1.982
8

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

Schreeuw om hulp vanuit het snoepschap

Concrete actie om ons voedingspatroon te veranderen is nodig om de zorg én onszelf te redden

Ivan Wolffers ziet de gezondheidszorg langzaam op een faillisement afstevenen, terwijl artsen chronische aandoeningen behandelen die we zouden kunnen voorkomen door gezonder te leven. Professionals, politiek en producenten van voedsel moeten hun verantwoordelijkheid nemen. En daar heeft hij wetenschappelijk bewijs voor.

Wie met een ongunstige combinatie van zijn 5000 genen geboren is heeft een groter risico op chronische aandoeningen dan iemand met een voordelig genetisch mozaïek. Chronische niet-overdraagbare aandoeningen bedreigen steeds meer mensen, maar ook onze gezondheidszorg. Want die doet nauwelijks iets om ze te voorkomen, maar wel van alles om mensen met deze aandoeningen vele jaren in leven te houden. Op den duur zal ze daaraan failliet gaan. Bezuinigingen kunnen het tij niet keren. En op een dag betaal je zoveel bij en worden zoveel middelen niet toegankelijk voor je dat de zorg zoals we die kennen om zeep is geholpen.

Maar onder andere overgewicht, de verstoring van ons metabole systeem, diabetes type 2, hart- en vaatziekten, kanker en Alzheimer worden mede veroorzaakt door onze leefomgeving. En dat weten we. En omdat je in de komende dertig tot veertig jaar niets kun doen aan je genen (als dat al ooit mogelijk wordt) rest ons niets anders dan de leefomgeving te veranderen: door meer te bewegen, minder (of liever helemaal niet meer) te roken en over te gaan op een verantwoorder eetpatroon verminderen we de druk op onze biologie.

Het moet gezonder
Maar dat gebeurt vaak onvoldoende omdat alle betrokken partijen zich er bewust of onbewust tegen verzetten. De mensen die al risico lopen vinden het vaak overbodige bemoeienis met hun persoonlijke keuzen wanneer iemand ze komt vertellen dat ze minder vet en zoet moeten eten, meer vezels en groenten in hun voeding nodig hebben en dat ze er beter aan doen minder te roken en te drinken. En als ze zich bewust zijn van de gezondheidsrisico’s wegen ze die bij voorkeur af tegen de kwaliteit van leven, want die is vaak verbonden met dat wat we normaal zijn gaan vinden (maar wat eigenlijk niet normaal is omdat onze voorkeuren door massieve marketing zijn genormaliseerd).

De gezondheidszorg draait op behandeling van mensen die al klachten hebben. Er is zwaar geïnvesteerd in ontwikkeling en aanschaf van onderzoeksmethoden om de aandoeningen vroegtijdig op te sporen. De methoden om de zorg rendabel te laten functioneren zijn bovendien gebaseerd op betaling van behandeling (en niet op betaling van preventie) en de nadruk ligt op wetenschappelijk bewezen methoden via ingrijpen in de biochemie: met medicijnen en chirurgische ingrepen. Die worden bij elke innovatie duurder omdat salarissen op Research en Ontwikkeling-afdelingen voortdurend stijgen en economische beginselen het proces domineren. Daar hoeven we dus ook niets baanbrekends te verwachten. Het zou tegen de structuur en belangen in de zorg ingaan.

Een kabinet krijgt een mandaat voor vier jaar en wil graag in vier jaar ook resultaten boeken. Bezuinigen lukt misschien nog wel in die periode, maar een grondige verandering van de leefomgeving bewerkstellingen -waarbij je ook nog eens veel vijanden creëert in de zorg, bij diens afnemers en in belangrijke sectoren van de economie- is vrijwel uitgesloten. Daar reken ik ook niet op.

Maar wat er over blijft is voortdurend gekibbel over wat er wel en niet vergoed zal worden. En als mensen door de leefomgeving beginnen te decompenseren (een mooi medisch woord om aan te geven dat hun systeem het niet meer aankan) dan wordt er gehamerd op eigen verantwoordelijkheid en de vrije keuze. Mantra’s zijn het, om de mogelijkheid om de zaak echt grondig aan te pakken te ondermijnen.

Hulp in de supermarkt
Maar zelf verantwoordelijkheid nemen wordt ons niet makkelijk gemaakt. Probeer maar eens de productinformatie op de achterzijde van de verpakkingen te lezen voordat je ze in je winkelmandje gooit. Meestal zijn de lettertjes te klein om het je te kunnen veroorloven de leesbril thuis te laten. Mocht je die wel bij je hebben, dan nog is het voor iemand die niet heel goed thuis is in wat daar staat nauwelijks te begrijpen. Zelfs als dat wel lukt heb je de tijd niet om dit voor je hele kar met zaterdagse boodschappen te doen.

