6.185
138

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Rutte hield een mooie, inspirerende en waarachtige speech

Toch: als hij na het eind van deze nachtmerrie zijn voormalige zelf herontdekt en terugkeert naar oude vormen en gedachten, dan heeft hij op dinsdag 31 maart 2020 alsnog kiezersbedrog gepleegd

“Een historische toespraak? Schei toch uit!” Dat schreef ik twee weken terug over de woorden waarmee premier Rutte Nederland op slot zette. Dinsdagavond kondigde hij aan dat alle maatregelen tot 28 april worden verlengd. Eerlijk is eerlijk: nu was de premier een stuk beter. Hij sprak kort en zakelijk. Hij motiveerde de achtergrond van het kabinetsbesluit helder. Hij maakte duidelijk dat alles gegrondvest blijft op de burgerzin van ons Nederlanders. In dat verband gebruikte Rutte de term “volwassen democratie”. In een volwassen democratie worden noodmaatregelen niet van bovenaf opgelegd. Ze wellen als het ware uit de boezem des volks op nadat ministers op grond van wetenschappelijk advies duidelijke aanwijzingen hebben gegeven.

RutteMet deze woordkeus spoorde de minister-president tussen de regels door lagere gezagsdragers aan om hun vertrouwen in de goede wil van de Nederlanders tot grondslag te maken van hun bestuurlijke aanpak. Datzelfde geldt voor de ambtenaren die de economische noodvoorzieningen in werking moeten stellen.

Tegelijk durfde Mark Rutte te zeggen, dat we nog niet aan het eind van het begin waren. Daarmee parafraseerde hij Winston Churchill die na de eerste grote Duitse nederlaag bij El Alamein in het Lagerhuis sprak: “Now this is not the end. It is not even the beginning of the end. But it is, perhaps, the end of the beginning”. Zo ver als de Britten destijds in 1942 zijn wij nog lang niet. We staan op de drempel van een lange donkere tunnel

Schiedam is van oudsher een rauwe stad met een bevolking die wantrouwen koestert ten opzichte van de hoge heren. Dat leidt niet – of nee, bijna nooit – tot oproer en revolutie. Wel tot een vaag gevoel van ontevredenheid en de neiging bij de gewone Schiedammers om hun eigen plan te trekken. Laat ze maar lullen. Een beetje zo. Het is bovendien een multi-etnische stad geworden met twee grote moskeeën: de ene verheft zijn beide minaretten aan de voet van een dijk, de andere is gevestigd in een voormalige distilleerderij waarvan de oudste delen uit de achttiende eeuw stammen. In mijn buurt zijn DENK en de PVV de grootste partijen.

Het is opvallend hoe vriendelijk en gedisciplineerd de Schiedammers van elke afkomst en pluimage zich tegenover elkaar gedragen. En ook hoe goed geluimd zij zijn. Op straat geven zij elkaar de ruimte. Ze houden netjes anderhalve meter afstand in de rij voor de geldautomaat en de supermarkt. Zij maken grappen met de beveiligers. Het lijkt wel of de onderstroom van pessimisme over de toekomst van de stad, zo karakteristiek voor Schiedam –  is opgedroogd. Het is duidelijk: wij pakken deze onzichtbare maar geduchte tegenstander met zijn allen aan. We hebben geen tijd voor chagrijn of defaitisme.

Volgens mij zie je dat overal in het land.

Op dit gevoel deed Mark Rutte een beroep in zijn persconferentie van dinsdagavond. Hij krijgt een enorme respons. Dat blijkt ook uit de opiniepeilingen. De VVD is bezig FvD en PVV leeg te vreten. Nu het erop aan komt, keren veel Nederlanders zich van de makkelijke populistische verhalen af.

