2.115
40

Publicist

Sander Bazelmans (32), oprichter van een dierenrechtenorganisatie met een passie voor schrijven

Slapen? Dat doe je maar in je eigen tijd!

In mijn droom waren de farmaceuten samen aan de slag gegaan voor een oplossing die zo snel mogelijk mensenlevens zou gaan redden

Van een luide knal op mijn lessenaar schrok ik wakker. De knal werd veroorzaakt door het harde slaan van de liniaal van de meester op het houtwerk van de lessenaar die de afgelopen twintig minuten als hoofdsteun had gediend. Met mijn nog slaperige ogen keek ik recht in de norse ogen van de meester. Hij zette zijn ongenoegen kracht bij met het irritant kalme doch tamelijk onvriendelijke uitspreken van mijn achternaam. “Waar denken wij mee bezig te zijn?”, vroeg de meester. “Slapen, meneer, en ik ben maar in m’n eentje. Dus het is jij, en niet wij”, antwoordde ik stellig. Mijn recalcitrante houding kon over het algemeen niet op veel waardering rekenen. “Slapen? Dat doe je maar in je eigen tijd!”, kraste de meester.

cc-foto: Thien-Kim

We schrijven 17 jaar later. 26 maart 2020. De beschreven passage van een gemiddelde schooldag uit mijn middelbare schoolcarrière heeft zich zojuist weer eens voorgedaan. Een mooie droom werd – ditmaal gewoon in mijn eigen bed –  woest verstoord door het openen van mijn ogen en de langzame totstandkoming van bewustzijn. Zoals het de millennial die ik ben betaamt, was het eerste dat in me opkwam het checken van mijn sociale media.

In mijn droom waren we eindelijk aangekomen bij het rode stoplicht dat al kilometers geleden werd aangegeven op de borden langs de weg. Urenlang reden we met het armpje uit het open raam, de wind in onze haren. Alsof er niets aan de hand was. Nu stonden we uiteindelijk stil voor de dikke witte lijn op het asfalt en een halt van rood licht. We hadden twee opties: we gaan rechtdoor of we slaan af.

In mijn droom waren we al lang afgeslagen. Het kleine weggetje in waar iedereen elkaar hielp. We waren verbroederd. Deze crisis had ons als mensheid dichterbij elkaar gebracht. De mensen zongen samen op straat, voor de ouderen, voor het zorgpersoneel en voor iedereen die een serenade verdiende. Vakkenvullers gingen van lullige loonslaven naar de koningen en koninginnen van de levensmiddelenbranche en nog nooit hadden ziekenhuizen zoveel liefde en steun ontvangen.

Ook de lucht om ons heen was schoner geworden, van al die vliegtuigen die aan grond stonden. Van alle auto’s die geparkeerd bleven doordat hun eigenaren gedwongen waren om thuis te werken. Er was weer plaats om te zitten in de trein. We waren ons er ook van bewust geworden dat de aarde geen onuitputbare beerput was, de aarde was niet geschikt voor overconsumptie. We waren ons ervan bewust geworden dat overconsumptie van dieren en dierlijke producten had geleid tot dit virus. En we hadden ons gerealiseerd dat dat opnieuw kon gebeuren als we zo waren doorgegaan. We moesten onze relatie met dieren en natuur drastisch veranderen, en daar werd massaal gehoor aan gegeven. We moesten wel, we wilden immers nooit meer zo’n crisis als deze, en dat zouden we met man en macht gaan voorkomen.

“Wij hebben het bedacht, dus wij gaan het verkopen”, luidde het motto in de farmaceutische industrie. Dat contractuele alleenrecht zorgde voor schaarste, en schaarste was nou eenmaal op zijn beurt goed voor de portemonnee van de verkopers van een product. Want een product, dat was het, zo’n medicijn. Net als de koffiepads van Senseo, of de televisieprogramma’s van John de Mol. Echter was de eindklant in dit geval niet een liefhebber van slechte koffie of een programma waar idolen worden gecreëerd door ruziënde bekende Nederlanders. Nee. In dit geval was de eindklant een zieke samenleving.

In mijn droom waren de farmaceuten samen aan de slag gegaan voor een oplossing die zo snel mogelijk mensenlevens zou gaan redden. In mijn droom werd er even niet gesproken over patenten, op dezelfde manier als dat politieke kleur op dit moment ook even niet belangrijk was bij het vervangen van de minister van Medische Zorg. Er moest gewoon een oplossing komen, en wel snel een beetje. In mijn droom kwamen we er achter dat die patenten eigenlijk belachelijk asociaal zijn, in het leven geroepen om maar zoveel mogelijk geld te verdienen over de ruggen van patiënten.

Even droomde ik dat een collectief moreel plichtsbesef was binnengesijpeld. Zo’n moreel plichtsbesef wanneer de noodklok luidt. Het was 2 voor 12 en iedereen zou helpen. We zouden overuren maken, het zou ons een stukje van ons inkomen kosten. We zouden dingen die we lekker vonden niet meer eten en vervangen. En het zou niet uitmaken. Iedereen zou z’n spreekwoordelijke steentje bijdragen. De wereld zou en moest gered worden.

En toen klonk daar de norse stem van de meester weer: “Slapen? Dat doe je maar in je eigen tijd.”

Geef een reactie

Laatste reacties (40)