576
1

Hoogleraar kunst en economie (UVU/ HKU)

Giep Hagoort (1948) is hoogleraar kunst en economie aan de Universiteit Utrecht/HKU. Hij introduceerde in 1992 het begrip Cultureel ondernemerschap. Het is oprichter-dean van de private Amsterdam School of Amsterdam. Zijn nieuwste boek gaat over samenwerkingsverbanden in de culturele sector (Cooperate. The Creative Normal, Eburon 2016). Vanaf 2014 leidt hij ERTNAM, European Research and Training Network on Art Management dat in 2017 lezingen en workshops verzorgde in Cagliari (Italië), Exeter (UK) en Moskou.

Schort centrale regels voor scholen op in coronatijd

Als we zo’n systeem (tijdelijk) afschaffen komt alle aandacht te liggen bij hoe de scholen zelf met hun pedagogische verantwoordelijkheden omgaan.

Even voor 10 uur ben ik vandaag, 19 januari, getuige van een ontspoord gesprek op NPO Radio 1. Het studiogesprek gaat over de emotionele beleving van schoolkinderen tijdens coronatijd. Alleen naar school gaan als het kind een uitzondering is. Contacten met school via het scherm. Moeders en vaders als (niet-geschikte) juffen en meesters. Je vriendjes en vriendinnetjes missen en niet echt samen kunnen spelen. De deskundigen in de studio vragen om meer aandacht voor dit probleem om later emotionele schade te voorkomen.

Aan het eind is een telefoongesprekje met een schoolmeisje gepland. De presentator van dienst probeert een echt contact te krijgen om boven het ja en nee uit te stijgen. Ze vraagt: en wie is je beste vriendje? Dan grijpt de aanwezige vader in en zegt: ‘Daar gaat het niet om’. Het gaat hem om de problemen zoals de mogelijke avondklok. De presentator zegt dat ze graag een gesprek met zijn dochtertje wil hebben maar de vader blijft alsmaar aan het woord. De presentator breekt het gesprek af en betreurt het dat ze niet met zijn dochtertje heeft kunnen praten.

Een bijzonder voorval. Maar wel kenmerkend voor de tijd waarin we het coronavirus moeten ondergaan. Belangwekkende thema’s, aanwezige experts en onbegrepen intenties.

Neem de basisscholen. Centrale regels beheersen hun bestaan betreffende open of dicht, het dragen van mondkapjes, het toelaten van uitzonderingen.

De grondrechten van burgers worden gestroomlijnd, de mobiliteit – dichtbij en veraf – staat op haar kop en de arbeidsorganisaties krijgen door het thuiswerken een compleet ander aanzien. Daar waar zelfstandigen hun werk en inkomen verliezen, halen eigenaren van internetbedrijven miljoenen extra op. En: waarom functioneert bij dit alles de eigen verantwoordelijkheid zo gebrekkig?

Is er een manier van denken en handelen die deze veel aangehaalde ‘eigen verantwoordelijkheid’ betekenis kan geven en waar de aanpak dichterbij de mensen zelf ligt? Laten we de basisscholen als casus nemen. Het gevestigde onderwijssysteem staat niet ter discussie: het behalen van kwaliteitseisen (bijvoorbeeld de Cito-toets) hetgeen te realiseren is met kwantitatieve scores die medebepalend zijn voor schooladviezen.

OnderwijsIn coronatijd een hachelijke onderneming. De vertreksituaties van schoolkinderen zijn gebaseerd op grote ongelijkheid qua wonen, inkomen en opleiding van ouders, leefomgeving en herkomst. Als we zo’n systeem (tijdelijk) afschaffen komt alle aandacht te liggen bij hoe de scholen zelf met hun pedagogische verantwoordelijkheden omgaan, waarbij zij optimale kansen kunnen realiseren en ruimte kunnen maken voor de emotionele beleving van hun schoolkinderen. Kortom weg van de centrale regelgeving; de eigen expertise en verantwoordelijkheid per school centraal. Natuurlijk geeft zo’n school zich ook rekenschap van het feit dat ze geen pedagogisch eiland is en dat aansluiting gevonden moet worden met het vervolgonderwijs. Maar ook daar zoeken scholen naar nieuwe wegen voor het bestaande onderwijs. Partnerschappen liggen hier voor de hand.

Is dat allemaal zo revolutionair? Absoluut niet. Ik ontleen mijn gedachten aan de culturele sector die enorm hard getroffen is door de coronacrisis. Daar zijn de richtlijnen van de kant van de overheid opzij gezet en hoeven prestatieafspraken niet gehaald te worden. Daarvoor in de plaats kwam een grote hoeveelheid nieuwe manieren van werken tot stand, ook digitaal, waarvan talrijke lokale en regionale platforms verslag doen. Sommige instellingen hebben een eigen OMT ingesteld. Essentieel voor het succes is het vertrouwen van de dienstdoende cultuurwethouder dat de instellingen en kunstenaars zich inzetten voor een nieuw cultuurtijdperk. En dit vertrouwen laat ondersteunen door passende maatregelen.

Het is, anders gezegd, mogelijk om te vertrouwen op de kracht en de expertise van het collectief, ondersteund door een overheid die waardering uitstraalt.

We zijn aangekomen op een punt dat fundamentele onderwijs- en artistieke vrijheden een geheel eigen vormgeving ‘bottom up’ verlangen. Ook dat maakt het coronajaar 2020 duidelijk.

Voor de vader die het gesprek van het schoolmeisje overnam, zal dit allemaal wellicht utopisch overkomen. Toch was de presentator op de goede weg om het meisje zelf aan het woord te laten en naar haar eigen ervaringen en ideeën te vragen.

Geef een reactie

Laatste reactie