716
7

Journalist, publicist

Uitgever en hoofdredacteur van www.amerika.nl

Russell Shorto vermomt zich als journalist. Geen goed idee.

Het is altijd verrassend om iemand in een buitenlandse krant over jouw stad te zien schrijven.

In het magazine van The New York Times doet Russell Shorto dat, directeur van het John Adams Institute hier in Amsterdam en beter bekend als schrijver van een boek over de zeventiende eeuwse Nederlanders in wat nu Manhattan is.

Verrassend omdat het in zekere mate confronterend is om een buitenstaander over je eigen samenleving te zien schrijven. Het probleem met Shorto is dat hij niet echt een buitenstaander is. Hij is deel van de Amsterdamse grachtengordel en zijn verhaal over Job Cohen als de ‘Nederlandse kandidaat met een programma van integratie’ is een inside job. Hij vindt Cohen te aardig en heeft hem al veel te vaak ontmoet in hoedanigheden dat Shorto zich niet posteerde als journalist.

Het verhaal is begonnen toen Cohen meteorisch omhoog schoot in de peilingen; pas verderop wordt de kanttekening gemaakt dat nu de VVD en Rutte de leiding hebben overgenomen omdat economie belangrijker wordt gevonden door de kiezers dan integratie. En het PvdA programma gaat helemaal niet over integratie. Over de rare nota die de partij twee jaar geleden uitbracht, rept Shorto niet. Hij vertelt ook niet wat het programma zou inhouden, hij is vooral bezig met de persoon Cohen.

Probleem voor Shorto is dat zijn verhaal nu juist was begonnen op de premisse dat integratie de doorslaggevende issue zou zijn. Zo bevestigt Shorto het beeld dat buitenstaanders hebben: dat Nederlanders allemaal bezig zijn met integratie, of beter gezegd, de problemen van niet integratie.

Zijn analyse past in dat cliché. Volgens Shorto ligt Nederland (Europa) ver achter bij de VS in zijn capaciteit om een waarlijk multietnische samenleving tot stand te brengen en ‘nieuwkomers burgers te maken’. Hij schrijft schijnbaar voorzichtig dat er ‘enige waarheid’ is voor deze stelling. En gaat vervolgens over tot de orde van de dag, uitleggen waarom dat in Nederland het geval is. Ook het multiculturalisme als beleid komt weer om de hoek, alsof er in Nederland ooit een bewust beleid was om mensen in hun eigen groepen te houden (als bewust beleid is dat heel wat anders dan het doorlopend verzuilingsbeleid dat Nederland eind vorige eeuw nog steeds kende).

Helaas, Shorto slaat de plank mis. Hij had beter moeten weten want de lezingen die ik nota bene voor zijn eigen John Adams Institute houd, wijzen al op een andere ervaring: de integratie in Nederland gaat stukken sneller dan in de VS. Kinderen van immigranten maken grotere sprongen dan hun equivalenten in Amerika ooit voor mogelijk konden houden. Ze wonen beter, hebben beter onderwijs, betere gezondheidszorg, betere voorzieningen dan in welk immigratieland dan ook. Dat komt niet omdat ze dat toegeschoven krijgen maar omdat Nederland veel meer kansen biedt aan iedereen. En veel etnische Nederlanders maken daar gebruik van.

Enfin, dat paste niet in Shorto’s verhaal waarin Van Gogh en Hirsi Ali natuurlijk prominent figureren – al was het maar omdat Cohen toen de boel bij elkaar hield. Shorto citeert Scheffer om te vertellen dat Cohen ondoorgrondelijk is. Waarom staat er niet bij. Misschien omdat Cohen een andere visie heeft op de voortgang van de integratie dan Scheffer, maar we zullen het niet weten.

Shorto eindigt met Marcouch, ‘leider’ van Slotervaart, ‘one of the city’s troubled districts’ – een onzin stelling die gedeeld wordt door de gemiddelde Nederlander maar niet door mensen die in of vlak bij Slotervaart wonen (voor de goede orde: 45.000 inwoners waarvan zo’n 9000 Marokkaans en 24.000 autochtoon). Marcouch wordt opgevoerd als een interessant alternatief, een nieuwkomer die ‘de manier van doen van zijn geadopteerde land heeft geïnternaliseerd en toepast met een intensiteit die de lokalen verloren hebben’. Ik heb die zin een paar keer gelezen maar ik begrijp hem nog steeds niet.

Wat ik wel begrijp is dat de lezers van de New York Times een raar idee moeten hebben over wat er momenteel in Nederland gebeurt. En ook begrijp ik dat Shorto niet de distantie heeft die een goede correspondent nodig heeft om aan buitenstaanders verslag uit te brengen. Hij had de verleiding moeten weerstaan.

Lees hier het stuk van Russell Shorto.

Geef een reactie

Laatste reacties (7)