1.700
5

Historicus en popproducer

Xavier François Baudet (Groningen 1975) is muziekproducent en schrijver van artikelen over politiek en popcultuur. Hij studeerde Amerikaanse- en Sociale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden en schreef zijn scriptie over de wisselwerking tussen de Amerikaanse Burgerrechtenbeweging en de doorbraak van Rock ’n Roll. Zijn bijzondere interesse hebben The Beatles, Zeppelins, Kennedy, de EU en de Amerikaanse verkiezingen. Als producer was hij onder meer betrokken bij het album The Hunt van de art-rock formatie Glossy Jesus.

Rutte en Aboutaleb: wees duidelijk maar speel extremisten niet in de kaart

Het ware beter als zij en anderen niet zo opzichtig hun spierballentaal zouden uiten

“Uitlatingen als ‘rot op als het je hier niet bevalt’, van de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb, of ‘liever daar sterven dan terugkomen’ van premier Rutte helpen niet”, stellen twee experts, Edwin Bakker en Peter Grol in hun boek  Nederlandse jihadisten. Van naïeve idealisten tot geharde terroristen, dat woensdag verscheen.

cc foto: Jessica Wilson

Enerzijds komt de kritiek van Bakker en Grol natuurlijk over als de bekende mantel der liefde waarmee al langer wordt geprobeerd multiculturele problematiek aan het zicht te onttrekken. Anderzijds heeft het wel degelijk een zelf-versterkend effect om aan die problematiek steeds zo veel aandacht te besteden. Het zelfde geldt voor (islamitisch) terrorisme in het algemeen. Terrorisme is voor een optimaal effect afhankelijk van de impact die het op ons heeft. Door ons er zo extreem over op te winden (hoe begrijpelijk ook) laten we de terrorist slagen in zijn opzet. En met de aandacht die wij hem schenken werft hij z’n opvolgers.
Inhoudelijk ben ik het eens met Aboutaleb en Rutte, maar het ware beter als zij en anderen niet zo opzichtig hun spierballentaal zouden uiten. Vermoedelijk houdt het geen enkele Jihadi tegen, al helpt het wel om de Nederlandse burger gerust te stellen dat het gezag diens zorgen serieus neemt. Idealiter leefden we echter in een land waar dat helemaal niet nodig was, omdat de norm iedereen ook zonder geschreeuw duidelijk is. Mijn kritiek op Aboutaleb en Rutte is dus ook een beetje kritiek op bijvoorbeeld Alexander Pechtold die schande sprak van Rutte’s opmerking. Het is ook kritiek op het intellectuele klimaat van vergoelijking van religieus geweld zolang het maar niet Joods of Christelijk is. Dat klimaat maakte het wenselijk dat een immigrant met een voorbeeldfunctie als Aboutaleb zich uitsprak en dat de premier aangeeft dat onze bereidheid om weg te kijken ook grenzen kent.

Het positieve effect van die uitspraken is dat de samenleving daadwerkelijk langzaam maar zeker weer gaat vertrouwen op z’n leiders, een cruciale voorwaarde als we willen dat polarisatie afneemt. Die polarisatie is er namelijk slechts omdat sommigen totáál geen vertrouwen meer hebben in de richting die het land inslaat. Dat gebrek aan vertrouwen gaat gepaard met pure angst, die zich weer vertaalt als woede jegens degenen die die angst wegwuiven. Maar na verloop van tijd is het klimaat echt wel hard genoeg voor het deel van het electoraat dat fungeert als brug tussen de extremen en het centrum.

In die fase hoeft een premier niet meer op te scheppen, want iederéén vindt dan dat iemand die zichzelf en anderen wil doden voor zijn geloof dat natúúrlijk beter ergens anders kan doen. In zo’n klimaat neemt de kans op toekomstige oplevingen van radicalisme af omdat je daar simpelweg geen medestanders voor kunt vinden. Wie zich hier wil vestigen heeft dan ook een duidelijker idee wat er precies van hem verwacht wordt.

Echter ook zo’n fase duurt niet eeuwig. Want zo als ik het hier boven beschrijf was het ongeveer in de jaren ’50 en ’60. ‘Streng doch rechtvaardig’. Ook toen werd vanzelfsprekend geacht dat je bepaalde dingen gewoon niet doet. Naar mate de dominante westerse cultuur minder ging betuttelen (zie ook *secularisatie) groeide tevens de onduidelijkheid voor nieuwkomers en werd voor hen de aantrekkingskracht van de eigen, bekende, gemeenschap groter. Die gemeenschap werd zelf uiteraard ook groter.

Zo kon een generatie opgroeien die in een soort niemandsland leefde: te westers om te aarden in ontwikkelingslanden, maar te behoeftig aan strenge regels en duidelijke structuur om aansluiting te vinden bij een liberaal-democratisch, post-religieus Nederland. Voor velen van hen biedt het salafisme anno 2017 precies de structuur die ze zoeken en de jihad het avontuur en het heroïsche zelfbeeld dat noch de moderne Nederlandse, noch de Marokkaanse samenleving kon bieden.
Wellicht wordt dat dus minder als we strenger worden en die normen die we rond verkiezingstijd altijd  ‘joods-christelijke waarden’ noemen wat meer als leidraad hanteren. Wellicht neemt daardoor onze eigen angst af en bieden we nieuwkomers meer aanknopingspunten voor een succesvolle integratie. Aan de reacties op de recente provocaties van Erdogan te merken is het intellectuele klimaat in Nederland ook bij bijvoorbeeld GroenLinks inmiddels veel minder wegwuiverig en struisvogelig geworden en veel meer ‘gedraag je of blijf weg’.

Als de overgrote meerderheid inmiddels inderdaad op die lijn zit is het voldoende om dat op kalme toon uit te spreken en niet in bewoordingen die wervend kunnen zijn voor extremisten.

 

Geef een reactie

Laatste reacties (5)