1.252
12

Directeur Wereld Natuur Fonds

Sinds 2006 algemeer directeur van het Wereld Natuur Fonds. Voorheen werkzaam voor onder meer de Verenigde Naties, de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SNV en het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Rode kaart

Vandaag publiceerde de internationale koepel van milieuorganisaties, IUCN, de nieuwe editie van zijn Rode Lijst (http://www.iucnredlist.org/).

Sinds de publicatie van de vorige lijst, een jaar geleden, zijn er 16 soorten uitgestorven en 363 andere soorten voegen zich bij de alsmaar aanzwellende rij van bedreigde plant- en diersoorten. Eén op de 5 zoogdieren, één op de drie amfibieën en één op de 8 van alle bekende vogels wordt met uitsterven bedreigd. Van alle onderzochte en geëvalueerde plantensoorten is door de wetenschappers zelfs 70% in een of andere bedreigingscategorie geplaatst.

In Nederland, als elders, wordt het maatschappelijke debat gedomineerd door oplopende werkloosheidscijfers, de kosten van vergrijzing, de beursgang van een verzekeraar of de kosten van de gezondheidszorg. Groene organisaties liggen onder vuur omdat zij een snelle invoering van een crisis- en herstelwet zouden dwarsbomen. Maar de uitstervingscrisis die zich sluipend onder ons voltrekt, lijkt niet tot ons door te dringen.

En toch leeft diep in ons het besef dat de snelle aantasting van het natuurlijk evenwicht in onze bossen, op zee, in onze meren en waterrijke natuurgebieden wereldwijd niet zonder gevolgen kan blijven. Steeds vaker blijkt menselijk handelen de directe aanleiding voor het verdwijnen van dieren en planten. Terwijl gezonde ecosystemen letterlijk de bron zijn van ons bestaan.

Er zijn niet veel soorten die hun eigen habitat in de waagschaal stellen. De mens is er één van. Dat is nog tot daaraan toe, als nou maar eens tot ons door begint te dringen dat we -al was het maar uit puur eigenbelang- de grondslagen van onze economie echt op een andere leest moeten schoeien. We kunnen onze ogen niet sluiten voor de zich alsmaar verder doorzettende verschraling van de natuur, zonder daar op termijn een hele hoge prijs voor te moeten betalen.

Volgend jaar loopt de internationaal gemaakte afspraak onder het Biodiversiteitsverdrag af om het verlies aan soorten een halt toe te roepen. Morgen komt de Rijksoverheid in Amersfoort bijeen om met maatschappelijke organisaties, provincies en gemeenten een campagne vol goede bedoelingen te starten. Twee maanden voor tijd. Terwijl we de afgelopen 10 jaar veel te weinig hebben gedaan en nu al zeker weten dat we onze doelen in het internationale jaar van de biodiversiteit (2010) bij lange na niet halen. Dit vrijblijvende gepraat kan niet meer. Laten we in Nederland maar eens beginnen om de Ecologische Hoofdstructuur af te maken – volgens de Rekenkamer liggen we beduidend achter op schema – en goede bedoelingen omzetten in tastbare daden. In eigen land bedraagt de soortenrijkdom nog maar 15% van wat er leefde en groeide aan het begin van het industriële tijdperk. Amper 10% van ons land kan nog doorgaan voor natuur. En zelfs dan loopt het aantal soorten terug. Tijd om in eigen huis orde op zaken stellen, zodat onze stem ook aan de internationale onderhandelingstafel nog enig moreel gezag behoudt. De ontbossing in de Amazone moet stoppen, jazeker, maar om te beginnen in Nederland mag de natuur niet verder aan waarde verliezen.

Geef een reactie

Laatste reacties (12)