401
8

Europarlementariër Verenigd Links

Kartika Liotard (1971) is Europarlementslid sinds 2004. Tot juni 2010 was zij dat voor de Socialistische Partij. Na een intern conflict besloot ze toen verder te gaan als onafhankelijk parlementariër. Liotard is lid en ondervoorzitter van de GUE/NGL, de 35 leden tellende fractie van Europees Verenigd Links. Liotard is vicevoorzitter van de parlementaire intergroepen over Ouderen en Dierenwelzijn. Verder is zij lid van de commissie Milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en plaatsvervanger in de commissies Ontwikkelingssamenwerking en Rechten van de vrouw en gender-gelijkheid. Voor het Europees Parlement verzorgt zij het officiële contact met de EU-voedselveiligheidsorganisatie EFSA. Liotard was tot haar verkiezing teammanager juridische zaken bij Laser (ministerie van LNV). Daarvoor werkte zij voor de wetswinkel in Nuth. Tussen ’96 en ’98 was ze bestuurslid van de SP-Westelijke Mijnstreek en daar verantwoordelijk voor de SP-Hulpdienst. In 2009 verscheen 'Poisoned Spring', een boek van haar en Steve McGiffen over privatiseringen in de watersector.

Schijnbevoegdheid voor EU-landen

EU landen mogen binnenkort zelf beslissen of ze het telen van genetisch aangepaste gewassen wél of niet toestaan. Althans, als het aan de Europese Commissie ligt

Een voorstel van Eurocommissaris Dalli. Nu is het overlaten van bevoegdheden aan landen zelf doorgaans een goede zaak. Maar in dit geval? Heeft Dalli hier écht het beste met de lidstaten voor, of voert hij een verborgen dubbele agenda?

Het blijft immers vreemd: het regelzuchtige Europa, dat opééns bevoegdheden aan de lidstaten terug geeft. Iets waar ik normaal voorstander van ben. In dit geval is het echter niet handig. De teelt van een gewas verbieden in een deel van een vrije handelszone; dat kán niet werken.

Waarschijnlijk probeert Commissaris Dalli op deze manier een conflict met de Wereldhandelsorganisatie (WTO) te voorkomen. Mocht de Commissie gen-gewassen namelijk in heel Europa verbieden, dan komt deze club in opstand. Om de vrije handelsbelangen te beschermen kan de WTO in dat geval sancties opleggen aan de EU. Maar het voorkomen van een conflict met de WTO mag natuurlijk nooit reden zijn om twijfelachtige gentechnologie zomaar in Europa toe te laten…

De teelt van gen-gewassen is in Europa al jaren punt van discussie. Multinationals verdienen bakken geld aan de verkoop van dit knutselvoedsel en de patenten daarop. Uiteraard wijzen deze bedrijven op de voordelen van gentechnologie. De techniek maakt het mogelijk om genen van planten en dieren aan te passen. Gewassen kunnen zo bijvoorbeeld bestand worden gemaakt tegen ziektes en bestrijdingsmiddelen. Ook kunnen genen dusdanig worden aangepast, dat planten onder slechte omstandigheden tóch kunnen groeien.

Ondanks deze veronderstelde voordelen, kan gentechnologie gevaarlijk zijn. Bijvoorbeeld voor de voedselveiligheid. Door genen van verschillende plantsoorten met elkaar te mengen, ontstaan onbedoelde neveneffecten. Zo probeerde men in het verleden om sojabonen ´beter´ te maken, met genen uit noten. Gevolg was dat mensen met een notenallergie de soja niet meer konden verdragen.

“Gewoon op het etiket zetten dat de soja sporen van noten bevat, probleem opgelost” hoor ik u denken.

Het gevaarlijke van de gengewassen is echter dat ze ook ´gewone´ gewassen bestuiven. Doordat genetisch gemanipuleerde planten zich op deze manier vermengen met natuurlijke gewassen, loopt de biodiversiteit ernstig gevaar. Steeds meer planten zullen onnatuurlijke eigenschappen bevatten van elkaar en uiteindelijk blijven er geen natuurlijke gewassen meer over. Ook kunnen ´superonkruiden´ ontstaan: genetisch gemanipuleerde planten en gewassen die zó sterk zijn dat ze hun natuurlijke soortgenoten wegconcurreren. Vaak ook nog eens genetisch bestand gemaakt tegen bestrijdingsmiddelen.

Een ander gevaar is dat bedrijven die genzaad produceren – dit zijn vaak beruchte multinationals, zoals Monsanto – te veel macht krijgen ten opzichte van boeren. Auteur Marie-Monique Robin beschreef in haar boek ´De wereld volgens Monsanto´ al wat voor catastrofale gevolgen zo een scheve machtsverhouding kan hebben.

Robin schrijft over boeren wier oogst ongewenst besmet raakte met Monsanto-stuifmeel en zet uiteen hoe traditionele, eeuwenoude maïsrassen uit Mexico, genetisch besmet raakten door stuifmeel van Monsanto-planten. Ze beschrijft hoe oogsten afnamen, bodems verschraalden en resistente onkruiden begonnen te woekeren.

U ziet hoe groot de meningsverschillen zijn tussen voor- en tegenstanders van gentechnologie. Geen wonder dat Europa verdeeld is over een dergelijke techniek. Elk land zijn eigen beslissing hierover laten nemen, is echter belachelijk. Denkt de Commissie écht dat de vermenging van gengewassen stopt aan de landsgrenzen? Of kiest ze gewoon voor een gemakkelijke weg om haar verantwoordelijkheid te ontlopen en gentechnologie uiteindelijk toch op de Europese markt te (laten) implementeren?

Wanneer de ene lidstaat ervoor kiest om gengewassen te verbouwen en een andere het verbiedt, zal dit de concurrentiepositie tussen Europese landbouwers verstoren. Het is dan slechts wachten op een zaak bij het Europese Hof, met als inzet de ´vrije interne Europese markt´. Moedige rechter die dan beslist om de teelt van dit knutselvoedsel níet in de gehele EU toe te laten.

Zo geeft de Commissie producenten van gengewassen – via een omweg en ´buiten haar verantwoordelijkheid om’ – uiteindelijk toch hun zin. Tevens voorkomt Commissaris Dalli, door de verantwoordelijkheid aan de lidstaten te geven, op slinkse wijze een WTO-ruzie.

De lidstaten zélf zullen echter achterblijven met een kater, wanneer ze erachter komen dat hun verkregen bevoegdheid slechts een schijnbevoegdheid was.

Geef een reactie

Laatste reacties (8)