259
1

Blogger en vertaler

Renée Olsthoorn (1952) studeerde Frans aan de School voor Taal- en Letterkunde in Den Haag. Sinds 1994 werkt ze als zelfstandig vertaalster Frans en Engels. Samen met dochter Simone (historica en journaliste) voert ze het blog "Nogal Irritant". Renée is getrouwd met beeldend kunstenaar en universitair docent Bernard Olsthoorn met wie ze twee kinderen heeft

Renée O’s Fitting Room Fit

Een verwoede zoektocht naar perfecte, figure hugging jeans

Bijna wanhopig sta ik voor mijn klerenkast. Echt he-le-maal niets om aan te trekken! Damn! Nou ja, dat is natuurlijk niet waar, er hangt van alles. Maar nou net niet waar ik zin in heb: figure hugging jeans.

Mijn sportschoolbezoek – drie keer per week al een jaar lang – maakt dat het gros van mijn kleren nu twee maten te groot is en bijzonder onflatteus om me heen zwabbert. Zodoende doet mijn garderobe mijn prestatie qua gewichtsverlies en spierontwikkeling volledig teniet, en dat duld ik niet langer.

Toegegeven, lieve lezer, ik ben wat ijdel, maar ik lees ook goede boeken hoor!

*wink*

Anyway, met tegenzin doe ik een (te wijde) broek aan die ik met een riem op zijn plaats houd, trek er een gezellig truitje bij aan en rond een en ander af met mooie suède pumps en een klassiek colbert met visgraatmotief. Vervolgens doe ik mijn mooiste winterjas aan, pak mijn tas, check of portemonnee en sleutels erin zitten en loop naar de halte van tram 17 richting ons mooie Haagse stadscentrum om met dochterlief eens serieus te gaan funshoppen.

Helaas zal spoedig blijken dat de enige fun mij wordt bezorgd door het gezellige gebabbel van mijn dochter dat ik onder het genot van een overheerlijke latte en bagel met cream cheese glimlachend aanhoor. Het deel shoppen bevalt me een stuk minder.

Waar was ik ook alweer op uit? O ja, figure hugging jeans! Een makkie, zou je denken. Niets is echter minder waar! Keuze zat, daar ligt het niet aan, maar daar zit hem nu juist de kneep. Honderden broeken maar steeds óf te jeugdig, óf te vulgair, óf met een zichtbaar verkeerde pasvorm; te wijde pijpen, te smalle pijpen, veel en veel te lange pijpen, met opzet ‘vervaardigde’ gaten (!)… Kortom, er komt geen einde aan mijn afwijzingen, en ik drijf mijn dochter tot wanhoop. Goed, ik kies ten slotte een stuk of drie modellen uit om te passen, in verschillende maten omdat ik niet precies weet welke maat ik heb.

Oh joy!

Na een minuut of wat – in mijn beleving een uur of wat – in een rij blasé kijkende, trendy geklede, perfect gemaquilleerde en gemanicuurde tienermeisjes te hebben gewacht op mijn beurt bij de pasruimte, wurm ik me met de armen vol textiel in een van de pashokjes. Goed, waar laat ik die broeken? Ze zaten niet aan knaapjes dus ik kan ze niet aan de haken ophangen. Reeds licht zuchtend, al ietwat verhit, deponeer ik ze op het tassenplankje… zo goed en zo kwaad als het gaat.

Met frisse tegenzin begin ik me van mijn jas, colbert en schoenen te ontdoen… Het is bloedheet in het pashokje, en ik voel dat mijn oksels beginnen te klotsen. Ik werp een blik in de spiegel. Had ik dat maar niet gedaan: in de helverlichte ruimte zie ik een klein bezweet puffend vrouwwezen met een chagrijnige blik in haar ogen en ontevreden omlaag getrokken mondhoeken, die er bovendien… veel dikker uitziet dan ze dacht dat ze was! Dat verdomde licht ook, die ellendige goedkope wáánzinnig slechte paskamer spiegels!

Goed, ik heb A gezegd, laat ik dan ook maar B zeggen. Ik wurm me in het eerste exemplaar. Fout: van voren zit hij goed, maar van achteren regent het in, ofwel hij staat wijd open. Weg ermee! O nee hè! De rits wil niet open. Wat nu? Het reeds genereus gulpende zweet begint nu ook op mijn voorhoofd te parelen. Ik pak een Kleenex om voorhoofd, hals, oksels en klamme handen te deppen.

Rustig blijven, meisje, rustig, kalmte slechts kan je redden, prent ik mezelf in.

Met mijn kippige ogen bekijk ik hoe de stof er precies tussen is gekomen, om met overleg te proberen hem via dezelfde weg terug schadevrij los te krijgen. Het lukt, eventually, en heup schuddend duw ik met mijn handen de broek omlaag.

Na een keer heel diep in- en uitgeademd te hebben en mezelf moed ingesproken te hebben, trek ik de tweede broek aan. Nog erger, ik lijk wel een Kozak! Over dijen en heupen is de broek wijd, het kruis hangt laag, maar van onderen zijn de pijpen strak.  Een hippe drollenvanger. Even kijken welk modehuis zo’n hekel aan de vrouw heeft dat het haar het liefst voor aap laat lopen. Hm… een mij onbekende naam.

Weg ermee! Dochter en ik zijn het eens: de eerste twee kunnen terug in het rek.

Driemaal recht is scheepsrecht dan maar? Buiten het pashokje hoor ik een hoop geroezemoes. Is het gemopper? Houd ik het hokje te lang bezet? De gedachte alleen al jaagt me op, mijn zweetklieren reageren dan ook onmiddellijk. Na er nog een Kleenex tegenaan te hebben gegooid, waag ik me aan – of liever gezegd ín – de derde broek.

Het opgetrokken neusje van mijn dochter spreekt boekdelen als ik hem show. Nee, dat is hem ook niet. Ik krijg een schier onbedwingbare aanvechting om te gaan gillen. Ik beheers me echter.

“Weet je wat, schat”, zeg ik ietwat amechtig, met mijn hand mijn voorhoofd wissend. “Ik heb eigenlijk helemaal geen zin in een broek, we gaan wel even neuzen bij die nieuwe schoenenwinkel waar we net langs liepen.”

Dochters mooie bruine ogen vertellen me dat ze dat een uitzonderlijk goed idee vindt…

Dit artikel verscheen eerder op het weblog Nogal Irritant

Geef een reactie

Laatste reactie