3.987
12

Tweede Kamerlid PvdD

Esther Ouwehand (1976, Katwijk) werd op 30 november 2006 beëdigd als Tweede Kamerlid voor de Partij voor de Dieren. Na een carrière in de marketing van jongerentijdschriften bij Sanoma Uitgevers is zij sinds oktober 2002 betrokken bij de PvdD, waar zij in 2004 coördinator werd van het partijbureau. In die functie heeft zij gewerkt aan de opbouw van de partijorganisatie.

Shit, op het matje bij de minister!

Welk probleem er ook op tafel ligt, steeds wordt de veehouderij reflexmatig in bescherming genomen

Minister Schouten wil dat frauderende mestbedrijven zich maandagochtend aan haar bureau melden. Het klinkt als notoire snelheidsovertreders ontbieden bij de Minister van Verkeer en Waterstaat. Er spreekt grote daadkracht uit, maar wat is de insteek? Een zoveelste waarschuwing of nieuwe afspraken over zelfregulering, opnieuw en tegen beter weten in? De schokkende analyse van NRC toont aan dat de veeindustrie zich in met name Brabant en Limburg stelselmatig op criminele wijze ontdoet van enorme hopen mest (NRC, 11 november). Schouten noemt het “een cultuurkwestie” en zegt dat er meer aan de hand is dan alleen maar het aan de laars lappen van de regels.

minister
Minister Schouten (L) | cc-foto: Roel Wijnants

Er is zeker meer aan de hand. In een onderzoek naar zware milieucriminaliteit in 2003 constateerde het Korps Landelijke Politiediensten al dat “ernstige overtredingen” aan de orde van de dag zijn in de vee- en veevoerindustrie. In het -door toenmalig minister Donner (CDA) geheim gehouden- rapport spreekt de recherche van “organisatiecriminaliteit” en “ketencriminaliteit”. Er wordt gewaarschuwd voor illegale handelingen die in het massaproductiesysteem dat de bio-industrie nu eenmaal is, bijzonder lucratief zijn. Denk aan het wegmengen van afvalstoffen in veevoer (dioxine, MPA).

De reacties op het rapport volgden het patroon dat we kennen van de veehouderij en haar politieke geestverwanten: geheimhouden, criminaliseren van de klokkenluider die het toch naar buiten bracht, bagatelliseren van de inhoud (‘enkele rotte appels’, ‘opgewarmd prakje’)en over tot de orde van de dag. Die orde luidt: “we hebben vertrouwen in de sector”.

Precies zoals het KLPD vaststelde. Hun meest saillante conclusie was namelijk dat de veehouderijsector zó verweven is met de politiek, dat het risico bestaat dat “de bestuurlijke integriteit wordt aangetast”.

De politie vreesde dus dat de politiek misschien niet helemaal zuiver op de graat is als het gaat over de veeindustrie. Die vrees is zeer terecht. Bewoners van het Brabantse platteland lopen al decennialang aan tegen lokale bestuurders die de belangen van plaatselijke varkensboeren boven de bescherming van hun gezondheid stellen. Mensen die het wagen een dubieuze vergunning aan te vechten wordt het leven meer dan zuur gemaakt. Huisartsen die zich uitspreken krijgen te maken met pure intimidatie door de CDA’er van dienst.

Letterlijk een ziekmakende cultuur, die zich niet beperkt tot de lokale overheden maar die tot in de hoogste regionen van ons landsbestuur opgeld doet. De Q-koorts was daar misschien wel de meest pijnlijke illustratie van, of in elk geval de meest dodelijke. Pavlov in de polder. Welk probleem er ook op tafel ligt, steeds wordt de veehouderij reflexmatig in bescherming genomen.

Vertrouwt u het nog, na al het gesjoemel met gif in veevoer, antibioticaresistentie en poepbacterieën op vlees? De Onderzoeksraad voor Veiligheid ook niet. Bezorgd om de vele voedselschandalen besloot de Raad de risico’s van de vee- en vleesketen in kaart te brengen (2014). De conclusies logen er niet om. We hebben hier te maken met een sector die “er niet voor terugdeinst de wet te overtreden”. Strafbaar gedrag dat bovendien door de hele sector wordt gefaciliteerd en versterkt. Het bleek uit de fipronil-affaire, het blijkt uit de diepgewortelde mestfraude. Iedereen weet van het gesjoemel, ook de sectorbestuurders, maar niemand meldt het bij de autoriteiten. Een voorman van ZLTO gaf jaren geleden stiekem toe dat veertig procent van alle mest illegaal wordt gedumpt. Nu moeten we weer van LTO geloven dat het om een paar rotte appels gaat.

Er is echt serieus stront aan de knikker. In het meest vee-dichte land ter wereld, waar de relatie tussen de hoeveelheid grond en het aantal dieren volkomen zoek is, kost het een veehouder veel geld om van zijn mest af te komen, en is grootschalige fraude zeer lucratief. Het OM laat de zaak lopen wegens gebrek aan capaciteit. En de enige serieuze aanpak -veel minder dieren, veel minder mest – is taboe verklaard door de almachtige vee-industrie. We lezen nu al dat de minister de door de sector aangeleverde doekjes voor het bloeden mag presenteren, maar niet met werkelijke oplossingen mag komen waar de vee-industrie geen zin in heeft. Zou dat de cultuurkwestie kunnen zijn waar Schouten naar op zoek is en waar zelfs de recherche voor waarschuwde?

De nieuwe minister staat tegenover een sector die nergens voor terugdeinst en zich notoir onbetrouwbaar heeft getoond. En die vooral gewend is dat Den Haag naar haar pijpen danst, hoe ingrijpend de gevolgen daarvan ook zijn voor de bewoners van het platteland die kampen met ernstige gezondheidsproblemen.

De mestvaalt verspreidt een geur van bestuurlijk bederf. Het gesprek dat de minister vandaag met de sector aangaat kan alleen maar iets opleveren als zij durft aan te kondigen dat het tijdperk van de halfhartigheid voorbij is. De enige geloofwaardige aanpak van de grootschalige mestfraude omvat een forse krimp van de mestproductie -en dus van het aantal dieren. Elke andere aanpak is al geprobeerd en heeft niets anders opgeleverd dan een groei naar 80 miljard kilo mest in de veehouderij. Wie zich er een voorstelling van wil maken: het zijn zo’n 25 badkuipen vol met poep, die de vee-industrie ieder jaar ongevraagd aan elke Nederlander cadeau doet. Mét een steeds hogere rekening om het allemaal weer op te ruimen.

Geef een reactie

Laatste reacties (12)