783
9

schrijver, columnist en journalist

Schaf dan het hele hbo maar af

We denken allemaal dat we verstand hebben van onderwijs, omdat we allemaal op school hebben gezeten

Afgelopen week sprak Harm Beertema, onderwijswoordvoerder van de PVV, in de Volkskrant zijn ongenoegen uit over de huidige situatie binnen het hbo. We moeten volgens Beertema af van de ‘bedrijfseconomische focus’ in het onderwijs. ‘Alleen ontvlechting van de massa-instellingen naar overzichtelijke scholen kan de focus weer in de juiste richting dwingen.’ En: ‘In het beroepsonderwijs bestaat zelfs de tucht niet van een landelijke norm waaraan een student moet voldoen om te slagen voor een diploma.’ Nu, daar gaan we dan. Op zoek naar de tucht.

Ik heb het al vaker geschreven: we denken allemaal dat we verstand hebben van onderwijs, omdat we allemaal op school hebben gezeten. En elke senior beweert dat het ooit beter was. In zijn of haar tijd. Nog nooit heeft iemand me kunnen overtuigen met harde bewijzen: ‘Kijk, toén stelde het onderwijs nog wat voor. En wel hierom.’

Het is nogal makkelijk om vanuit het pluche in de Tweede Kamer te beweren dat we af moeten van de bedrijfseconomische focus in het hbo. De afkorting hbo staat symbool voor de hoop dat de student ooit een beroep zal uitoefenen; beroepen zijn nu eenmaal onderdeel van ons economisch stelsel. Wie wijsbegeerte of vrouwenstudies aan een universiteit als basis heeft, zal het beroep van wetenschapper in het vooruitzicht hebben. Op het hbo is het anders. Daar is het een stuk praktischer.

Als hbo-instelling moet je geen universiteitje willen spelen. Vakkennis is belangrijk, maar het redigeren van teksten (een voorbeeld uit mijn vakgebied op de opleiding Media, Informatie en Communicatie van de HvA) is een vaardigheid, een ambacht. Dat leer je vooral door het te doen – want later wil je bijvoorbeeld een goede redacteur worden bij een tijdschrift of een website. Toevallig vraagt de toekomstige werknemer er namelijk – meestal – om dat je bijvoorbeeld een stuk kunt redigeren. Is die gedachte zo verkeerd, dat je rekening houdt met de vraag van de markt?

Ik weet het: natuurlijk bedoelt Beertema met de ‘bedrijfseconomische focus’ dat een hbo-instelling zelf als doel heeft om meer omzet te draaien, mogelijk ten koste van de kwaliteit. Maar dat is een vreemde constatering. Ik ben er van overtuigd dat je als onderwijsinstelling alleen groot kunt worden en blijven (en dus financieel gezond) als je goed in je onderwijs zit, dus: goed opgeleide mensen aflevert. Al beschik je over flashy websites, hippe kantines en schoolfeesten, je studenten blijven op een goede dag weg als je onderwijs niet deugt. Dat heet: als ze er niets leren. Ik vind het niet zo gek als een onderwijsinstelling ambieert op het gebied van onderwijs de beste en daarmee automatisch in financieel opzicht de gezondste te worden.

Het belangrijkste, vindt Beertema, is ‘dat we tucht terugbrengen in het onderwijsstelsel. In een echte marktorganisatie heerst de tucht van de markt. […] In het beroepsonderwijs bestaat zelfs de tucht niet van een landelijke norm waaraan een student moet voldoen om te slagen voor een diploma. […] Bestuurders van scholen in het voortgezet onderwijs hebben geen invloed op het eindniveau van hun opleidingen, want dat wordt bepaald door het CITO. Dat instituut, met een deskundigheid waar veel landen met afgunst naar kijken, is uitstekend in staat om ook landelijk objectieve examens te leveren voor de kernvakken van hbo-opleidingen.’

Hoe gaat dat er dan in de praktijk uitzien? Zo’n ‘kernvak’; ik neem aan dat Beertema hier dan Engels, Nederlands en Economie bedoelt. Ik ga er als hbo-docent juist van uit dat die basis al aanwezig is dankzij een vooropleiding (voortgezet onderwijs of mbo). Vervolgens krijgt een student het type Engels, Nederlands en Economie dat bij de opleiding past. Een technisch beroep vergt een ander type Engels dan de terreinen van de juridische dienstverlening, de zorg of de media. Ik denk niet dat een autotechnicus in de dop geholpen is als we hem/haar nog even toetsen op de kennis van de bijwoordelijke bepaling, de relevantie van het Ezelsproces van Reve of de lengte van een inleidende tekst van een achtergrondartikel.

Beertema: ‘Je zult ook onmiddellijk afscheid nemen van competentiegericht leren, omdat dat niet opleidt en onderwijst, maar de student slechts bezighoudt.’ En: ‘Intensief onderwijs met een echte docent zal weer de norm worden’. Dat is vaag. Wederom krijg ik, zoals vaker het geval bij criticasters, niet te horen hoe het dan wél echt moet. Een groep studenten in rijtjes van twee die tuchtig werken op een landerige streekschool? Maar wát doen ze dan?

Elke toekomstige werkgever wil liever dat de afgestudeerde een behoorlijke stage heeft gelopen en met een zinvol beroepsproduct is afgestudeerd. Op een kunstacademie of een HTS heb ik toch liever een vakman die zijn onderwijsbevoegdheid heeft gehaald dan een ‘echte docent’ (?) die zijn kennis over kunst / elektronica in de praktijk uit studieboeken heeft gehaald. Als we daar aan gaan tornen, kan je het hele hbo beter afschaffen.

Inderdaad, misstappen worden er gemaakt in de hogere echelons van het hbo. Van wilde plannen voor campussen tot innovatieplatforms die blijven hangen in het luchtledige. Maar wanneer je de ‘ontvlechting van de massa-instellingen naar overzichtelijke scholen’ wilt bewerkstelligen, kan ik nu voorspellen dat daarna óók geen enkele onderwijsinstelling dan in de ‘juiste richting’ wordt gedwongen. Wat is een ‘overzichtelijke’ school? Dat kan je prima zijn, ook als kleine opleiding van een grotere hbo-instelling.

(Sprak deze schrijver, bon vivant, charlatan die als ‘hobby’ als docent in het hbo werkt)

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl

Geef een reactie

Laatste reacties (9)