1.664
23

Universiteit Utrecht

Tineke Lambooy is verbonden aan de Universiteit Utrecht en aan Nyenrode. Ze is onder meer gespecialiseerd in ondernemingsrecht en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Haar profielfoto werd gemaakt door Ed Lonée.

Shell ontloopt verantwoordelijkheid in Nigeria

Actie blijft uit om de situatie in Nigeria te verbeteren

Op 4 augustus 2011 publiceerde het milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) een rapport over de effecten van de olievervuiling in Ogoniland, een deel van de Nigerdelta in Nigeria zo groot als de provincie Utrecht. Conclusie van het rapport: de vervuiling van grond en water maakt het onmogelijk voor de lokale bewoners om hun bestaan als boeren en vissers voort te zetten. Het drinkwater blijkt ernstig besmet: De vervuiling van water overschrijdt de standaarden van de World Health Organisation(WHO) voor drinkwaterkwaliteit.

UNEP gaf duidelijke aanbevelingen aan de Nigeriaanse autoriteiten, de oliemaatschappijen, waaronder Shell, en de lokale bevolking over hoe de vervuiling NU aan te pakken en in de toekomst te voorkomen. Het is de beste poging in de afgelopen halve eeuw om de vicieuze cirkel van armoede, geweld en corruptie in de Nigerdelta te doorbreken. Naast concrete voorstellen om de problemen gestructureerd aan te pakken werden ook noodmaatregelen voorgesteld.

Een jaar later. De Nigeriaanse regering toont weinig haast. Na publicatie van het rapport installeerde de president een comite waarin ook Shell zitting mocht hebben, om over de UNEP-aanbevelingen te adviseren. Op 8 mei 2012 gaf dit comite haar advies en heeft de president een Hydrocarbon Pollution Restoration Project onder het ministerie van Milieu opgericht, belast met het implementeren van de aanbevelingen. Het ministerie van Petroleum Resources en vertegenwoordigers van NNPC, de Nigeriaanse staatsoliemaatschappij zijn aanwezig bij de presentatie. Steun van deze partijen zal hard nodig zijn om het project te doen slagen.

Shell heeft afgelopen jaar meerdere malen aangegeven afhankelijk te zijn van de Nigeriaanse regering voordat actie ondernomen kan worden. Dat is teleurstellend en te gemakkelijk. Met het instellen van het project zijn nu ook de ogen op Shell gericht wat betreft actie. Bijvoorbeeld: Shell zou de lokale gemeenschappen concrete informatie kunnen bieden over lekkages en hoe deze worden aangepakt. Zij heeft de overheid daar niet voor nodig. Shell werd door UNEP opgeroepen om onder meer de schoonmaakprocedures drastisch te herzien en verouderde pijpleidingen te vervangen. Veel leidingen die een gemiddelde levensduur hebben van vijftien jaar schijnen dertig jaar na dato nog steeds in gebruik te zijn. De bevolking heeft in de praktijk nog weinig gemerkt van de noodzakelijke stappen die het bedrijf geacht wordt te nemen.

Neem Bodo, een stad in Ogoniland van 69.000 inwoners waar Amnesty International de afgelopen jaren onderzoek heeft gedaan. Oude lekkages uit 2008 zijn nog steeds niet opgeruimd. Elf duizend inwoners hebben gezamenlijk een rechtszaak in Engeland aangespannen om Shell tot actie te bewegen, waaronder schoonmaken en uitkeren van compensatie. Het bedrijf heeft zelf erkend aansprakelijk te zijn voor die lekkages. De pijpleidingen waren verroest. Ondertussen stapelt nieuw gelekte olie zich op de oude vervuilde grond. Shell wijt de vervuiling deels aan illegale raffinaderijen in de regio.

Amnesty International bericht dat er in juni nieuwe lekkage in Bodo is uitgebroken. Volgens informatie van de organisatie verloopt het vaststellen van de oorzaak stroef. Op 30 juni treft een gemengd onderzoeksteam met vertegenwoordigers van Shell, de regering en de getroffen gemeenschap een door Shell uitgegraven oliepijpleiding aan. Het gat is afgedicht door een houten plug. De pijpleiding is verroest, de lokale bevolking en een Nigeriaanse expert zeggen dat de oorzaak van het lek corrosie is. Shell en de vertegenwoordigers van de Nigeriaanse staat beweren naar verluidt dat het om sabotage gaat.

Dit soort patstellingen komt met grote regelmaat voor. Het vaststellen van de oorzaak en de omvang van de lekkage zijn heikele punten die van invloed zijn op de omvang en kwaliteit van de schoonmaak en op de eventuele compensatie die de lokale bevolking krijgt. Compensatie is alleen aan de orde als er geen sprake is van sabotage. Transparantie is hard nodig om het vertrouwen aan beide zijden te herstellen op weg naar samenwerking in de toekomst.

UNEP bracht vorig jaar hoop op een betere toekomst voor de bewoners van de Nigerdelta. Dit momentum mag niet verloren gaan. Er is veel druk nodig om de Nigeriaanse autoriteiten en oliemaatschappijen als Shell te bewegen tot het zetten van concrete stappen. Ook de Nederlandse regering kan hierin een grotere rol spelen. Wij wijzen op de oproep daartoe die Amnesty International vorig jaar publiceerde, gesteund door Ruud Lubbers, Jan Pronk en anderen.

Nederland heeft maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) hoog in het vaandel staan. Het is duidelijk dat er in de Nigerdelta geen sprake is van MVO. Shell moet ertoe worden bewogen om het door UNEP aanbevolen noodfonds te vullen, transparantie te creëren over vervuiling en manier van aanpak, de vervuiling op te ruimen en oude pijpleidingen te vervangen. Er moet op worden toegezien dat de door Nederland omarmde VN-richtlijnen op het gebied van ondernemen en mensenrechten in de praktijk worden gebracht. Hiermee kunnen schendingen van onder meer het recht op schoon drinkwater en een adequate levensstandaard in de toekomst worden voorkomen.

Tineke Lambooy schreef dit stuk samen met Menno Kamminga van de  Universiteit Maastricht en Rick van der Ploeg, Oxford University

Geef een reactie

Laatste reacties (23)