32.598
127

Journalist

Tahmina Akefi is journalist en schrijver. Ze heeft onder andere voor het NOS Journaal, Radio 1 en BBC Persian gewerkt. Haar debuutroman 'Geen van ons keek om' verscheen in 2011. 'De jongen van de oude stad', haar tweede boek, wordt in het voorjaar van 2015 gepubliceerd.

Rot op naar je eigen land

De woorden: 'Ik zou in mijn eigen land naar een oplossing zoeken', voelden als een mes tussen mijn ribben

De uitzendingen van het EO-programma ‘Rot op naar je eigen land’ heb ik achter elkaar via uitzending gemist bekeken. Hoewel die voor mij weinig nieuws bevatten -de ellende van het vluchtelingenbestaan heb ik tenslotte zelf als kind meegemaakt- vond ik het moeilijk en pijnlijk om naar te kijken. Maar ik was ook nieuwsgierig of de kandidaten die meededen, aan het eind van de rit van standpunt zouden veranderen.

Bij Sandra was dat snel het geval. Willeke daarentegen bleef maar volhouden dat de vluchtelingenproblematiek niet de onze is en dat Nederland de grenzen moet dichtgooien. Even dacht ik dat ze het moeilijk had en het daarom niet meer volhield. Ze besloot vroegtijdig eruit te stappen. Voordat ze dat deed -het was vlak nadat ze bij een vuilcontainer had staan toekijken hoe de andere deelnemers samen met een Syrische vrouw en haar zoontje naar eten zochten- zei ze dat haar mening niet veranderd is. “Wat zou jij doen als je in hun schoenen stond?” vroeg de presentator. “Ik zou in mijn eigen land naar een oplossing zoeken”, antwoordde ze. Ik stopte de uitzending. Even dacht ik dat ze er iets van begrepen had, dat ze zich iets kon voorstellen van de situatie waarin vluchtelingen verkeren. Zeker na het gesprek met de Syrische moeder die leeft van etensresten uit een afvalcontainer. De woorden: “Ik zou in mijn eigen land naar een oplossing zoeken”, voelden als een mes tussen mijn ribben.

Ik zal je wat vertellen, beste Willeke. Ik kom uit Afghanistan. Ik was negen toen de burgeroorlog uitbrak en op mijn twaalfde zijn wij gevlucht. Mijn ouders, vooral mijn vader, hadden een hekel aan het woord vluchten, want niemand is zo gek om alles wat hem of haar lief is, alles wat hij of zij een leven lang heeft opgebouwd, voor de lol achter te laten. NIEMAND! Anders hadden we veel eerder het land verlaten toen we met een paspoort uit Afghanistan naar Nederland of waar ook ter wereld naartoe konden gaan. Ja, die mogelijkheid hadden we, maar er was toen geen enkele reden om het land te verlaten.

En ja, tijdens de oorlog hebben wij geprobeerd -zoals jij zegt dat je dat zou doen als er oorlog was in jouw land- om een oplossing te vinden zodat we niet hoefden te vluchten naar een ander land. Daarom hielden we het drie jaar vol. Er waren dagen dat er meer dan tweeduizend raketten op Kabul werden afgeschoten. We zaten dan in de kelder en mijn vader zei: “Heb geduld, dit houden ze niet lang vol. Het komt goed.” Drie jaar lang. Ik snap dat jij niet weet wat oorlog betekent en ik hoop dat je er nooit achter komt, maar oorlog betekent niet alleen maar raketten die op je afkomen. Langzaam raak je alles kwijt. De scholen zaten vol met vluchtelingen. De meeste leraren waren weg.

Degenen die het volhielden, gaven les op de dagen dat het rustiger was. Dan deelden de leerlingen die de weg naar school hadden gewaagd een lokaal met een gezin. Onze tafels en stoelen waren weg. Opgebrand om de raamloze lokalen enigszins warm te houden. Ik weet niet wat jij zou doen beste Willeke, maar er waren veel ouders die hun kinderen in een oorlogssituatie naar school stuurden. Waarom? Omdat ze hoop hadden! Hoop op een toekomst in eigen land!

Het duurde niet lang voor het naar school gaan helemaal onmogelijk werd. We vluchtten naar een andere plek in Kabul waar het relatief rustig was. De raketten achtervolgden ons, zo leek het en dus hielden we het daar niet lang vol. We gingen naar het huis van een familielid dat zelf het land had verlaten. Inmiddels waren mijn ouders alles wat er in hun huis zat kwijt. Meegenomen door de baardmannen die een ‘heilige’ oorlog voerden en wanneer het even rustig was, onze huizen plunderden. Of het in brand staken uit frustratie dat het huis leeg was. Van de meeste huizen waren ook de deuren meegenomen. Hout was erg duur omdat het nagenoeg de enige brandstof was. Ook de kozijnen werden meegenomen, evenals de kranen uit de badkamer.

Mijn ouders hadden allang hun baan verloren en mijn moeder mocht als vrouw weinig meer doen dan thuis zitten. Noodgedwongen begon mijn vader iets dat op een winkeltje leek. Het winkeltje bevond zich in het centrum dat bijna dagelijks doelwit was van raketbeschietingen. Hoe vaak heb jij je vader bebloed thuis zien komen, alsof er een gebouw op hem is ingestort, beste Willeke? Ik vaak. Ik was gewend geraakt aan het idee dat we elk moment dood konden gaan. Eigenlijk voelde de dood als verlossing. Maar dat beeld van mijn vader, huilend omdat hij alweer getuige was van een bloedbad, het zoveelste kind dat net in de armen van haar vader haar laatste adem uitblies, dat beeld wilde maar niet wennen.

Nog pijnlijker was de beslissing om het op te geven en weg te gaan. Want hoe meer je kwijtraakt, hoe meer je waardeert wat er nog over is. Wat er voor ons over was, was ons vertrouwde plekje, onze stad, ons land waar we ooit gelukkig waren. Na drie jaar was de strijd gestreden. Er zat niets anders op dan ook dat laatste op te geven.

Denk ook niet, beste Willeke, dat ik of mijn familieleden, bij aankomst in Nederland dachten: laten we hier lekker achterover leunen en kijken hoe we kunnen profiteren van datgene waar een ander hard voor werkt. Wij als kinderen van twee mensen die alles kwijt zijn, wisten, weten en zullen nooit vergeten waarom onze ouders hun land ontvluchtten. Ik moest iets van mijn leven maken. Een plekje vinden in de nieuwe samenleving waar ik was terechtgekomen.

Niet omdat jij, beste Willeke, vindt dat ik me als vreemdeling, moet aanpassen. De jaren van oorlog waarin niets meer mogelijk was, in de tijd dat ik alles over had voor een pen en een stukje papier, hebben mij geleerd om te dromen en die dromen na te jagen. Om niet op te geven. Met die mentaliteit kwam ik jouw land binnen. Wat ik hier zag, waren mogelijkheden. Ik was niet verbitterd, ik zag geen beren op de weg. Ik had mijn dromen en in Nederland zou ik ze waarmaken. Dat deed ik. En dat zal ik blijven doen. Ik hoop voor jou, beste Willeke, dat de reis voor het EO-programma toch nog iets veranderd heeft in jou, dat je daardoor je angst opzij kunt zetten en in plaats van alleen maar problemen, mogelijkheden kunt zien. Want jouw land barst van mogelijkheden. Ja, nog steeds. Ondanks alle ‘ellende’.


Laatste publicatie van TahminaAkefi

  • Geen van ons keek om

    2011


Geef een reactie

Laatste reacties (127)