635
12

Tweedekamerlid SP

Harry van Bommel (1962) is tweedekamerlid voor de SP. Sinds 1986 is hij lid van de partij. In 1990 werd hij voor de SP lid van de deelraad Amsterdam Oost en voorzitter van de afdeling Amsterdam Oost. In 1994 werd Van Bommel het eerste SP-gemeenteraadslid in Amsterdam. Sinds de entree van de SP in de Tweede Kamer is Van Bommel beleidsmedewerker Onderwijs en Defensie voor de nieuwe fractie. Hij werkte onder andere mee aan het spraakmakende rapport over (het gebrek aan) kansen voor jongeren "Alles Kids?".

Van Bommel studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam (afgestudeerd in 1994) en doceerde hij enkele jaren Nederlands en Engels op een MBO-school.

Sancties Birma blijven nodig

Nu overgaan tot volledige afschaffing van de economische sancties betekent dat de stok achter de deur verdwijnt

Recent besloot de Europese Unie om met uitzondering van het wapenembargo de sancties tegen Birma af te schaffen. Ondanks de zichtbare vooruitgang in het land is dit een onverstandig besluit. De opleving van het binnenlandse religieuze geweld, zoals beschreven in een recent rapport van Human Rights Watch wordt door de overheid immers volstrekt onvoldoende bestreden. Druk van buitenaf blijft daarom nodig om Birma te stimuleren door te gaan op de ingeslagen weg.

Na decennia van keiharde onderdrukking door de militaire junta in Birma zijn er de laatste jaren veelbelovende ontwikkelingen in het land. In maart 2011 kwam er een civiele regering die het militaire regime verving. Later dat jaar werden honderden politieke gevangenen vrijgelaten. In december 2011 werden voor het eerst demonstraties toegestaan. Rond de jaarwisseling werden wapenstilstanden gesloten met een aantal van de etnische groepen waarmee het leger jarenlang in een bloedige gewapende strijd verwikkeld was. Uiteindelijk won in april 2012 de onbetwiste leider van de oppositie in Birma Aung San Suu Kyi overtuigend de gedeeltelijke parlementsverkiezingen.

Vanwege deze positieve ontwikkelingen besloot de EU vorig jaar de vele politieke en economische sancties die jarenlang tegen Birma waren ingesteld voor één jaar op te schorten. Het wapenembargo bleef wel intact. Sinds de EU de sancties tegen Birma vorig jaar opschortte, zijn er meer positieve berichten gekomen. Zo gaven deze maand vier onafhankelijke kranten na een verbod van bijna vijftig jaar hun eerste edities weer uit. Eerder al werden nog meer politieke gevangenen vrijgelaten. Ondanks deze zeer welkome ontwikkelingen slaat de EU de plank mis met het afschaffen van de sancties. Vele en grote problemen blijven het land immers parten spelen.

Een tragisch voorbeeld hiervan is het ernstig toegenomen geweld in het overwegend boeddhistische Birma tegen de moslimgemeenschap. Vorig jaar werden in korte tijd maar liefst 180 etnische Rohingya vermoord en werden de huizen van 100.000 van hen verwoest. Dit was een etnische zuivering. De Rohingya worden hard onderdrukt in Birma en tot op de dag van vandaag worden zij zelfs niet eens erkend als rechtmatige bewoners van het land. Vorige maand leidde een uit de hand gelopen ruzie tussen een boeddhistisch stel en islamitische goudhandelaren nog tot tientallen doden, 800 afgebrande huizen en 12.000 vluchtelingen.  

Zonder meer zorgwekkend met betrekking tot dit religieuze geweld is het feit dat de Birmese autoriteiten niet of pas veel te laat ingrepen. Human Rights Watch concludeert hierover zelfs dat de regering dit geweld in veel gevallen heeft aangemoedigd en er aan meegedaan. Verder is het bedenkelijk dat zelfs oppositieleider Suu Kyi het tijdens deze geweldsuitbarstingen niet voor de onderdrukte moslims opnam. Ook zij bleef lange tijd opvallend en onacceptabel stil.

Verder is de grote rol die militairen in de Birmese politiek blijven spelen problematisch. In naam is de regering sinds 2011 weliswaar civiel, maar het is veelzeggend dat president Thein Sein een oud-generaal is. Hij is bepaald niet de enige uit het oude, militaire bewind die het legeruniform voor een maatpak heeft omgeruild. Civiel is de regering vooral in naam. Daarnaast geldt in Birma dat 25 procent van de parlementsleden moet bestaan uit militair personeel. Onlangs zei het hoofd van de Birmese strijdkrachten, generaal Min Aung Hlaing zonder enige schroom dat zijn militairen een leidende rol in de politiek blijven spelen.

Gezien de betrokkenheid bij vele mensenrechtenschendingen in het land, bijvoorbeeld in de noordelijke staat Kachin, is deze grote rol voor het leger zeer onwenselijk. In deze staat is al jaren een gewapende opstand gaande. Vele tienduizenden zijn voor het geweld gevlucht en leven in vluchtelingenkampen. Nog in januari dit jaar ontketende generaal Min Aung Hlaing een militair offensief met stevige luchtbombardementen.

De regering heeft al honderden politieke gevangenen vrijgelaten maar dat neemt niet weg dat er nog altijd veel politieke gevangenen opgesloten zitten. Volgens de door oud-politieke gevangenen opgezette NGO Assistance Association of Political Prisoners waren dat er in januari dit jaar nog meer dan 200. Zo lang zij achter slot en grendel zitten, is afschaffing van de sancties een verkeerd signaal. Dit geldt te meer omdat de EU vorig jaar bij de opschorting van de sancties de verwachting uitsprak dat alle politieke gevangenen onvoorwaardelijk vrijgelaten zouden worden. Ook aan de eis dat het religieuze geweld tegen de Rohingya moest worden gestopt is niet tegemoetgekomen.

Nu overgaan tot volledige afschaffing van de economische sancties betekent dat de stok achter de deur verdwijnt. Het is belangrijk dat Birma doorgaat op de ingeslagen weg en verder democratiseert en de rechtsstaat blijft versterken maar de regering moet ook weten dat er gevolgen zijn indien er van dit pad afgeweken wordt. Als niet binnen afzienbare tijd alsnog alle politieke gevangen vrijkomen en de overheid actief optreedt tegen het religieuze geweld moet de EU niet aarzelen opnieuw economische sancties tegen Birma te nemen.

Geef een reactie

Laatste reacties (12)