En dat was tegelijk het gevaar: Rutte maakt iets wakker wat hem niet eigen is. Hij vertegenwoordigt een politieke stroming die in economische vrijheid en marktwerking het alfa en omega ziet van een effectief beleid. Met hem in het Torentje is de verzorgingsstaat voor een belangrijk gedeelte uitgekleed. Zogenaamde hervormingen richtten grote beschadigingen aan in de zorg, waar wij nu mee worden geconfronteerd. De woningnood van het moment is voor een wezenlijk deel veroorzaakt door het beleid van zijn kabinetten. Op de straten zwerven veertigduizend daklozen. Met een pennenstreek  werd de KLM boven water gehouden maar het is tot nog toe blijkbaar onmogelijk gebleken om met eenzelfde pennenstreek veertigduizend hotelkamers te huren om deze risicogroep in ieder geval voor de duur van de crisis onderdak te bieden. En dat terwijl hotels momenteel alles doen om hun kamers met gasten te vullen. Ook hebben de voedselbanken nog steeds niet de garantie gekregen dat zij hun voorraden op staatskosten kunnen aanvullen. Toch heeft wie afhankelijk is van deze vorm van voedselhulp, juist nu voldoende en gezonde maaltijden nodig om zich beter tegen het virus te weer te stellen.

Het is dan ook duidelijk dat de vertrouwde neoliberale receptuur een gif zal blijken als aan het eind van deze donkere periode de economie weer op gang moet worden gebracht.

Tijdens de wederopbouw in de jaren veertig en vijftig speelde de overheid een wezenlijke rol in de economie. De Hoogovens en het merendeel van de mijnen waren staatsbedrijven. Dat gold ook voor de spoorwegen en een deel van de financiële sector. De Rijkspostspaarbank, de Postgiro en het Amsterdamse gemeentegiro bliezen een stevige partij mee. Louter op winst en aandeelhoudersbelang gerichte banken zoals de Twentsche, de Amsterdamsche of de Rotterdamsche Bank vonden naast zich uiterst belangrijke spelers met een andere achtergrond: de Raiffeissenbanken en de Boerenleenbanken waren door de boeren zelf in het leven geroepen om de landbouw te versterken en te moderniseren. De Nederlandsche Middenstandsbank richtte zich op winkeliers en kleine ondernemers. Die waren ook de oorspronkelijke oprichters.  Zo hadden ook de vakbonden hun eigen banken, terwijl een groot netwerk van nutsspaarbanken als hoogste doel had de spaarzin van het volk te bevorderen en niet om de kassen van de aandeelhouders te spekken. Dit hele stelsel van min of meer ideële financiële instellingen is in de jaren negentig van de vorige eeuw aan de privatisering ten offer gevallen. Ze raakten in handen van klassieke bankiers, die vervolgens tijdens de kredietcrisis soms met de hoed in de hand maar meestal op hoge toon van de staat miljarden eisten omdat ze te groot waren om failliet te gaan.

De overheid was in de jaren vijftig verreweg de grootste projectontwikkelaar. Jaarlijks deelde het ministerie van Volkshuisvesting aan elke gemeente mee hoeveel gesubsidieerde woningen met betaalbare huren zij mocht bouwen. In de loop der jaren verrezen er honderdduizenden. Het zijn de flatgebouwen en rijtjeshuizen die de afgelopen decennia door geprivatiseerde woningbouwcorporaties zijn afgebroken nadat de gemeenten hun woningbezit in het kader van een door de vader van de huidige CDA-leider Heerma georganiseerde operatie aan hen hadden moeten overdragen.

In de Duitse Bondsrepubliek ging de wederopbouw  ook een beetje op die manier. Dat heette daar Soziale Marktwirtschaft, de sociale markteconomie.

Als Nederland zich van deze ongekende crisis wil herstellen, dan zal het eerder moeten aanknopen bij zo’n sociale markteconomie dan bij het evangelie van de vrije markt met zijn onfeilbare onzichtbare hand. Dit geldt trouwens net zo goed voor de overige landen in Europa.

We staan oog in oog met een kolossale verarming. We kunnen ons alleen maar naar ons oude welvaartsniveau terugvechten wanneer we dat samen doen in onderlinge solidariteit en niet ‘ieder voor zijn eigen’.

Rutte hield een mooie, inspirerende en waarachtige speech maar als hij  na het eind van deze nachtmerrie zijn voormalige zelf herontdekt en terugkeert naar oude vormen en gedachten, dan heeft hij alsnog op dinsdag 31 maart 2020 kiezersbedrog gepleegd.

 


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Zwarte Jaren

    Nederland in de Tweede Wereldoorlog

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (138)