15.239
54

Filosoof, docent Sociale Studies bij Avans Hogeschool

Rutger van Eijken is filosoof en docent Sociale Studies bij Avans Hogeschool in Breda. Verder schrijft hij boeken over ethiek, politiek en burgerschap.

Rutte moet niet namens Nederland steun uitspreken aan Israël

Premier Rutte laat namens Nederland weten de aanval van de Palestijnen onacceptabel en de vermeende zelfverdediging van Israël begrijpelijk te vinden. Deze redenering is een historicus onwaardig.

Premier Rutte laat via sociale media weten dat hij het onacceptabel vindt dat Palestijnen raketten op Israël afvuren en dat hij steunt dat Israël zich verdedigt. Dat schrijft hij niet in zijn eigen naam, maar als ‘Nederland’. Ook namens mij dus. Ik wil dat niet. Ik vind het namelijk onacceptabel dat Israël de Palestijnen al jaren afhoudt van goede zorg, goed onderwijs en goede voorzieningen als water en elektriciteit en al even lang aan landroof doet door nederzettingen te bouwen in wat Palestina hoort te zijn.

cc-foto: badwanart0

En ik begrijp dan ook heel goed dat de Palestijnen nu en dan terugslaan. Wat Rutte hier doet is ongeveer als het opnemen voor het gemene mannetje in de klas dat voortdurend loopt te zuigen en te sarren en begint te janken als hij een keer klap tegen zijn kanis krijgt. Op die manier wordt het mannetje nog gemener omdat hij denkt dat hij overal mee weg komt en het slachtoffer van het mannetje wordt waarschijnlijk boos op meester Rutte, de hele school en uiteindelijk de samenleving en de wereld omdat hij keer op keer benadeeld wordt. De pester komt weg en het slachtoffer krijgt geen enkele bescherming.

Beter zou meester Rutte het jongetje, in dit geval Israël, ter verantwoording roepen en wijzen op afspraken, mensenrechten en VN-resoluties. Israël is een van de weinige landen die zo vaak resoluties kan schenden zonder de blauwhelmen van de Verenigde Naties op haar dak te krijgen. Ik vraag me al jaren af waarom dat is. Waarom Israël zo de hand boven het hoofd gehouden wordt. In 2007 schreef ik onderstaande stukken op mijn blog op de website van de Volkskrant en ik kan ze hier zo herhalen. Gezien de acties van Israël en de reactie van premier Rutte is er de afgelopen veertien jaar niets veranderd.

“Het hoeft hier geen betoog dat de wandaden van Israël, uit een schuldgevoel, een soort medelijden en genoegdoening voor de vervolging van de Joden in de Tweede Wereldoorlog tot op heden steeds door de vingers zijn gezien,” schreef ik toen. “De generatie van zich schamende politici is nu zo onderhand met pensioen en misschien wordt het daarom tijd de hand boven Israëls hoofd eens weg te halen en het land te beoordelen op haar feitelijke gedrag. Als dat gebeurt kan het niet anders dan dat de Nederlandse regering de huidige aanvallen op de Palestijnse gebieden veroordeelt, de Verenigde Naties ingrijpen en wij ons serieus afvragen of het erkennen van de staat Israël in 1948 niet een van de grootste politieke vergissingen van de vorige eeuw is. Dat natuurlijk niet alleen vanwege de aanvallen van afgelopen weken, maar om het op grote schaal schenden van VN-resoluties in de afgelopen vijfenzestig jaar. En dan vooral het stichten van illegale nederzettingen op Palestijns grondgebied. Geen enkel ander land op de wereld had dit zo vaak en zo lang ongestraft mogen en kunnen doen.

Voor mensen die met een frisse blik, en dus niet door de Tweede Wereldoorlog gekleurde bril, naar de zaak kijken is het al bijna onbegrijpelijk dat Israël ooit heeft kunnen ontstaan. Het klinkt gewoon te simpel dat een groepje Zionisten – een splinterpartijtje uit het Joodse volk – in de negentiende eeuw heeft bedacht dat zij weer in het Oudtestamentische beloofde land wilde wonen en dat door de kant van Groot-Brittannië te kiezen in de Eerste Wereldoorlog heeft kunnen regelen. Bovendien gaat het om Zionisten die in de Thora blijkbaar heel goed de passages over het beloofde land konden vinden, maar meer moeite lijken te hebben met de teksten over menselijke waardigheid en ‘gij zult niet doden’.

