Laatste update 18:22
4.161
66

Bestuurskundige

David Samuel Christiaan (Dave) Ensberg-Kleijkers (1984) is bestuurskundige en werkzaam als bestuursvoorzitter van Stichting Biezonderwijs, een regionale onderwijsinstelling voor specialistisch onderwijs. In 2017 verscheen zijn schrijfdebuut 'Bezielde Beschaving' (Uitgeverij Aspekt). Hij is daarnaast bestuursvoorzitter van Kompass, Mensenrechten Dichtbij en draagt als vicevoorzitter van het Johan Ferrier Fonds bij aan onderwijs- en cultuurprojecten in het land van zijn (voor)ouders; Suriname.

Slavernijverleden vraagt om een genuanceerd debat

Voor wraak of gewelddadige vergelding is geen plaats in het hart voor de mens die juist alle negatieve sporen van het slavernijverleden wil wissen

We zijn als land niet in staat om het maatschappelijke debat over het slavernijverleden van Nederland op een fatsoenlijke en genuanceerde wijze te voeren. Voorstellen over verandering van namen van straten, tunnels en bruggen en het verwijderen van standbeelden worden emotioneel en bot ingebracht. Zo betoogde een stadsgenoot onlangs in mijn woonplaats Tilburg vrij eendimensionaal dat het standbeeld van missionaris Peerke Donders moest worden verwijderd. Ben je tegen zo’n voorstel, dan ben je voor een aantal mensen automatisch een racist.

slavernij
Slavendrijver tussen twee tot slaaf gemaakten op een plantage in Suriname

Tegenstanders van het verwijderen van herinneringen aan het slavernijverleden of het koloniaal verleden als geheel kunnen eveneens kort door de bocht redeneren. Zo mocht ik in januari deelnemen aan een gesprek over dit thema in televisieprogramma De Nieuwe Maan (NTR, NPO 2). Na afloop deed ik iets wat ik beter niet had kunnen doen, namelijk het bekijken van enkele berichten van kijkers op Twitter.  Zo ook die van een twitteraar met de stoere naam ‘NietAaien Witte NLer’: ‘De nieuwe generatie zwartjes heeft een beetje te grote bek. Je blijft met je zwarte poten van onze geschiedenis af. Realiseer je dat je nu profiteert van onze geschiedenis met je volgevreten zwarte kop. Ga anders terug naar donker Afrika of elders. #pleurisvolk’

Niet alleen in de krochten van het digitale riool dat Twitter heet, is er een gebrek aan nuance als het om dit gevoelige thema van het slavernijverleden gaat. Zo sprak ik enkele jaren geleden op een politiek congres met een voorstaand landelijk politicus. Toen het woord ‘slavernijverleden’ viel, kreeg ik meteen te horen: “Wanneer houden mensen toch eens op daarover te zeuren? We hebben het toch ook niet meer over de strijd tussen katholieken en protestanten in dit land? Het is al zolang geleden, kunnen we hier niet gewoon eens mee stoppen?” Zoveel onwetendheid in zo weinig woorden. Ik had spontaan medelijden met deze politicus. Ja, de slavernij heeft zich relatief lang geleden afgespeeld. Maar wat is lang?

Officieel schafte Nederland de slavernij op 1 juli 1863 af. In het land van mijn (voor)ouders, Suriname, moesten tot slaaf gemaakte mensen van Afrikaanse afkomst namelijk nog tien jaren verplicht doorwerken. Veelal onder erbarmelijke omstandigheden op een van de vele plantages onder de Zuid-Amerikaanse zon. Mijn wijlen moeder vertelde me in mijn jeugd weleens over haar grootmoeder, ‘oma Tina’. Deze oma vertelde bewust herhaaldelijk en uitgebreid over het leven van haar grootouders; mensen die een deel van hun leven als slaaf hadden gewerkt en geleefd. Daarmee waren zij het juridische en economische eigendom van een ander mens. Deze eigenaar mocht doen en laten met zijn slaaf wat hij wilde.

