2.866
21

Jurist

Khalid El Housni is jurist met een zachte g.

Rutte is geen voorstander van het referendum

Rutte zei dat hij Oekraïne nooit in de Europese Unie zou willen. Het deed denken aan zijn bewering dat er 'geen cent meer naar Griekenland' zou gaan

cc-foto: Martin Schulz
cc-foto: Martin Schulz

Nu het referendum nadert, waarin we mee kunnen praten over het associatieverdrag met Oekraïne, zie je dat allerlei partijen erbij worden gehaald om het eigen gelijk te bewijzen. Een stem tegen zou Poetin blij maken en de initiatiefnemers willen niet de democratie redden, maar gewoon van de Europese Unie af.

Al zouden ze naar de maan willen. Een stem zou op zichzelf moeten staan, onafhankelijk van of een populist hier of een dictator daar er blij van wordt. Juist dit soort argumenten holt de geloofwaardigheid uit die het ja-kamp wenst uit te dragen.

De meest amusante uitholling de laatste tijd was Rutte die zei dat hij Oekraïne nooit in de Europese Unie zou willen. Het deed denken aan zijn bewering dat er ‘geen cent meer naar Griekenland’ zou gaan. Als je afhankelijk bent van anderen – en dat zijn we in de Europese Unie – dan zou een regeringsleider beter moeten weten dan dit soort dingen zo stellig te beweren. Rutte is net als de man die heel hard roept dat hij dit jaar toch echt niet op vakantie gaat. Meteen daarna hoor je zijn vrouw zeggen dat ze toch wel zin heeft in vakantie. Zes weken later zit de man tot aan zijn enkels in de modder op een camping in Zuid-Frankrijk. Bewerend dat ze er toch wel even tussenuit moesten en dat hij de best mogelijke vakantie heeft kunnen regelen voor zijn gezin.

Het punt is dat de feiten niet in dezelfde richting groeien als de neus van Rutte. In 2013 noemde EU-buitenlandcoördinator Catherine Ashton het verdrag met Oekraïne ‘de meest ambitieuze overeenkomst die de EU ooit aan een partnerland heeft aangeboden’. En ze overdreef niet. Zo staat er bijvoorbeeld in het verdrag dat het doel is om:

de voorwaarden te scheppen voor versterkte economische en handelsrelaties in het licht van de geleidelijke integratie van Oekraïne in de interne markt van de EU, onder meer door (…) de inspanningen van Oekraïne te ondersteunen om de overgang naar een goed functionerende markteconomie te voltooien (…) door de wetgeving geleidelijk af te stemmen op de EU-wetgeving.

Mocht je denken waarom het nodig is voor Oekraïne om de eigen wetgeving af te stemmen op EU-wetgeving, als het enkel gaat om een handelsverdrag, dan verheldert het volgende stuk dat:

Erkennend dat de politieke associatie en de economische integratie van Oekraïne in de Europese Unie zullen afhangen van (…) de vooruitgang bij de afstemming op de EU op politiek, economisch en juridisch vlak.

Wanneer je denkt dat de politieke benadering slechts een symbolische benadering zal zijn, brengen de volgende woorden je weer terug op Aarde:

De partijen intensiveren de praktische samenwerking op het vlak van conflictpreventie en crisisbeheer, in het bijzonder met het oog op versterkte deelname van Oekraïne aan civiele en militaire operaties inzake crisisbeheer onder leiding van de EU (…)

Afgezien van samen in bed belanden is er geen intiemere samenwerking dan samen ten strijde te trekken.

Rutte laat ook geen troef achterwege om dat ‘ja’ erdoorheen te krijgen. Zelfs al heeft het op zijn minst de schijn van hypocrisie. Gewezen op tegenstanders van het verdrag die aangaven dat Oekraïne eerst iets moest doen tegen de corruptie en homohaat in het land, gaf Rutte aan dat dit verdrag juist minderheden zou beschermen en corruptie zou bestrijden. Dit doet meteen de vraag opkomen waarom dit dan niet geldt voor Turkije. Het land probeert al sinds de uitvinding van het wiel lid te worden van de EU. Zo wordt het onder andere geacht eerst mediaonafhankelijkheid te garanderen en mensenrechten te waarborgen, voordat eventuele banden met de EU worden aangetrokken. Vanwaar het onderscheid?

In de afgelopen dagen is er één uitlating geweest van Rutte – in een interview met nu.nl – die uit de grond van zijn hart leek te komen; ‘Heel simpel, ik ben zelf geen voorstander van het referendum.’

Daar is wel iets voor te zeggen. Het kan vervelend zijn als iemand over je schouder meekijkt om te bepalen met wie je wel of niet militaire vriendjes wordt. Zelfs al is dit potentiële militaire vriendje een land waar nog een (stille) burgeroorlog woedt.

Het meest symbolisch voor de interne strijd en de fragiele situatie van het land, zijn de vechtpartijen die al een aantal keer voorgekomen zijn in het parlement. Het democratische hart van een land, waar de premier letterlijk werd weggedragen. Waar parlementsleden op elkaar insloegen alsof het de laatste uitverkoop bij de V&D betrof.

Het is niet zo dat we niet kunnen handelen met Oekraïne. Wij zijn Hollanders, wij zouden handelen met de duivel als we dachten daar de hemel mee binnen te komen. Maar laat ik het in de woorden van Rutte heel simpel houden. Als je volledig vertrouwen hebt in hoe wij vertegenwoordigd worden in Den Haag en Brussel, dan moet je niet gaan stemmen. Als je daaraan twijfelt, ga dan zeker stemmen. Wil je alleen een handelsverdrag, stem dan tegen. Wil je naast een hechtere economische band, ook een hechtere politieke en militaire band, stem dan voor. Maar wat je ook doet in dat stemhokje, laat je niet leiden door angst.

 

 

Geef een reactie

Laatste reacties (21)