4.067
73

Socioloog

Merijn Oudenampsen (1979, Amsterdam) is socioloog en politicoloog. Sinds januari 2011 doet hij als promovendus onderzoek naar populisme en culturele studies bij de Universiteit van Tilburg. Hij was gastredacteur van de 20e editie van het tijdschrift Open, de Populistische Verbeelding. Hij schrijft regelmatig voor boeken, bladen en tijdschriften, over stadsontwikkeling, kunst, politiek, filosofie en wat dies al niet meer zij.

Schurken­journalistiek

Het is tijd voor een meer pluralistische, ideologisch geïnformeerde journalistiek

‘Hoe zou het komen dat de progressieve kranten en actualiteitenrubrieken allemaal sympathiseren met de Palestijnen?’ Dat is de vraag die Martin Sommer opwerpt in een origineel betoog in de Volkskrant van afgelopen weekeinde.

Het is moeilijk om vandaag de dag met droge ogen te beweren dat de journalistiek een links bolwerk is. Martin Sommer gaat dan ook iets subtieler te werk. Zelfs al zijn journalisten niet meer links en beschouwen zij zichzelf als objectief en evenwichtig, de facto is het effect van de professionele journalistiek nog te links in de ogen van Sommers. Dat komt omdat de journalistiek teveel gericht is op reportages over slachtoffers, op mensenrechten en het bekritiseren van de macht:

Wij zijn niet meer links, wel betrokken. Die betrokkenheid keert zich tegenwoordig tegen de macht in het algemeen, de top of ‘de rijken’. ‘Bent u een schurk’, wierp Sven Kockelman in zijn tv-programma ooit als eerste vraag op. Macht deugt niet, autoriteiten zijn slecht en wij journalisten kiezen vanzelf de kant van de gedupeerden. In de internationale variant concentreert de betrokken journalistiek zich op de mensenrechten. Daar kan niemand tegen zijn, die gelden immers altijd en overal.

Een dergelijke beroepsethiek leidt ongewild tot een linksig profiel. Bij het publiek leidt het tot het idee dat journalisten progressief zijn en sympathiseren met de Palestijnen. De oplossing die Sommer aandraagt is dat journalisten zich duidelijker politiek positioneren en zich meer gaan identificeren met de macht.

Belangrijk is dat Sommer in zijn artikel linkse journalistiek afdoet als ‘politieke vooringenomenheid’ waarvoor ‘professionaliteit in de plaats gekomen’ is. Het is dus een betoog voor rechtse journalistiek en identificatie met de macht, in dit geval de V.S. en Israël. En waar gehakt wordt, daar vallen spaanders.

Journalisten moeten dus niet al te kritisch zijn over mensenrechten en slachtoffers als het de buitenlandse politiek van de V.S. of Israël betreft. Dit is een onvervalst pleidooi voor wat Glenn Greenwald ‘establishment journalism‘ heeft genoemd en wat we – vrij naar Sven Kockelman – ‘schurkenjournalistiek’ kunnen noemen.

Deze analyse zegt Martin Sommer te ontlenen aan zijn inspirator H.J. Schoo. Alleen geeft Sommer een zeer eenzijdige interpretatie van wat Schoo beweert in zijn boek Een ongeregeld zooitje. Schoo pleit voor een hernieuwde profilering en politisering van de Nederlandse journalistiek. Maar hij geeft daar geen eenzijdig rechtse of pro-Israëlische invulling aan, zoals Sommer dat doet. Integendeel, Schoo stelt dat journalisten zich niets moeten aantrekken van kritiek zoals geleverd door Martin Sommer, want dat leidt tot teveel behoedzaamheid:

Journalistieke evenwichtigheid […] is dodelijk voor iedere passie en brengt ‘neutrale’ mainstream-kranten er bijvoorbeeld toe om een Republikeins schandaal preventief te omfloersen met onbeduidende aantijgingen aan het adres van Democraten – of omgekeerd. De fairness-doctrine werkt verlammend. Media die door de voortdurende aanvallen van politiek rechts op hun professionele bias toch al in het verdomhoekje zitten, worden overvoorzichtig.

Wat Schoo bovenal bekritiseerde is het brave, provinciaalse, regeringsgezinde centrisme van de Nederlandse journalistiek:

De apriori’s van de ideologieën en hun gesloten mens- en wereldbeelden mogen dan verdwenen zijn, zij zijn niet stelselmatig vervangen door geïnformeerde (dus niet: naïeve) empirische nieuwsgierigheid. In plaats daarvan zien we te dikwijls een onderschikking aan wat wel de ‘officiële staatsleer’ is genoemd, een complex van slecht gearticuleerde, doorgaans onbewust blijvende noties en sentimentaliteiten over mens en wereld. Die officiële staatsleer, zeer neerlandocentrisch, dus provinciaal, is onze seculiere religie; de pose is kritisch en universalistisch, de inhoud wezenlijk gouvernementeel en nationaal. […] Alle idiosyncrasie van de voormalige zuilen, elke poging tot anders denken, zelfs anders práten, is hier geofferd aan de ideologie van de neogezamenlijkheid.

Met Schoo kunnen we stellen dat het tijd is voor een meer pluralistische, ideologisch geïnformeerde journalistiek. Het voornaamste probleem: in Nederland bestaan er wel degelijk uitgesproken rechtse media, zoals De Telegraaf en Elsevier, alleen geen linkse media.
Dit stuk staat ook op de site van Merijn Oudenamspen en in De Volkskrant.
Lees hier het stuk van Martin Sommer: ‘Journalisten denken dat ze objectief zijn, maar publiek vindt van niet’  

Laatste publicatie van MerijnOudenampsen

  • Ter verdediging van Utopia

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (73)