6.197
78

Politiek leider van en Tweede Kamerlid voor de politieke beweging DENK

Tunahan Kuzu is politiek leider van en Tweede Kamerlid voor de Politieke beweging DENK. Hij constateert dat Nederland is verrechtst, verhard en verruwd door het opgekomen populisme en de gevolgen van jaren van rechts economisch beleid. Vanuit de oprechte overtuiging dat afkomst en inkomen nooit mogen bepalen welke kansen je krijgt in de samenleving zet hij zich dagelijks in voor verbinding, rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en de bestrijding van de dubbele maat. De rijkdom aan diversiteit in ons land doet volgens Kuzu een prachtige belofte voor de dag van morgen en daarom moeten álle barrières die de emancipatie van groepen in ons land tegenhouden volgens hem worden weggenomen.

Heeft Rutte II indirect de Rohingya in Myanmar onderdrukt?

Het is tijd dat onze regering stopt met het faciliteren van economische betrekkingen van ons bedrijfsleven met Myanmar

Het is onze overtuiging dat elke Nederlander deze vraag het liefst heel snel met “NEE” zou willen beantwoorden. In het licht van de ernstig opgelopen spanningen in Myanmar tussen de Rohingya aan de ene kant, en het leger en milities aan de andere kant, moeten wij toch wat kritischer en langer stilstaan bij deze vraag. Het is in ieder geval een feit dat onze regering heeft gefaciliteerd dat er via het bedrijfsleven Nederlands geld naar Myanmar wordt geleid. Is Nederland daarom ook schuldig aan de instandhouding van een onderdrukkend systeem?

Rohingya
cc-foto: Steve Gumaer

Al decennialang worden de Rohingya, een moslimminderheid in Myanmar, burgerrechten ontzegd. De Rohingya zijn het slachtoffer van het feit dat de regering in Myanmar deze mensen als ongewenst ziet. Maatschappelijke, militaire en religieuze leiders doen daar met ophitsende retoriek nog een schepje bovenop en zorgen ervoor dat de Rohingya in Myanmar maatschappelijke paria’s zijn. De Verenigde Naties noemen de Rohingya daarom de meest vervolgde minderheid van de wereld en spreken bij monde van de Hoge Commissaris voor Mensenrechten van een ‘een schoolvoorbeeld van etnisch zuiveren’.

De aandacht van de Nederlandse media voor de situatie in Myanmar en het leed van de Rohingya is wisselvallig, doch minimaal. Hoewel er bij een opleving van het geweld aandacht voor de situatie is, komt het daarbuiten sporadisch in het nieuws. Nadat er in 2012 al een vreselijke opleving was van het geweld tegen de Rohingya, vindt er in Myanmar vandaag de dag een humanitaire crisis plaats die zijn weerga niet kent.

Nadat Rohingya-militanten politiebureaus aanvielen is het leger van Myanmar, in sommige gevallen in samenwerking met de politie en milities, nu bezig met een ongekende wraakcampagne. Duizenden Rohingya-huizen zijn platgebrand en mensen worden op gewelddadige wijze omgebracht. Als gevolg hiervan zijn bijna 400.000 Rohingya op de vlucht en moeten onder erbarmelijke omstandigheden verblijven in kampen in Bangladesh. De overheid van Myanmar, onder leiding van nota bene winnares van de Nobelprijs voor de vrede Aung San Suu Kyi, kijkt toe en houdt de kaken stijf op elkaar over de wandaden van het leger. Verdient zij het niet dat de prijs wordt ingetrokken?

De vraag die wij ons vervolgens moeten stellen is: Kijken wij in Nederland ook toe? Als handelsland zijn wij een land dat het vizier moet richten op de wereld om ons heen. Daarnaast is Nederland het land van de internationale rechtsorde. Met als symbool het Internationale Gerechtshof in Den Haag heeft Nederland een internationale statuur, die het noodzakelijk maakt dat het zich inzet voor de wereldwijde mensenrechten en rechtsorde. Kortom; Nederland is een land dat van oudsher een balans moet vinden tussen de dominee en de koopman. Hoewel die balans in elke situatie anders is, bestaat er wat ons betreft een rode lijn.

Die rode lijn hebben wij in Myanmar overschreden. Afgelopen juni organiseerde het Ministerie van Economische Zaken onder leiding van staatssecretaris Sharon Dijksma nog een handelsmissie naar Myanmar. Bedrijven werden lekker gemaakt met gladde teksten als ‘would you like to explore your opportunities in Asia’s last frontier market’ en een opsomming van de voordelen van het investeren in Myanmar. Maar is de keerzijde niet dat wij op die manier ook bijdragen aan de (economische) instandhouding van een onderdrukkend systeem, met een overheid die geen woord rept over de wandaden van het leger in de richting van een minderheid?

“JA”, zeggen wij en met ons ook verschillende internationale organisaties. De VN stelden in een uitgelekt rapport dat ontwikkelingsinitiatieven die gericht zijn op landen met discriminatoire structuren, waarschijnlijk ook discriminatoire praktijken als uitkomst zullen hebben. Dat is logisch. De kas spekken van een land waarin systematisch wordt onderdrukt, gemoord en opgehitst, zal dit moorden, onderdrukken en ophitsen alleen maar in stand houden. Zéker als deze vreselijke praktijken vooral worden uitgevoerd door een leger dat, ondanks zekere hervormingen in het verleden, de controle heeft over veel economische structuren in het land en, zoals recent door de Financial Times is gesteld, zichzelf via schimmige structuren financieel verrijkt met de middelen die naar het land stromen sinds recente komst van Westerse bedrijven.

Het is daarom noodzakelijk dat het tweede kabinet Rutte in haar nadagen, maar vooral een derde kabinet Rutte, met betrekking tot Myanmar de dominee meer laat prevaleren over de koopman. Het is tijd dat onze regering stopt met het faciliteren van economische betrekkingen van ons bedrijfsleven met Myanmar, omdat de kans te groot is dat dit zorgt voor financiële bevoordeling van een misdadig leger. We moeten niet alleen hiermee stoppen, maar ook volhouden, totdat ondubbelzinnig wordt aangetoond dat de regering in Myanmar beterschap vertoont in haar omgang met de Rohingya en afstand neemt van het leger. Daarnaast is het essentieel dat we om dit te bereiken in gesprek blijven met de regering van Myanmar en druk op haar uitoefenen. Zo krijgen we de dominee en de koopman meer in balans.

Geef een reactie

Laatste reacties (78)