1.313
15

Onderzoeker

Mark Akkerman is onderzoeker bij Stop Wapenhandel, die publiceerde over onder meer wapenhandel naar het Midden-Oosten, greenwashing door de wapenindustrie en over hoe de militaire industrie verdient aan de
vluchtelingentragedie

Rode Kruis, beëindig samenwerking met wapengigant Airbus

Airbus verdient niet alleen grof geld aan de ellende van vluchtelingen, het lobbyt ook actief voor een beleid dat dit mogelijk maakt

Door: Mark Akkerman (Stop Wapenhandel) en Djuna Farjon (Stop the War on Migrants)

Rode Kruis
cc-foto: Julius Kusuma

Al enkele jaren werkt het Rode Kruis samen met de Airbus Foundation om humanitaire hulp te leveren aan vluchtelingen en migranten. “De Airbus Foundation gelooft dat dit doel onze hulp vereist omdat dit de grootste migratie- en vluchtelingencrisis is sinds de Tweede Wereldoorlog” aldus Andrea Debbanne, Executive Director van de Foundation. Ze benadrukt in een promotievideo dat de stichting het belang van hulp aan vluchtelingen inziet en vindt het daarom vanzelfsprekend het Rode Kruis te helpen met het voorzien in humanitaire hulp voor deze kwetsbare groep. Met die woorden lijkt op zich niets mis, maar de Airbus Foundation is een onderdeel van Airbus, een van de grootste wapenproducenten ter wereld. Het bedrijf is verantwoordelijk voor zowel het leveren van wapens aan dictaturen en landen in oorlog als voor het militariseren van de Europese grenzen. De Airbus Foundation en de humanitaire hulp in samenwerking met het Rode Kruis zijn vooral bedoeld om het imago van een wapenbedrijf op te poetsen.

Airbus verdient dubbel aan vluchtelingen
Door de productie en verkoop van onder andere helikopters, gevechtsvliegtuigen, raketten en kernwapens aan landen over de hele wereld verdient Airbus veel geld. Airbus verkoopt zijn wapens ook aan landen in oorlog, landen met interne gewapende conflicten, autoritaire regimes en mensenrechtenschenders. Toenmalig CEO Tom Enders, die aftreedt tijdens de jaarvergadering van Airbus in Amsterdam op 10 april jl., ging eerder dit jaar nog tekeer tegen de Duitse stop op wapenexporten naar Saoedi-Arabië. Deze stop staat wapenleveranties van Airbus aan deze dictatuur, verantwoordelijk voor oorlogsmisdaden in de oorlog in Jemen, in de weg. Het bedrijf overweegt zelfs een rechtszaak tegen de Duitse staat omdat de exportstop de afronding van het leveren van een grensbewakingssysteem voor Saoedi-Arabië, een deal van ruim 2 miljard euro, in gevaar brengt.

Met zijn wapenverkopen levert Airbus een grote bijdrage aan de oorzaken voor mensen om te vluchten. Tegelijkertijd is Airbus ook een belangrijke speler op de Europese grensbewakingsmarkt. Helikopters, grensbewakingssytemen, drones en andere militaire of technologische middelen van Airbus worden in heel Europa en daarbuiten ingezet om de grenzen van Europa steeds verder te militariseren. Zo zijn helikopters van het bedrijf in dienst bij grensbewakingsautoriteiten van onder meer Wit-Rusland, Bulgarije, Egypte, Finland, Duitsland, Litouwen, Oekraïne, Roemenië en Slovenië en leverde het grensbewakingssytemen aan landen als Roemenië, Frankrijk, Spanje, Bulgarije en Algerije. Duitsland doneerde grote aantallen Airbus-grensbewakingsmaterieel aan Tunesië. Ook is de wapengigant betrokken bij recente testen met surveillancedrones op de Middellandse Zee voor het EU-grensbewakingsagentschap Frontex. Het werkt daarbij nauw samen met het Israëlische wapenbedrijf Israel Aerospace Industries, dat bij drones en andere producten graag promoot dat ze zich hebben bewezen in de strijd, hetgeen betekent: bij militaire acties tegen Palestijnen.

Deze militarisering van de grenzen zorgt ervoor dat vluchtelingen worden gedwongen steeds gevaarlijkere routes te nemen, steeds vaker in de handen vallen van criminele mensensmokkelaars en steeds vaker sterven aan de grenzen van Europa of op weg daarnaar toe. Zo heeft Airbus een verdienmodel opgezet waarbij het twee keer profiteert: eerst door het leveren van producten die bijdragen aan de redenen voor mensen om te vluchten en een tweede keer door het voorzien van de producten om de vluchtelingen die dit tot stand brengt tegen te houden. De militarisering van de Europese grenzen draagt op geen enkele manier bij aan het oplossen van het vluchtelingenprobleem of het wegnemen van de oorzaken waarom mensen vluchten.