Nog verbazingwekkender is het dat weinigen lijken te begrijpen dat de Palestijnen, die op dat moment in het ‘beloofde land’ woonden, niet blij waren met de indringers en zich tot op heden tegen de bezetting verzetten. Zeker wanneer die bezetting zich steeds verder uitbreidt en het eigen volk haast geen plek meer heeft om te wonen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit verzet na vijfenzestig jaar goed georganiseerd is en dat er steeds meer geweld gebruikt wordt om de bezetter te verjagen. Als je de situatie zo bekijkt wordt de verzetsgroep Hamas ten onrechte een terroristische organisatie genoemd en is de internationale gemeenschap onterecht verbolgen over het feit dat Hamas de vernietiging van Israël in haar handvest heeft staan.

Nederlanders die zich in de Tweede Wereldoorlog verzetten tegen de Duitsers noemen wij immers ook geen terroristen. Mochten de Duitsers die oorlog hebben gewonnen, dan was de kans bovendien groot geweest dat het Nederlandse verzet zich beter had georganiseerd en de dan terroristisch genoemde organisatie ‘Vrij Nederland’ – ik noem maar iets – de vernietiging van het Duitse Rijk in haar handvest had staan, om het Koninkrijk der Nederlanden weer in ere te kunnen herstellen. Daar is niets vreemds aan.

De Palestijnen – en met hen een groot deel van de Arabische gemeenschap – voelt zich simpelweg van hun land beroofd. Door de staat Israël in 1948 snel te erkennen en in de afgelopen zestig jaar niet of nauwelijks in te grijpen bij alle wandaden die tegen die Palestijnen zijn begaan, heeft de internationale gemeenschap – lees de Volkerenbond of de Verenigde Naties – de Arabische landen beledigd en bovendien aangetoond een onbetrouwbare partner te zijn. De Britten maakten in de Eerste Wereldoorlog immers drie tegenstrijdige afspraken om bondgenoten te lijmen – met Frankrijk, de Zionisten en de Arabieren – en hadden Palestina ook aan de Arabieren beloofd in ruil voor het tegenhouden van de Ottomaanse Sultan.

De Arabieren hielden zich aan die afspraak – zie hierover bijvoorbeeld de film Lawrence of Arabia – maar het Palestijnse gebied kwam niet (geheel) in Arabische handen, zoals afgesproken. Het schenden van deze afspraak, en het feit dat het Westen steeds de kant van de zionisten koos (en kiest) ten koste van de Arabieren, kan wel eens mede de aanleiding zijn voor veel van het antiwesterse en antisemitische denken in de huidige Arabische wereld.

Het uitroepen van de staat Israël is natuurlijk niet meer ongedaan te maken, maar de relatie met de Arabische landen is wellicht te herstellen als de internationale gemeenschap Israël helder en duidelijk tot de orde roept en dwingt zich aan afspraken te houden, zoals ook Irak, Iran, Afghanistan en tal van andere landen daartoe gedwongen worden of werden. Mocht Israël die druk niet serieus nemen, dan moet misschien een internationale troepenmacht de orde herstellen en zorgen dat Palestijnen weer in vrijheid kunnen leven; zonder muur, op eigen grondgebied en
met voldoende voedsel, onderwijs en medische zorg.

Voor ik voor antisemiet word uitgemaakt haast ik mij tot slot te zeggen dat de Holocaust natuurlijk nooit had mogen plaatsvinden en dat genocide vanzelfsprekend verschrikkelijk is. Daar gaat dit betoog echter niet over. Het gegeven dat je nabestaande of nakomeling bent van slachtoffers van zo’n volkerenmoord is alleen geen vrijbrief om internationale verdragen aan je laars te lappen en zelf een humanitaire ramp aan te richten. Daar gaat dit betoog wel over.”

Op dit stuk kwamen in 2007 veel reacties. Heftige reacties ook. Ik zou een antisemiet zijn die niets van de Tweede Wereldoorlog begrepen had. Daarom besloot ik voor mijn blog een open reactie te schrijven naar een van de felste reageerders.

“Beste meneer V,

Hartelijk dank voor uw reactie op het artikel ‘Israël wellicht de grootste fout van de vorige eeuw’ op mijn weblog. Het is prettig te weten dat ik mijn stukjes niet louter voor mezelf schrijf en dat een handjevol mensen zelfs de moeite neemt te reageren op mijn betogen. Ik leer van die reacties; soms wijzig ik mijn mening iets en door andere reacties verstevig ik juist mijn inzichten. Uw reactie zorgde voor het laatste. En omdat u niet alleen staat in uw pro-Israëlische opvatting heb ik besloten u maar een open brief te schrijven. In mijn betoog probeerde ik uit te leggen dat we niet alle wandaden van Israël tegen de Palestijnen moeten negeren uit medelijden of schuldgevoel over de Holocaust in de Tweede Wereldoorlog. Het verbaast mij dan ook dat u aan het eind van uw reactie op dat betoog schrijft dat ik ‘te belazerd ben de merites van de Tweede Wereldoorlog goed op mij in te laten werken’, terwijl ik dus net heb betoogd dat we de activiteiten van Israël nou juist niet moeten kleuren met de gebeurtenissen uit die oorlog. Ik schrijf letterlijk dat “het gegeven dat je nabestaande of nakomeling bent van slachtoffers van een volkerenmoord nog geen vrijbrief is om internationale verdragen aan je laars te lappen en zelf een humanitaire ramp aan te richten”. Dit is echter niet de enige reden waarom ik zou willen dat wij bij ons oordeel over het conflict in het Midden-Oosten minder de nadruk leggen op de Tweede Wereldoorlog.

