1.623
34

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

Rutte is regeringsleider, maar waar wil hij Nederland naartoe leiden?

Wat Nederland node mist, is een praktisch en wervend perspectief, een realistische visie op wat voor land Nederland moet worden

Toen ik meer dan 20 jaar geleden begon als promovendus in de rechtswetenschap was ik onderdeel van een omvattend onderzoeksprogramma naar het belang van idealen in het recht, de politiek en de moraal onder leiding van de rechtsfilosoof Wibren van der Burg. Dat was in de hoogtijdagen van postideologisch paars, van het pragmatische managementdenken in politiek en bestuur en van de teloorgang van de grote vertellingen. Na een halve eeuw Koude Oorlog hadden de mensen hun buik vol van grote idealen en ideologische tegenstellingen. Het was de tijd waarin we denk ik Ruttes bekende inzicht moeten plaatsen dat “visie” een olifant is die mensen het zicht ontneemt.

Rutte
cc-foto: EU2017EE

De onmodieuze intuïtie achter het onderzoeksprogramma was dat we niet zonder idealen konden, dat het voor moraal, recht en politiek belangrijk was om een vaag idee te hebben waar het naar toe moest als stip aan de horizon ― dat konden rechtsstatelijke idealen zijn, rollen zoals de ideale rechter, of toestanden in de wereld zoals duurzaamheid of biodiversiteit. Dergelijke idealen gaven volgens Van der Burg een algemene bewegingsrichting voor verdere ontwikkeling en suggereerden soms alternatieve oplossingen om vastgelopen tegenstellingen vlot te trekken.

Rug naar de toekomst
Twee decennia geleden voelde Rutte met zijn aversie tegen “visie” de tijdsgeest ongetwijfeld beter aan dan Van der Burg, maar nu lijkt Rutte’s afwijzing van idealen en vergezichten ― onlangs weer herhaald in een interview in Buitenhof ― juist enigszins gedateerd. In de jaren negentig was er een enorme zelfgenoegzaamheid over de zegeningen van de vrije markt en de liberale democratie. De liberale democratie was het eindpunt van de geschiedenis stelde de politicoloog Francis Fukuyama. Nederland was af en hoefde volgens Paarse politici alleen nog doelmatig beheerd te worden. Economen hadden de wetmatigheden van de economie doorgrond.

In wat destijds de Nieuwe Economie werd genoemd zouden er geen grote crises meer optreden. De jaren 90 zijn Ruttes comfortzone, de tijd waarin voor liberalen alles voor de wind ging, waarin de markt een panacee was voor alle problemen en waarin ondernemers werden bewonderd als durfallen die hun nek uitstaken om van Nederland een gaaf en welvarend land te maken. Met zijn blik nostalgisch gefixeerd op dit optimistische tijdperk, staat Rutte ondertussen echter met zijn rug naar de toekomst en ontsnappen de snel opstapelende problemen zich aan zijn aandacht.

Beleidsherziening
In september is het 10 jaar geleden dat Lehman Brothers in elkaar stortte en het financiële en economische systeem aan de rand van de afgrond stond. Eerdere voorvallen van dergelijk systeemfalen in de jaren 30 en de jaren 70 leidden tot een grondige herziening van de gevestigde economische ideeën en fundamentele aanpassingen in het financiële en economische beleid. Volgens de econoom Paul Krugman bleef een dergelijke herziening dit keer uit omdat ― toen het erop aankwam ― net voldoende naar heterodoxe economen werd geluisterd om een complete ramp te voorkomen.

Voor veel orthodoxe economen en gevestigde politici was het uitblijven van een volwaardige depressie vervolgens voldoende om de blauwe pil te slikken, de crisis van 2008 snel te vergeten en te blijven geloven in het neoliberale model dat in de jaren 90 haar “finest hour” meemaakte.

