1.344
8

Hoofdredacteur Vice

Jan van Tienen studeerde journalistiek en filosofie en vindt het naar gelang hij ouder wordt moeilijker en moeilijker om een fatsoenlijke foto van hemzelf te vinden. Hij schrijft en is hoofdredacteur van VICE, o.a. Foto gemaakt door Boudewijn Bollmann

Schijt hebben aan voetbal en er toch over kunnen meepraten, hoe doe je dat?

Bonusuitspraken: "Van de Duitsers heb je pas verloren als ze in de bus terug naar huis zitten."

Toen ik tien was speelde ik trompet en keek ik graag naar Baywatch. Ik keek zo graag naar Baywatch dat toen mijn vader de TV eens overzette op voetbal, ik met mijn trompet achter hem sloop en hem zo *bwraap* in zijn oor toeterde. Van schrik sprong hij vijf centimeter van de bank af, wat gezien zijn liggende houding knap was. De kracht in zijn billen. Daarna draaide hij zich om en gaf hij me een hengst voor mijn gaffel die ik niet licht zal vergeten. Ik rende naar boven en maakte uit wraak een schedel van Lego met zwarte en rode steentjes. Vanaf dat moment haatte ik voetbal op TV. En daardoor keek ik er nooit naar. En daardoor kan ik er niet over meepraten. En dat zat me lange tijd dwars.

Zo vroeg ik me af of ik wel een echte vent was als het gesprek op saaie feestjes richting Messi of het wel of niet wisselen van Afellay  overging. Ik vroeg me af of wel of niet over voetbal kunnen meepraten een zelfde uitwerking had op je carrière als je lengte en de hoeveelheid testosteron in je lichaam. Ik peinsde over het type vrouw wier vagina voor mij altijd onbereikbaar zou zijn. Ik dacht: “Wat zit je daar nou te kniezen als een karakter in een roman van Jay McInerney?” Ik dacht: “Wat doe je eigenlijk op zulke feestjes?” Toen het vorige WK begon besloot ik het heft in eigen handen te nemen en uit te zoeken wat voor dingen je moet zeggen om volwaardig in een gesprek over voetbal mee te doen en het respect van je voetbalminnende vrienden te krijgen.

Omdat de meeste mannen de meningen herkauwen van de kerels die ze op TV met elkaar horen praten, heb ik vooral de programma’s van Jack van Gelder en Wilfred Genee goed bekeken. Ook heb ik het gedrag bestudeerd van groepjes mensen die in oranje shirts rond een barbecue zaten geschurkt. Op basis van een analyse van de gesprekken daar aan tafel heb ik een lijstje do’s en don’ts voor een respectabel gesprek over voetbal opgesteld. Als je deze tips volgt kun je hopelijk ook eens een blonde chick met enorme borsten die uitgaat in de Powerzone op je hosselmolentje laden, zonder dat je daarvoor je jeugd op een grasveld hebt hoeven weggooien en je zondagavond hoeft te verpesten met Studio Sport. (Overigens ga ik ervan uit dat je een bepaalde basiskennis over voetbal hebt, die je net als ik hebt opgepikt tijdens de EK’s en WK’s waarbij je toen Nederland speelde ook als een zwakzinnige naar een scherm stond te schreeuwen en bier stond te drinken.)

1. Kies een typetje dat je speelt tijdens het gesprek. Het vrouwtje (getypeerd door een gebrek aan kennis en die vragen stelt als ‘wat is dat bromgeluid op de achtergrond?’) en de clown (die het spel totaal niet serieus neemt en dingen zegt als ‘dit spel zou echt veel leuker zijn met landmijnen’) zijn rollen die in het leven gespeeld worden, maar als je respectabel over wilt komen en geaccepteerd wilt worden in de broederschap der voetballers, kun je die rollen maar beter overlaten aan vrouwtjes en clowns. Voetbalpraters zijn net trotse leeuwen. Als je niets over hun favoriete spel weet of er grapjes over maakt, kijken ze even blanco naar je en is het gesprek voorbij. Dus wie moet je wel kiezen? De norse man. Deze zit met zijn armen over elkaar aan tafel en zegt chagrijnige dingen. Nihilisten zijn het. Of ga voor de oprecht boze man, die het niet pikt dat elf mannen hebben verloren met voetbal en er oprecht over verontwaardigd is.