Het conflict tussen de Palestijnen en Joden (pas na 1948 de Israëliërs genoemd) bestond immers al vóór de Tweede Wereldoorlog. Meteen na de Balfour-verklaring in 1917 – een van de drie tegenstrijdige Britse afspraken die ik in mijn betoog noemde, waarin aan Oost-Europese Zionisten een Joods Tehuis in Palestina wordt beloofd in ruil voor steun in de Eerste Wereldoorlog – komt er een Joodse immigrantenstroom opgang die niet goed mengt met de plaatselijke bevolking – die overigens dan al uit Arabieren, Christenen én Joden bestaat – waardoor al snel relletjes en opstanden ontstaan. Tussen 1917 en 1930 – dus drie jaar voordat Hitler aan de macht komt – hebben zich al bijna zeventigduizend Joden in Palestina gevestigd tussen Arabische boeren die in de negentiende eeuw door Ottomaanse belastingdruk arm geworden waren. Over de conflicten die uit deze botsing der culturen voortkwamen hoor je bijna niemand meer, omdat bijna alle westerse intellectuelen, politici en mensen als u, hun analyse over het ontstaan van Israël staken bij de Tweede Wereldoorlog. Alsof er voor de tijd niets bestond. Ik vind dat vreemd. Intellectuele armoede zelfs. Ook omdat er vanaf de Tweede Wereldoorlog over wordt gegaan op een door sentiment vertroebeld denken, waardoor alle wandaden van Israël met de mantel der liefde, spijt en schuldgevoel bedekt worden. Omdat dit wegkijken door het westen al bijna vijfenzestig zestig jaar duurt, was ik van mening dat dit gegeven geen betoog meer hoefde.

U denkt daar blijkbaar anders over, maar hoewel u deze mening dus aanvalt onderschrijft u hem ook in hetzelfde betoog door mij te wijzen op de verschrikkingen in de Tweede Wereldoorlog. Daarmee geeft u aan de zaak zelf ook niet meer objectief – zonder die kwellende bril van de Holocaust – te kunnen bekijken. U noemt mij in uw betoog een onwetende en dat recht heeft u. Toch adviseer ik u zich ook eens te verdiepen in de ontwikkelen in het Midden-Oosten voor 1939. Bijvoorbeeld in het Britse onderzoek dat de Britten in 1929 in hun mandaatgebied (Palestina) deden naar de conflicten tussen Arabieren en Joden. Zij concludeerde nadat onderzoek dat de onrust vooral voortkwam uit een gevoel van onmacht bij de Arabieren door de grote stroom Joodse immigranten die erg op zichzelf en elkaar gericht waren, zichzelf de vruchtbaarste grond toe-eigende en geen Arabieren toelieten in hun scholen en ziekenhuizen. En kijk dan meteen ook eens naar het tweede onderzoek in 1939 – tien jaar later dus – waarvan de uitkomst hetzelfde was en waarna de Britten nu voorstelde een quotum in te stellen voor het aantal Joodse immigranten (dat zijn er dan inmiddels ruim vierhonderdduizend) en langzaam toe te werken naar een opsplitsing van de Palestijnse staat in een Joods en een Palestijns gebied. Zie dan hoe de latere Israëliërs tegen die voorstellen in opstand kwamen door bruggen op te blazen en (Britse) regeringsgebouwen aan te vallen en in 1939 – na het uitbreken van de oorlog – ineens eieren voor hun geld kozen en uit tactisch oogpunt toch aan de kant van de Britten gingen staan.

