1.448
9

Global Political Analyst

Andy Langenkamp werkt als Global Political Analyst voor ECR Research (www.ecrresearch.com) en Interest & Currency Consultants (www.icc-consultants.nl). Hij volgt de internationale politieke ontwikkelingen die van invloed zijn op rente- en valutakoersen. Zijn bevindingen worden intern gebruikt voor visievorming en Andy schrijft wekelijks de Global Political Analysis voor klanten. Daarnaast schrijft hij een blog voor de Huffington Post (http://www.huffingtonpost.com/andy-langenkamp) en publiceert hij met enige regelmaat in nationale en internationale media, zoals de Financial Times, the Guardian, RealClearPolitics, EUObserver, European Voice, de Volkskrant, Trouw, de GPD-bladen en het Financieele Dagblad.

Sicilië als ‘Groot Griekenland’

Sicilië verkeert op de rand van faillissement. Verdwijnt Sicilië in zee en sleept het Italië mee?

De Romeinen noemden Sicilië al ‘Groot Griekenland’. Dat was vanwege de vele Grieken die er woonden. Die erfenis heeft blijkbaar ook geleid tot Griekse uitgavenpatronen. De vraag is natuurlijk hoe het zover heeft kunnen komen. Sicilië heeft sinds de Tweede Wereldoorlog een speciale autonome status en heeft de controle over uitgaventerreinen als onderwijs en gezondheidszorg. Het is altijd afhankelijk geweest van geld uit het Noorden en de publieke sector.

Die publieke sector is tot ontzagwekkende proporties opgeblazen: de regio heeft 20.000 ambtenaren; niet zo gek als je meer boswachters hebt dan heel Canada. En op elke negen werknemers is er een directeur. Dat vertaalt zich naar evenveel managers als vijftien andere regio’s bij elkaar. Het ambtenarenapparaat kost 210 euro per Siciliaan; dan hebben de inwoners van Lombardije een koopje: zij betalen slechts 10 euro per ambtenaar. Het meeste zijn de Sicilianen kwijt aan hun gouverneur: hij verdient 15.600 euro netto per maand. Voor dat salaris heeft hij o.a. het wijze besluit genomen om in 2011 het aantal ambtenaren met een vast contract uit te breiden met dertig procent.

Die bureaucraten zijn ook nog eens weinig efficiënt en effectief. Sicilië stak in de periode 2000-2007 bijvoorbeeld 700 miljoen euro van de EU in de verbetering van de watervoorziening, maar het percentage huishoudens dat kampt met gebrekkige levering steeg juist van 33% naar 39%. Verder stelde Europa 300 miljoen beschikbaar om het percentage afval dat gerecycled wordt te verhogen naar 35%; de Sicilianen kwamen niet verder dan 6%.

De autonome regio is dus verre van verstandig omgesprongen met haar zelfstandigheid. Dat onbehoorlijk bestuur begint overigens al bij de top: de voorgaande gouverneur zit een gevangenisstraf uit vanwege banden met de maffia en ook de huidige leider, Raffaele Lombardo, wordt verdacht van maffiapraktijken.

Voorlopig niet kopje-onder

Gezien het bovenstaande is het niet gek dat de media afgelopen week spraken over de ondergang van Sicilië. Toch zal het zo’n vaart niet lopen. Sicilië mag dan schulden hebben van meer dan vijf miljard, de looptijd hiervan is relatief lang (dertien jaar) en de rentebetalingen leggen geen groot beslag op de overheidsbegroting (1,6% van de uitgaven in 2010). De federale overheid heeft bovendien inmiddels 400 miljoen overgemaakt naar het eiland. Voorlopig draait alles wel door.
Mocht Sicilië onverwacht toch ten onder gaan, dan is nog geen man overboord. De totale staatsschuld bedraagt bijna 2000 miljard euro (120% van het BNP), dus die vijf miljard van Sicilië doet de boot niet gelijk kantelen.