Dat verhaal dat ik van mijn moeder hoorde over mijn voorouders geef ik, indien ik zelf ooit vader mag worden, ook weer door aan mijn eigen kinderen. Zodat zij weten hoe belangrijk het is dat we op basis van gelijkwaardigheid, menswaardigheid en wederzijds respect met elkaar omgaan – ongeacht de kleur van je huid. Maar ook: racisme mogen we niet met racisme beantwoorden. Haat, het hoofdingrediënt van racisme, kan alleen effectief worden bestreden met liefde. Zo heb ik van mijn ouders juist geleerd dat het racisme van ‘witte’ mensen richting ‘zwarte’ mensen niet mag leiden vergelijkbaar moreel verwerpelijk gedrag. Ook voor wraak of gewelddadige vergelding is geen plaats in het hart voor de mens die juist alle negatieve sporen van het slavernijverleden wil wissen.

De trans-Atlantische slavenhandel heeft in totaal meer dan drie eeuwen geduurd. Drie lange eeuwen vol met ontmenselijking van mensen van Afrikaanse komaf. Fundamentele mensenrechten en universele menswaardigheid werden in die lange periode dagelijks geschonden. Vaak zelfs moreel gelegitimeerd met hulp van de kerk. Als aan het einde van dat proces de Nederlandse wetgever de slavernij formeel afschaft, is het niet meteen het einde van dat racistische mensbeeld. En bovendien: ook niet meteen het einde van het minderwaardigheidsgevoel waarmee generatie op generatie door het leven ging, verstoken van emancipatie en menselijke ontwikkeling.

Dat merkte mijn oom ook toen hij in de jaren ’50 van de vorige eeuw op de lagere school in Suriname zijn witte lerares niet rechtstreeks in de ogen mocht aankijken. Simpelweg, omdat het niet beleefd was dat zwarte mensen witte mensen in de ogen aankijken. Datzelfde geldt voor het spreken van de taal van vele Surinamers van Afrikaanse afkomst, het ‘Sranangtongo’; dat mocht niet in de publieke ruimte worden gebezigd. En zo zijn er nog vele andere voorbeelden waaruit blijkt dat die eeuwenlange periode van slavernij en racisme nog vele jaren na de formele afschaffing van de slavernij door suddert tot het heden. Want ook anno 2018 is er sprake van discriminatie en racisme. Zo werd onlangs pijnlijk duidelijk in het televisieprogramma Radar. Tientallen uitzendbureaus werkten in het programma mee aan het discrimineren van uitzendkrachten op basis van afkomst.

Maar ook op een andere manier word ik zelf als Surinaamse Nederlander dagelijks nog geconfronteerd met mijn slavernijverleden. Simpelweg in de vorm van mijn familienaam: Ensberg. Zoals ieder mens vroeg ook ik me op een bepaald punt in mijn leven af waar mijn achternaam eigenlijk vandaan komt. Het antwoord hierop is bepaald niet simpel: tot de afschaffing van de slavernij hadden mijn voorouders enkel een roepnaam, geen achternaam. Vervolgens kregen zij voor het Emancipatieregister een familienaam toegekend. De eerste Surinamer die de familienaam Ensberg in gebruik mocht nemen, was Truitje. Een dame die tot 1 juli 1863 slaaf was op de plantage De Drie Gebroeders. Het is echter niet duidelijk waar de naam Ensberg exact op is gebaseerd. Mogelijk op een plaats in Duitsland of Oostenrijk, maar dat is giswerk. Maar dat het allesbehalve een oer-Afrikaanse naam is, is wel glashelder.

En daarmee draag ik, ook anno 2018, dagelijks de herinnering mee dat mijn voorouders na eeuwenlang slavernij een cosmetisch samengestelde, Europese achternaam kregen. Elke keer als ik mijn naam zie, herinnert het me aan de pijn die zij hebben moeten doorstaan voor mijn vrijheid, gelijkwaardigheid en menswaardigheid. Debatteren over ons slavernijverleden, of het nu persoonlijk is of via Twitter en wat je mening ook is, zou alleen al vanuit respect voor hen die ons zijn voorgegaan met meer nuance en beschaafdheid moeten gebeuren. Een basis die we ook kunnen doorgeven aan volgende generaties die gelukkig in vrijheid mogen opgroeien, ongeacht hoe ze eruitzien en waar hun voorouders vandaan komen.


Laatste publicatie van DaveEnsberg-Kleijkers

  • Bezielde beschaving

    Alles behalve een multicultureel drama

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (66)