Het aanbieden van de informatie leidt niet tot een bewuste keuze bij de consument, is niet effectief gebleken en zou dus door de wetenschap afgewezen moeten worden als methode die ondeugdelijk is: niet evidence-based, nee, en er zijn zelfs argumenten te over dat er een tegengesteld effect is van deze aanpak. Horen we daar wel eens onze wetenschap over? Windt de Vereniging tegen de kwakzalverij zich hier wel eens over op? Want het is toch verdorie wat: een wetenschappelijke discipline die angstig zwijgt terwijl we te maken hebben met een van de belangrijkste uitdagingen voor onze zorg. Als iemand wel eens iets zegt heerst er vooral de gedachte “wie heeft deze wind gelaten?”

Stoplicht op een pakje koekjes
Een paar jaar geleden werd het voorstel gelanceerd om de informatie op de verpakking van voedingsproducten gemakkelijk toegankelijk te maken. Een stoplichtensysteem was het idee, waarmee een consument in één oogopslag iets begrijpt over de onnodige toevoeging van energiestoffen versus de voedingswaarde. Ik herinner me dat ik zelf nog wel eens in een TV-programma bij een stoplicht heb gestaan om het te verduidelijken. Maar het voorstel haalde het op geen enkel niveau omdat de voedingsindustrie er niet aan wilde en een stevige lobby tegen het voorstel wist te organiseren. Wetenschappers in dienst van deze sector riepen dat er geen bewijs was voor enige effectiviteit van de aanpak. Alsof er ooit bewijs nodig is geweest van de zin van het toevoegen van suiker, zout en vet aan onze voeding om ons te verleiden het te kopen. Kromme wereld, waar een deel van de bevolking mag betalen met zijn gezondheid voor een gezonde AEX index.

Maar gelukkig er is nu een onderzoek dat in Duitsland werd uitgevoerd dat ons dichterbij een wetenschappelijke waardering voor het stoplichtsysteem brengt. Met hersenscans kon worden aangetoond dat mensen beter zijn hun impulsen te controleren als ze via de kleuren rood, oranje of groen informatie gekregen hadden over de echte voedingswaarde. Dat was effectiever dan het lezen van de klassieke, nu beschikbare informatie op de achterkant van de doos te lezen.

Mooi toch? Maar dacht je dat het nu volgende maand wordt ingevoerd? Vergeet het maar. De politiek is een systeem van vertraging, de wetenschap zal komen met varianten op dit onderzoek uit Bonn waarin ze laten zien dat het misschien wel voor de ene groep geldt, maar niet voor een andere en dat het daarom niet rechtvaardig is de regel voor iedereen in te voeren. In de zorg is het business as usual: we behandelen, want er is geen tijd meer over voor iets anders.

Stoplicht NU
Natuurlijk, het gaat niet alleen om die stoplichten, want de verstoring van ons metabole systeem op zo’n grote schaal als we tegenwoordig meemaken is veel gecompliceerder. Naast de hoeveelheid beweging die we krijgen en wat we in onze mond stoppen spelen daar ook andere toegevoegde bestanddelen aan onze voeding een rol bij. Denk ook aan de hoeveelheid werkstress die we in een wereld van overwerk en te hoge schuldenlast op gezinsniveau moeten verwerken, de hoeveelheid (of tekort) aan slaap die we krijgen, de lengte van de perioden dat je zit, de stand van de verwarming enzovoort.

Ja, het is ingewikkelder dan stoplichten op een pakje meel voor cupcakes, maar iedereen die dat nu roept houdt veranderingen tegen. Laten we het een voor een, stap voor stap aanpakken.

Onthoud dit, maak een print van het onderzoek, kijk of je een advocaat kunt vinden die over flink wat jaren mee wil denken met een grote groep mensen die zich hier ook druk over maken en als je kinderen over vijftien jaar te zwaar zijn of verschijnselen van diabetes 2 krijgen, klaag dan de mensen die het konden weten maar niets deden aan; de professionals, de politici en de producenten die de andere kant opkeken en niet inzagen hoeveel impact onze leefomgeving heeft op onze gezondheid.

Kan ik me al ergens aanmelden voor Stoplicht NU?


 

Het laatste boek van Ivan Wolffers is ‘Als de tijd voor altijd stil zou staan

Volg Ivan Wolffers ook op Twitter
Ivan schrijft voor Joop regelmatig een Gezond Weetje: 
klik hier voor een overzicht


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (8)