkomst voor verkiezingen keer op keer en groeit het percentage stemmers op populistische partijen gestaag. Inmiddels zien wij dat het in sommige gemeenten niet lukt voldoende kandidaten te vinden voor op de kieslijsten bij de gemeenteraadsverkiezingen en maakt men zich in toenemende mate bezorgd over de vermenging van criminele elementen en de politieke wereld.

Tweederde van onze bevolking is voor een gekozen burgemeester. Het zou een mooie stap zijn om in gemeenten vooralsnog gemeenteraden te blijven kiezen zoals wij gewend zijn dat te doen, maar om daarnaast een burgemeester te kiezen die zich politiek programmatisch presenteert en die zijn programma kan en mag uitvoeren met wethouders die hij daartoe zelf selecteert. Die wethouders hoeven dus niet persé uit politieke partijen afkomstig te zijn. Evenmin als die burgemeester zelf. De huidige wetgeving – sinds de invoering van het dualisme – biedt al ruimte voor wethouders van buiten het politieke circuit, maar die mogelijkheid wordt nauwelijks benut. Je geeft met zo’n verandering burgers de ruimte zowel de macht als de controle op de macht in de eigen gemeente te kiezen.

Daarnaast blijft het in mijn ogen noodzakelijk om ook een noodrem in te bouwen in ons parlementaire systeem. Bij cruciale beslissingen zou de bevolking met een correctief referendum besluiten van kabinet, ook al zijn die bekrachtigd door de Tweede en Eerste Kamer, moeten kunnen blokkeren. Dat gaat nog een stapje verder dan zoiets als een raadgevend referendum. Daarvan weten we inmiddels dat de politiek maar al te simpel zo’n advies negeert. Want was de les van het Oekraïne-referendum voor ‘politiek Den Haag’ dat de bevolking een referendum niet aankan; de bevolking leerde op nagenoeg hetzelfde moment dat de politiek het volk negeert als het erop aankomt.

Ik ben bang dat de staatscommissie van Remkes straks vaststelt dat de noodzaak tot verandering er niet is. Maar ik laat me graag verrassen. Wellicht blijkt het tegendeel. Enige haast is in ieder geval wel geboden, want de polarisatie in de samenleving wordt steeds meer manifest, het populisme groeit en groeit en het vertrouwen in de politiek neemt omgekeerd evenredig af.

Geef een reactie

Laatste reacties (58)