Airbus verdient echter niet alleen grof geld aan de ellende van vluchtelingen, het lobbyt ook actief voor een beleid dat dit mogelijk maakt. Het bedrijf heeft de afgelopen vierenhalf jaar meer dan 150 ontmoetingen met vertegenwoordigers van de Europese Commissie gehad, en had vorig jaar 11 lobbyisten in Brussel rondlopen. Daarnaast is Airbus lid van de twee meest prominente lobbyorganisaties voor de militaire en beveiligingsindustrie in Europa: de European Organisation for Security (EOS) and de AeroSpace and Defense Industries Association of Europe (ASD). Organisaties die via een effectieve lobby een belangrijke invloed hebben gehad op de koers van het Europese migratiebeleid, vooral door de framing van migratie als veiligheidsprobleem en bedreiging dat dus met militaire middelen bestreden moet worden.

Imago oppoetsen
Ditzelfde bedrijf lanceerde in 2008 de Airbus Foundation, om liefdadige activiteiten te faciliteren in een netwerk van werknemers en partners. Dit alles lijkt vooral bedoeld om het imago van het bedrijf op te poetsen en zijn medewerkers een goed gevoel over zichzelf te geven. Zo zijn op het twitteraccount van de stichting en Airbus zelf de volgende trotse woorden van de Chief Human Resources Officer te vinden: “I am proud to work in a company that cares about people.” Wrange woorden, als men denkt aan al het leed dat de producten van Airbus voor vele mensen op aarde veroorzaken. Het bestuur van de stichting bestaat grotendeels uit mensen die een hoge positie bekleden binnen Airbus zelf, waardoor van onafhankelijkheid niet te spreken valt.

Sinds 2011 werkt de stichting samen met de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen. Het samenwerkingsverband draait vooral rond het transport van voedsel, medicatie en andere hulpmiddelen naar humanitaire rampgebieden. Dit geldt niet alleen voor gebieden die zijn getroffen door natuurrampen, maar ook voor vluchtelingenkampen. Zo hielp de Airbus Foundation met transport van hulpmiddelen naar vluchtelingenkampen in Uganda, Turkije, Jordanië, Ethiopië en Dubai. Ook gaf de stichting hulpmiddelen aan het Rode Kruis, probeert het te helpen met technologische innovatie bij humanitaire hulp en doneerden medewerkers van Airbus  aan het Rode Kruis voor uiteenlopende projecten zoals het ondersteunen van Syrische en Iraakse vluchtelingen. Dat lijken allemaal op zich allemaal mooie daden, maar als men er naar kijkt vanuit het perspectief van de andere activiteiten van Airbus lijkt het slecht een doekje voor het bloeden. Toch lijkt het Rode Kruis blij met de samenwerking met de Airbus Foundation, het is één van slechts elf grote commerciële samenwerkingsverbanden. Regelmatig worden er persberichten gepubliceerd om nieuwe gezamenlijke projecten aan te kondigen en de Airbus Foundation wordt in jaarrapporten aangedragen als een voorbeeld van goede samenwerking.

Onhoudbare samenwerking
Deze samenwerking met Airbus botst nadrukkelijk met de visie van het Rode Kruis op het huidige migratiebeleid. Alhoewel het zich politiek gezien vaak terughoudend opstelt hebben vertegenwoordigers van de organisatie zich de afgelopen jaren niettemin meerdere keren zeer kritisch uitgelaten over het Europese migratiebeleid. Zij benadrukten daarbij dat dit beleid op gespannen voet staat met het recht om asiel aan te vragen en pleiten voor meer nadruk op mogelijkheden voor veilige en legale migratie.

Afgelopen november zei Francesco Rocca, voorzitter van het Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen, bij een conferentie: “Restrictief immigratiebeleid creëert een nieuwe wereldorde die drempels opwerpt naar basisvoorzieningen en daarmee migratie tot een werkelijke humanitaire crisis maakt. Deze drempels zijn een cadeau voor mensenhandelaren.”

Het Europese Rode Kruis toont zich in het bijzonder bezorgd over het grensexternaliseringsbeleid van de EU, waarbij landen buiten Europa veel geld en middelen krijgen om migratie al daar te stoppen. Zo keerde het zich tegen de migratiedeal met Turkije. In 2013 stelde Leon Prop, toenmalig directeur van het Rode Kruis EU Kantoor in Brussel, al in het algemeen dat het Europese beleid van externalisering “een verschrikkelijk effect op de toegang tot steun” heeft en “het leveren van humanitaire steun” bemoeilijkt. Ook de militarisering van grenzen en het opvoeren van grensbewaking is een pijnpunt voor het Rode Kruis. In 2016 zei Naci Yorulmaz, vice-voorzitter van de Turkse Rode Halve Maan: “Alle beleidsmakers moeten begrijpen dat hekken, muren en strikte grenscontroles geen oplossing voor migratieproblemen zijn geweest of zullen zijn.” Zo lijkt de kritiek van het Rode Kruis lijnrecht in te gaan tegen het beleid dat Airbus via diens machtige lobby voorstelt.

Het Rode Kruis zou aan kritische zelfreflectie moeten doen wat betreft de samenwerking met de Airbus Foundation en moeten stoppen met dit samenwerkingsverband. Een organisatie die zichzelf tot doel stelt om menselijk leed te verlichten en vrede te bevorderen kan niet samenwerken met een bedrijf dat juist veroorzaker is van menselijk leed en oorlog.

Geef een reactie

Laatste reacties (15)