2. Praat constant in de tweede persoonsvorm en zeg dingen als ‘in principe’ en ‘een stukje’. “Je hebt toch een stukje sambavoetbal zo, over veel schijven spelen en de bal het werk laten doen.” Ken sowieso je termen. Mensen waarderen het als je dingen zegt als ‘totaalvoetbal’, ‘voetballes’ en ‘cattanacho’. Strooi het willekeurig in een conversatie als iemand over voetbal aan het praten is. Negen van de tien keer zit je goed. Schwalbes passen trouwens ook in dit rijtje. “Schande voor de sport!”, roep je dan uit, als je de Oprecht Boze Man als typetje hebt aangemeten. Als je de Norse Man bent vind je dit minder erg, of juist nog veel erger. Bonusuitspraken: “Van de Duitsers heb je pas verloren als ze in de bus terug naar huis zitten.” “Van de Italianen kun je niet winnen, wel verliezen.”

3. Leer de naam van een speler uit je hoofd die onverwachts goed speelt op het toernooi, en zeg dan: “[…] is de verrassing van het toernooi!” (Vorig WK was het volgens mij ene ‘Elia’.) Dit is vaak niet de meest originele opmerking, dus voetbalpraters zullen je hierna niet meteen opnemen in hun gelederen, maar ze weten in ieder geval dat je niet constant uit je nek kletst.

4. Grapjes maken doe je ten koste van anderen, niet ten koste van het spel. Grappen als “Het was 1-1, maar het had net zo goed andersom kunnen zijn” kun je nog wel maken, maar met meer kom je niet weg. Dat laatste lijkt op relativering, en dat moet je nooit doen bij voetbal. Het is maar een spelletje, maar een van de regels van het spelletje is dat je het niet beschouwt als zodanig. Een strijd op leven en dood enzovoorts. Niemand is gebaat bij relativering, want het zou alles wat er over voetbal wordt gezegd en alle tijd die eraan wordt gespendeerd waardeloos maken, en mensen aan het denken zetten wat ze beter hadden kunnen doen met de tijd die het ze kostte om 15 jaar lang iedere zondag 3 uur lang voetbal en nabeschouwingen te bekijken. 3120 uur aan een activiteit besteden betekent dat je volgens Malcolm Gladwell zo’n 1/3 op weg bent om heel erg goed in iets te zijn. Nou ja, praten over voetbal, daar zijn ze nu best goed in. Maar goed, dat kan jij ook, als je klaar bent met dit stukkie.

5. Als een ander aan het praten is en hij zegt iets dat behoorlijk wijs is, kijk je allemaal naar de grond of naar de tafel en bevestig je de wijsheid van de pratende persoon door amechtig te kijken en met je hoofd op en neer te knikken. Als je het goed doet lijk je een beetje op een bejaarde schipper die ja knikt als iemand herinneringen ophaalt aan hoeveel mensen ze met de boot hebben gered tijdens de watersnoodramp in ’53.

6. Praat over scheidsrechters en zeg dat ze zo snel rood geven en dat dat misschien wel consequent is, maar niet leuk voor het spel. “Scheidsrechters missen tegenwoordig persoonlijkheid,” is een uitspraak waarmee je zeker scoort.

7. Als praten over voetbal een maaltijd was, zou speculeren over uitslagen de tiramisu zijn. Heerlijk om mee te eindigen. “Nederland eruit in de kwartfinale tegen Rusland ” is goed, “Nederland eruit in de volgende ronde” ook, en eigenlijk is iedere voorspelling gewoon goed. De kans dat je de winnaar van het toernooi vooraf voorspelt is 1/16e, en aangezien niemand je aan je voorspelling houdt kun je maar beter wat roepen. Het is tenslotte maar een spelletje.

Dit artikel verscheen ten tijde van WK 2010 in aangepaste vorm op Vice

Volg Jan van Tienen ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (8)