1.286
11

Spunk Redacteur

Haro Kraak (1986) is masterstudent Journalistiek en Media aan de UvA en schrijft voor Spunk. Eerder rondde hij een bachelor Sociologie af. Hij begon ooit met schrijven omdat zijn naam zo mooi zou staan op de voorkant van een boek. In 2011 deed hij mee aan de landelijke finale van Write Now. Verder schreef hij gastbijdrages voor onder andere hard//hoofd en Folia Magazine. Wilt u bijhouden wat Haro schrijft, kijk dan op zijn website www.harokraak.nl. 

Rutger zelf

Men verwacht van mij dat ik Rutger Castricum ben, dag in, dag uit. Maar ik ben ook papa Rutger, en vriend Rutger

Eindelijk alleen. Niemand die me ziet, niemand die me in de gaten houdt. Zodra ik de wc-deur achter me dichttrek voel ik hoe mijn lijf zich ontspant. De roze microfoon laat ik op de grond vallen. Ik plof neer op de pot en laat mijn hoofd in mijn handen rusten. Zonder te kijken voel ik of de deur in het slot gevallen is. Nu wil ik niet gestoord worden. Die twee keer tien minuten per dag heb ik nodig. Noem het bezinning. Anders raak ik mezelf kwijt.

Kon ik hier maar de rest van de dag blijven. Wat mensen van me denken kan me gestolen worden, daar niet van. Maar die frons op m’n voorhoofd, de onnozele blik, het begint me op te breken. Het steekt nog steeds dat ik mijn idool Frenk van der Linden heb afgeserveerd. De meesterinterviewer vragen wie hij is, terwijl zijn bundels op mijn nachtkastje liggen. Het spijt me Frenk, ik kan niet anders, als ze mijn ballon lek prikken is er geen houden meer aan. Dan zwabber ik zo leeg.

Van die Kinneging lig ik niet wakker. Dat zo’n vleespet op de universiteit lesgeeft, ongelofelijk, zulke schertsfiguren uit het stenen tijdperk had je zelfs op dat mediaschooltje van mij in Zwolle niet eens. Gelukkig werden hij en dat columnistenvrouwtje van hem lekker hard aangepakt door Pauw en Witteman. Ik moest toch even terugdenken aan mijn eigen optreden bij DWDD. Hoe Matthijs me genadeloos liet zweten, terwijl hij en zijn consorten normaal zo lief zijn.

Matthijs kan ook nooit zichzelf zijn, maar hij mag tenminste aardig zijn voor de mensen, hij mag pleasen. Ik moet altijd maar afbranden, dom zijn, niet uit laten praten. Na de oproep van Naema Tahir om treiterjournalisten te weigeren op het Binnenhof mocht ik een item maken waarin ik de politici vroeg of ik van ze mag blijven. Zij dachten er net zo over als ik: eindelijk een keertje geen ruzie hoeven te maken. Opeens was ik hun beste vriend, want ze hadden niets van me te vrezen. Dat voelde zo goed.

Ik vroeg mijn baas Dominique Weesie of we niet meer van die happy tv kunnen maken. Een beetje vrolijkheid op de buis. Maar hij gaf niet mee. Hij wil de omroep niet verloochenen, “we moeten dicht bij onszelf blijven,” zei hij. Hij moest eens weten hoe ver ik van mezelf verwijderd ben. Dat ik ‘s nachts mijn zoontje wakker maak en hem verhalen vertel over vroeger. Over de tijd toen Rutger nog Rutger zelf was. Toen ik de boeken van Herman Hesse las. En naar Simon & Garfunkel luisterde. Toen mijn Daphne en ik nog samen De Socialist lazen en op felle toon discussieerden over de toekomst van ons land. Ik heb het allemaal laten varen. En voor wat?

Om de naargeestige clown van Nederland te worden, de kampioen van de stoute vragen. Zoals ik vroeger wakker schrok van clown It die door het scherm sprong, zo ontwaken de Jobs, de Piet-Heins en de Alexanders badend in hun eigen angstzweet met mijn kop op hun netvlies. Ik teer erop, maar het vreet me ook op. Men verwacht van mij dat ik Rutger Castricum ben, dag in, dag uit. Maar ik ben ook papa Rutger, en vriend Rutger. Ik ben Rutger die naar The Voice Kids kijkt en van Bugles met roomkaas houdt. Ik ben Rutger die er vroeger van droomde om minister-president te worden. Goedendag, ik ben premier Castricum, recht voor zijn raap, zeker als de rapen gaar zijn. Enfin. Ooit. Misschien.

Voor het eerst in tien minuten open ik mijn ogen. Ik kijk op mijn horloge. Hoog tijd, ik moet door. Nederland wakker schudden. Regenten bij hun kladden grijpen. Het witte wc-hokje is steriel. Totaal onbevlekt. Puur als een kleuter. Uit mijn binnenzak haal ik een zwarte marker. In zwierige letters schrijf ik: “Rutger Rules.” Zo, denk ik, die zit.

Dit artikel verscheen eerder op Spunk.nl

Volg @Harokraak ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (11)