Zo bezien zou je kunnen veronderstellen dat zonder de Tweede Wereldoorlog, en zonder de schaamte om de zes miljoen Joodse slachtoffers, de staat Israël nooit zou zijn erkend. De Joodse immigranten begonnen eind jaren dertig immers geweld te gebruiken tegen de Britten om hun zin door te drijven en dat noemen wij in de volksmond terrorisme. En zoals u weet onderhandelt het westen niet met terroristen. Voor de volledigheid wil ik hier dan ook nog wel schrijven dat de Palestijnen het ook niet eens waren met de Britse voorstellen, omdat zij niet wensten te onderhandelen over het opgeven van hun eigen grondgebied. Een grondgebied waarover de Arabieren overigens zeggenschap zouden krijgen, zoals beloofd was in de Hoessein McMahon-correspondentie tussen 1915 en 1916, de tweede afspraak over het Palestijnse grondgebied van de reeds genoemde drie tegenstrijdige Britse afspraken.

Als onwetende wil ik deze brief niet tot geschiedenisles maken en ik wil ook later niet het verwijt krijgen dat ik alles voor of tegen iemand kleur. Ik wil alleen, zoals reeds geschreven, het debat wat objectiever maken door de sluier van medelijden met het Joodse volk weg te trekken in de hoop dat de internationale politieke besluitvorming meer zuiver en rechtvaardig wordt en blijft, als het om Israël en de bezette gebieden gaat. Irak kon geen stap in Koeweit zetten of Amerika stond er tussen, hetzelfde geldt voor de conflicten in Servië en Georgië, maar als Israël tegen internationale verdragen in een gebied binnentrekt en bezet houdt, blijft een veroordeling en ingrijpen uit. Ik begrijp dat gewoon niet en dit onbegrip heeft niets te maken met antisemitisme of pro-Palestijnse sentimenten. Zoals ik u reeds heb laten weten wens ik dan ook niet dat er over mij geschreven wordt dat er ‘Hier een aantal zitten die, laat ik het eufemistisch zeggen, geen vriend van joden zijn’.

Dat citaat kan niet op mij slaan. Ik ben immers noch een vriend noch een vijand van Israëliërs dan wel van Palestijnen; ik ken er weinig persoonlijk. Wat ik op mijn blog heb willen betogen is dat we ons in ons oordeel over het huidige conflict niet steeds moeten laten leiden door de verschrikkingen in de Tweede Wereldoorlog. Ik was van mening dat dit geen betoog behoefde, maar u vond van wel. Vandaar deze brief.”

Dit scheef ik dus veertien jaar geleden al en het is nog steeds actueel. Israël blijft Palestijnse gebieden annexeren en laat zich daar niet op aanspreken. En als de Palestijnen een keer in opstand komen zijn zij de boosdoeners. Dat klopt natuurlijk niet. Dat tart iedere vorm van rechtvaardigheidsgevoel. Behalve dan bij Rutte, Baudet en tal van andere politici en regeringen. Vrijwel allemaal zijn ze pro-Israël en anti-Palestina. Ik begrijp dat niet.

Als ik mensen erop aanspreek noemen ze het een ‘ingewikkelde zaak’, maar dat is zoals gezegd intellectuele armoede of luiigheid. Dit conflict heeft een geschiedenis van nog geen honderdveertig jaar. Het start op het moment dat zionisten als Herzl en Birnbaum eind 19e eeuw over een Joods Nationaal Thuis begonnen en na ook Brits Guyana, Oeganda en Argentinië als thuisland te hebben overwogen, het Brits-Mandaatgebied – Palestina – als bestemming voor hun nieuwe vaderland kozen. De rest is, een best goed navolgbare, geschiedenis. Een geschiedenis van nationalisme ook, waarbij een land een verleden verzint of aandikt om de eigen cultuur en identiteit te wortelen. Ook dat is hier gebeurd.

Mensen willen het alleen niet zien of begrijpen. Rutte is historicus dus hij zal dit allemaal wel weten. Dan wil hij het dus niet weten. Mogelijk komt die kennis hem niet uit. Dat zal wel om geld gaan. Of om macht. Om een strategische plek in het Midden-Oosten voor het rijke Westen. Ja, daar gaat het om. Tien jaar geleden dacht ik nog dat het om medelijden en schuldgevoelens ging, maar het gaat om macht. Om een stabiele bondgenoot aan de Middellandse Zee, op de grens tussen Europa, Azië en Afrika. Daarom zien Rutte en zijn collega regeringsleiders het gedrag van Israël al decennia door de vingers, vinden zij de reactie van de Palestijnen onacceptabel en het geweld van Israël begrijpelijk. Heel transparant is het weer allemaal niet. Maar laat dit dan de particuliere mening van Mark Rutte zijn en laat hem dit dan ook zo verkondigen. Dit is niet het standpunt van Nederland. Dit is niet in mijn naam. Ik gun de Palestijnen een vrij Palestina in het gebied dat hen beloofd was. De rest is machtspolitiek. Dat steun ik niet.

Geef een reactie

Laatste reacties (54)