2.829
138

Analist internationale politiek, Brussel

Tijdens zijn loopbaan bij de Europese Commissie in Brussel vervulde Willem-Gert Aldershoff diverse functies in de departementen voor Internationale Betrekkingen en Binnenlandse Zaken en Justitie. Sinds enkele jaren werkt hij in Brussel als onafhankelijk adviseur en publicist inzake de betrekkingen tussen de Europese Unie en Israël-Palestina.

De afgelopen maanden verschenen bijdragen van hem in de Israelische krant 'Haaretz' en op het blog 'Open Zion' van Peter Beinart in New York. Daarnaast houdt hij zich bezig met Oekraïne.

Russische dienstplichtigen onder valse voorwendselen in Oekraïne ingezet

Russische soldatenmoeders ageren tegen inzet van hun zonen in Oekraïne 

Alleen de grootste naïevelingen in het Westen geloven nog dat er geen aanzienlijke aantallen Russische militairen in Oost Oekraïne vechten met zwaar Russisch militair materieel. De laatste weken stapelen de aanwijzingen en bewijzen zich echter op.

Wie de feiten recht wil doen, moet spreken van een Russische “militaire invasie” in Oekraïne en van een staat van oorlog tussen Rusland en dit aan de Europese Unie grenzende land. Westeuropese landen, met uitzondering van de door hun Soviet-ervaring getekende Baltische staten en Polen, willen dit nog steeds niet voor waar houden. Zij blijven hun kop in het zand steken en spreken liever van “ongeoorloofde Russische grensoverschrijdingen”.

Sinds mei van dit jaar stond al onomstotelijk vast dat gewapende Russische huurlingen in Oost Oekraïne actief zijn. Sommigen gaven dat zelf toe op de Westerse televisie. Afgeluisterde telefoongesprekken maakten ook de nauwe banden tussen de “separatisten” en hun opdrachtgevers in Moskou duidelijk. Daarna kwamen er steeds meer  berichten, soms ook bewijzen, over beschietingen vanaf Russisch grondgebied op Oekraïnse stellingen.

De laatste weken voegen zich daarbij  aanwijzingen en bewijzen dat er ook groeiende aantallen Russische militairen op Oekraïns grondgebied actief zijn op. Op 15 augustus kondigde een ‘separatisten’-leider in Donetsk aan dat zijn mensen ter versterking 150 pantservoertuigen en 1200 strijders uit Rusland kregen. In de daarop volgende dagen zagen Westerse journalisten tenminste drie konvooien uit Rusland ongehinderd de grens bij Krasnodon passeren.

Op 21 augustus maakte de Oekraiënse veiligheidsdienst foto’s openbaar van pantservoertuigen van Rusland’s 76ste luchtmobiele brigade uit Pskov die bij het Oekraïense Lugansk zouden zijn buitgemaakt. Ook werden foto’s van persoonlijke documenten van Russische militairen vrijgegeven. Journalisten van onafhankelijke Russische media vonden op een kerkhof bij Pskov de graven van twee mannen die op sociale media werden geïndentificeerd als Russische para’s. Volgens hun grafstenen waren ze op 19 en 20 augustus omgekomen. In het grootste geheim werden de week daarna nog eens soldaten begraven. Volgens een plaatselijke politicus waren hun familieleden zwaar onder druk gezet om met niemand te praten.

Zo werd opeens ook duidelijk waarom President Poetin op 18 augustus, zonder dat daaraan enige ruchtbaarheid was gegeven, een decreet had ondertekend dat medailles toekende aan de 76ste luchtmobiele brigade “voor het succesvol vervullen van krijgstaken”.

Op 26 augustus toonde Oekraïne’s veiligheidsdienst videopnamen van gevangen genomen Russische para’s. Volgens de Russische legerleiding waren die “per ongeluk” op Oekraïens gebied terecht gekomen. De Russische autoriteiten en vele onder overheidscontrole staande media blijven de aanwezigheid van Russische troepen in Oekraïne ontkennen. Dankzij de weinige overgebleven vrije media en sociale media onstaat gelukkig een steeds duidelijker beeld.

En nu beginnen ook  moeders van soldaten zich publiekelijk te roeren. De leugens en de doofpotpolitiek over de verschrikkingen die Russische dienstplichtigen in de twee Tsjetsjeense oorlogen (1994-1999) moesten ondergaan leidden destijds tot het ontstaan van “Comités van moeders van soldaten”. Die zetten zich actief in om de waarheid boven tafel te krijgen en beginnen dat nu opnieuw te doen.

Op 27 augustus gaf Ludmilla Bogatenkova van het “Comité Moeders van soldaten” op een vrij radio-station details over een lijst met de namen van vierhonderd gewonde en gesneuvelde soldaten. De meesten dienden bij de gemotoriseerde brigades uit Voronezh-Shumlensk (Zuid Ossetië), Shali (Tsjetsjenië) en de Shatoii (Tsjetsjnië). Enkele dagen daarvoor verschenen berichten over honderden gewonde soldaten die in ziekenhuizen in Sint Petersburg en in steden langs de grens met Oekraïne worden verpleegd. Haar collega Valentina Melnikova verklaarde op dezelfde radio dat het Ministerie van Defensie wettelijk geen bevoegdheid heeft om dienstplichtigen naar Oekraïne te sturen voor gevechtshandelingen. Zij riep moeders op om hierover bij de militaire procureurs klachten in te dienen.

Volgens de moeders en sommige journalisten krijgen Russische dienstplichtigen te horen dat ze voor militaire oefeningen naar Rostov gaan (vlak bij de grens met Oekraïne), of ‘ergens in Rusland’ en soms zelfs ‘in Wit Rusland’. Eenmaal bij de Oekraïense grens aangekomen worden ze gedwongen ‘vrijwillig’ een contract te ondertekenen om in het Russische leger te dienen. Op die manier kunnen ze voor gevechtshandelingen worden ingezet. Volgens Alexander Zacharchenko, leider van de separatisten in Donetsk vechten er inmiddels vierduizend van zulke Russische militairen in zijn regio.

Dit alles kan worden nagelezen op de Russische vrije zender Echo Moskvi.

Geef een reactie

Laatste reacties (138)