Overigens verkeren andere regio’s in zwaarder weer: o.a. Calabria, Lazio en Abruzzo hebben een lagere kredietstatus. Maar zelfs als meer regio’s in de problemen komen, is Italië nog niet ten dode opgeschreven. Alle lokale overheden samen hebben langlopende schulden van 115 miljard euro. Dat is 7% van het BNP. Natuurlijk zullen nooit al deze schulden in gevaar komen en bovendien heeft Monti al het nodige ondernomen om deze kredietberg in te perken. Daarbij is het nog het vermelden waard, dat Italië in de jaren negentig al eens voort kon met een overheidsschuld van ruim over de 120%, en tekorten en rentes van 10% of meer. Daar kwam nog het meest omvangrijke corruptieschandaal uit de Italiaanse geschiedenis bij. Ook deze periode overleefde Italië politiek en economisch. Italië heeft sowieso een hele goede naam wat betreft het afbetalen van schulden: het wendde zich maar een keer tot wanbetaling in de recente geschiedenis: in 1940.

Monti’s toneelspel

Maar de markten zijn zenuwachtig en laten zich in zware stormen als de huidige vaak leiden door sentiment. Inmiddels is het heilige vertrouwen in de onverwoestbare kredietwaardigheid van Westerse overheden aan diggelen geslagen, dus Italië moet op zijn tellen passen en Monti moet de markten wat geven.
Dat is wat Monti nu doet met Sicilië. Zijn brief aan gouverneur Lombardo waarin hij oproept tot het opstappen van Lombardo is vooral voor de bühne. Lombardo had al aangegeven eind juli op te stappen. Monti wil laten zien dat hij hard optreedt tegen zondaars en dat hij de teugels in handen heeft. Dit is slim spel van de premier en kan zijn hand wel eens versterken. Italianen worden met de neus op de feiten gedrukt en zullen nu wellicht Monti weer wat meer ruimte geven om te hervormen uit angst ook aan de schandpaal genageld te worden. Gecombineerd met de druk van buitenaf krijgt Monti daarbij waarschijnlijk wat meer ruimte om de regio’s in het gareel te dwingen.

Een positief scenario

Monti heeft tot de verkiezingen in maart 2013 om Italië weer in zwang te brengen bij de markten en de rest van Europa. In ruim een half jaar kan niet een hele samenleving veranderd worden en het is maar de vraag of een nieuwe regering stevig genoeg in het zadel zit om de goede lijnen die Monti heeft uitgezet niet uit te gummen.

De centrumlinkse Democratische Partij (PD) staat nu bovenaan in de peilingen, maar de partij zou minder stemmen krijgen dan waarmee zij in 2008 de verkiezingen verloor. In het positieve scenario weet de PD de voorsprong te vergroten in de peilingen en haalt zij Monti of een andere sterke minister uit het zakenkabinet over om ook in een nieuw kabinet een voortrekkersrol te spelen, waardoor continuïteit van hervormingen zoveel mogelijk gewaarborgd wordt. Berlusconi kan met zijn wederopstanding wel eens de PD en Monti in de kaart hebben gespeeld. Leider Casini van de centrumpartij UDC – die weinig moet hebben van Berlusconi – wordt nu in de armen van de PD gedreven, waardoor de hoop bestaat op een brede coalitie na de verkiezingen met in het ideale geval Monti in een prominente rol.

Ten prooi aan populisme en angst?

In het negatieve scenario lopen door kwesties als Sicilië de spanningen tussen Noord- en Zuid-Italië  op met een comeback van de in verval geraakte Lega Nord die altijd heeft ingehakt op het onverantwoorde zuiden. De situatie kan nog erger worden als de linkse en rechtse populistische volksmenners Grillo en Berlusconi van beide kanten inbeuken op de centrumpartijen. De Vijfsterrenbeweging staat nu op de tweede plek in de peilingen en de PDL van Berlusconi kan volgens sommige peilingen met de 75-jarige veteraan nog altijd rekenen op 20-30% van de stemmen. Zowel Grillo en Berlusconi weten precies hoe ze op de zorgen en angsten van de kiezers moeten inspelen. Mocht de economische situatie verslechteren – en daar ziet het wel naar uit met een voorspelde economische krimp van 2,0% dit jaar – dan wordt het electoraat alleen maar gevoeliger voor de verkiezingsretoriek van Grillo en Berlusconi.

Sicilië mag dus op korte termijn niet ten onder gaan, het kan wel de basis hebben gelegd voor turbulente kwartalen en jaren.

Geef een reactie

Laatste reacties (9)