Moeilijkheden
De moeilijkheden zijn echter niet verdwenen. Oxfam Novib publiceerde deze maand een rapport over de kwalijke gevolgen van het neoliberale beleid dat de laatste drie decennia in de hele westerse wereld is gevoerd: Groeiende ongelijkheid, stagnerende lonen, belastingontwijking van grote bedrijven en superrijken op industriële schaal, korte-termijn denken, roofbouw op de planeet, en politieke voorkeursbehandeling voor gevestigde economische belangen (“crony capitalism”). De gevolgen zijn overal zichtbaar. Vergeten burgers hebben met populistische revoltes tal van westerse democratieën gedestabiliseerd. Toenemende voorvallen van extreme en destructieve weersomstandigheden laten zien dat onze reactie op het klimaatprobleem ontoereikend is.

Wie denkt dat deze zorgen alleen leven bij een stel idealistische wereldverbeteraars van Oxfam/Novib heeft het mis. De mondiale elite buigt zich in Davos op dit moment over de vraag: Hoe kan een gezamenlijke toekomst worden gecreëerd in een versplinterde wereld? De populistische revoltes tegen de gevestigde orde baren kennelijk ook de politieke en zakelijke jetset zorgen. Martin Wolf stelt in de Financial Times dat de liberale internationale orde ziek is. Deze mondiale orde gebouwd op democratische samenlevingen, vrije markten en multilaterale instituties is aan het afbrokkelen omdat het grote groepen burgers jarenlang in de kou heeft laten staan.

De meest urgente politieke opgave van deze tijd is om deze mensen weer het gevoel te geven dat er voor hen een waardig bestaan mogelijk is binnen het westerse model. De econoom Larry Summers, tot slot, stelt in de Washington Post dat de enige mensen waar we ons zorgen over moeten maken, mensen zijn die zich geen zorgen maken. (Dat lijkt me geen slechte omschrijving van Mark Rutte.)

De 21ste eeuw
De wereld van de 20ste eeuw, de context waarin Rutte’s politieke voorkeuren zijn gevormd, is bovendien aan het afbrokkelen en een nieuwe 21ste eeuwse realiteit is in ras tempo aan het ontstaan. De 21ste eeuw zal naar alle waarschijnlijkheid niet weer een Amerikaanse eeuw worden, maar een Aziatische. Met president Trump is voor iedereen duidelijk geworden dat Nederland en Europa niet langer blind kunnen varen op de Verenigde Staten ― een inzicht dat in Duitsland ondertussen duidelijk is doorgedrongen.

De meest voor-de-hand-liggende oplossing voor deze geopolitieke verandering ligt vooralsnog in Europa, maar de EU kraakt in haar voegen en is in haar huidige vorm ongeschikt om snel te reageren in een veranderlijke wereld. We staan daarnaast aan de vooravond van een nieuwe industriële revolutie gedreven door robotisering, big data, en flexibele platforms als Google en FaceBook, die eerder neigen naar een verdere concentratie van welvaart dan naar een grotere gelijkheid. De toenemende opwarming van de aarde en de uitputting van hulpbronnen vraagt om een snelle transitie naar duurzame energievoorziening en een circulaire economie, maar in Nederland lijken we wat dat probleem betreft nog vooral in de brainstormfase te zitten.

Tegen de achtergrond van deze ontwikkelingen is de nuchterheid en het opgewekte optimisme van onze minister-president niet zozeer een pragmatische focus op hoofdzaken als een uitdrukking van een lusteloze, oud-Hollandse Jan Salie mentaliteit. Wat Nederland node mist, is een praktisch en wervend perspectief, een realistische visie op wat voor land Nederland moet worden in de 21ste eeuw. Rutte stelde in het eerdergenoemde interview bij Buitenhof dat niet de overheid, maar de individuele burgers ieder voor zich de toekomst van Nederland moeten vormgeven. Als de laatste decennia echter iets hebben geleerd dan is het dat dit een recept is voor problemen. Als een samenleving niet gezamenlijk en democratisch haar eigen toekomst vormgeeft, dan zullen andere machtige partijen dat voor haar doen.

Geef een reactie

Laatste reacties (34)