Laatste update 18:17
943
9

Geboren 1969, Rotterdam. Vertaler. Woonachtig in het zuiden van Italië.

Robert de Niro’s Waiting

Wat wij mooie talen of dialecten vinden, heeft in de eerste plaats te maken met onze vooroordelen en daarna, op enige afstand, met onze eigen ervaringen

Vakantiewebsite Zoover heeft eens laten onderzoeken welk accent de Nederlander het mooist vindt, en ik ben juist iemand die liever niet over mooi en lelijk praat als het om taal gaat. Natuurlijk kun je over de klanken en melodieën van een accent, dialect of taal een esthetisch oordeel vellen, maar de vraag is of we dat ook echt doen. Ik denk het niet.

Mijn generatie keek met een scheef oog naar een leraar Duits die oud genoeg was om de oorlog te hebben meegemaakt: dat klopte volgens ons niet. Het was geen erg populair vak; Nederlanders gingen er dan ook prat op dat ze geen Duits spraken en dat ze Duits een lelijke taal vonden. Mijn eerste Duitse woordje was Wiedergutmachung – geleerd van mijn vader. Duitsers die ons in onze Nederlandse auto met een kaart in de weer zagen op een Raststätte en kwamen helpen, kregen van hem nadat we weer verder gereden waren altijd de kat: volgens hem waren ze alleen maar vriendelijk uit schuldgevoel. Zo opgevoed klinkt op een gegeven moment alle Duits als een gesnauwd bevel.

Waiting
Fiat 131 Mirafiori 1300 CL | Foto: Rob van Kan

Van het Italiaans daarentegen worden sommige mensen helemaal lyrisch. Nederlanders zijn ware tifosi van het Italiaans. Tyfuslijders dus. Zelfs de naam Mirafiori wordt bejubeld – wat een schit-te-rende naam voor een auto is dat toch! De Nederlander laat het nog een keer over de tong rollen en maakt er een misplaatst theatraal handgebaar bij. Hij denkt daarbij wellicht aan weidse Toscaanse heuvellandschappen met wijngaarden, dorpjes en cypressen. In werkelijkheid is Mirafiori de naam van de Fiat-fabriek in Turijn en de behoorlijk grauwe arbeiderswijk die er omheen ligt.

Ik ken het Italiaans als een bijzonder formele taal. Borden langs de weg zijn voorzien van onleesbare juridische formuleringen. De titels vliegen je om de oren; wie voorzitter is van de plaatselijke vereniging van groenteboeren laat zich al presidente noemen, parlementsleden zijn Onorevoli (Eerbiedwaardigen) en fouten in de beleefdheidsvormen kunnen hoog opgenomen worden, want ga niet voorbij aan il rispetto dovuto – het vereiste respect. Het heeft allemaal een stijfheid die aan het Duitsland van pak ‘m beet veertig jaar geleden doet denken. En daar dan de oostelijke helft van.

Het prachtige Florence mag zich graag “de wieg van de Italiaanse taal” noemen, een claim overigens waar de meningen over verdeeld zijn, maar het kindje is opgegroeid in een stoffig kantoor tussen stapels ambtelijke stukken. Geloof me – ik ben in dat kantoor geweest toen ik een boete moest betalen. De ambtenaar van dienst was een charmante, praatgrage en humoristische vrouw die in haar eentje uitstekend de weg wist in het woud van papierstapels. Toen ik een week later terugkwam, was ze kortaf en formeel en zat haar chef achter zijn bureau – het enige in de kamer waar géén stapels papier op lagen.

En toch… Mirafiori klinkt mooier dan Untertürkheim, waar de Mercedesfabriek staat. Waarom? Het beeld wat het bij ons oproept, is mooier. Mirafiori klinkt voor ons als een pastagerecht of een mooie wijn; Untertürkheim klinkt als een industriehel waar de zon nauwelijks door de rook heen dringt. Toch is het plaatsje aan de oostrand van Stuttgart best charmant.

Maar voor een Ethiopiër heeft Mirafiori misschien wel de smaak van mosterdgas. De tanks van de Turijnse industriegigant hebben daar, en in Noord-Afrika, en in Griekenland, en in Albanië, en zelfs in Rusland dood en verderf gezaaid. Zo kijken wij Nederlanders echter niet naar Italië; dergelijke beelden vinden we eerder bij Untertürkheim passen.

Wat wij mooie talen of dialecten vinden, heeft in de eerste plaats te maken met onze vooroordelen en daarna, op enige afstand, met onze eigen ervaringen. Het heeft met de klanken zelf niets uitstaande. Nederlanders die Arabisch lelijk vinden, en dan bij wijze van demonstratie Gggallamaggallamaggai roepen, alsof zo het Arabisch klinkt, kennen zowel die taal als hun eigen van hard schrapende G’s of gortdroog schurende R’s doortrokken taal niet.

Ook ik heb zo mijn voorkeuren, maar liever spreek ik me daar niet over uit, omdat ik veel te goed weet waar mijn gedachten over dialecten en talen vandaan komen. Zo hoorde ik voor het eerst Servisch uit de mond van Slobodan Milošević op televisie. De man had de neiging om zijn toehoorders elk woord afzonderlijk toe te blaffen – een naargeestige, hortende spreektrant die mij niet heeft overtuigd van de schoonheid die het Servisch ongetwijfeld ook in zich herbergt.

Maar er wordt in het Servisch de liefde bedreven, er wordt in het Maastrichts gescholden, er wordt in het Duits romantische poëzie geschreven en er wordt in het Frans oeverloos vergaderd. En Robert de Niro, mi spiace dirlo, spreekt nauwelijks Italiaans.

Dit artikel verscheen eerder op de blog van Rob van Kan

Geef een reactie

Laatste reacties (9)