931
4

Wethouder Financiën, Onderwijs en Sport

Pieter Hilhorst (Voorburg, 1966) heeft politieke wetenschappen gestudeerd. Hij schreef voorheen een wekelijkse column voor de Volkskrant waarin hij vaak de logica van de overheid en de politiek ontrafelt. Daarnaast schreef hij theaterteksten en essays. Voor Llink presenteerde hij elke maandag het radioprogramma Oba Live. Voor de IKON maakte hij de televisieprogramma’s ‘Voor je Kiezen’ met interviews met alle lijsttrekkers voor de Tweede Kamerverkiezing (2002 en 2003) en Pioniers (2004) over mensen met baanbrekende ideeën. Hij schreef verschillende boeken, waaronder De Wraak van de Publieke Zaak (De Balie 2001). Zijn toneelstuk Hetze (2002) over een aanslag op een populistische politicus ging vijf dagen voor de moord op Pim Fortuyn in première. Van 2010 tot 2012 was Pieter Hilhorst ombudsman in het gelijknamige tv-programma van de VARA. Sinds 28 november 2012 is hij wethouder van financiën, onderwijs en sport van Amsterdam.

Sociaal doe-het-zelven

Wie zijn vrijheid in de zorg koestert, kan zich maar beter gaan verenigen 

“Freelancers zijn krekels.” Zo begon ik mijn column van 12 juli van dit jaar. Ze denken liever niet aan de winter. Hun pensioen is karig en ze hebben meestal niks geregeld voor als ze door ziekte geen inkomen hebben. Ze kunnen natuurlijk een arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten, maar zo’n verzekering is duur. Bovendien staan de polisvoorwaarden vol kleine lettertjes waardoor je vaak niks krijgt als je ziek bent.

In mijn column presenteerde ik een alternatief: Het Broodfonds. In een broodfonds vormen zelfstandigen zonder personeel een collectief dat elkaar steunt in geval van ziekte. Na het verschijnen van mijn column vroeg een vriend me om samen een broodfonds op te richten. Via Twitter deden we een oproep en de reacties stroomden binnen. Afgelopen zondag was het zo ver. Met 42 deelnemers zijn we ons eigen broodfonds gestart. Wat begon met een column werd een kloek collectief.

De logica van het Broodfonds is simpel. Iedere deelnemer spaart een vast bedrag op een eigen rekening. Als iemand door ziekte niet kan werken, mag de beheerder van alle rekeningen een klein bedrag overmaken aan de zieke deelnemer. In ons geval krijgt een zieke dus van 42 mensen een kleine gift. Voor een uitkering van € 1500 spaar je elke maand € 67,50 op je broodfondsrekening. Daarnaast betaal je €10,00 administratiekosten. Wie uit het fonds stapt omdat hij een vaste baan krijgt, mag het gespaarde geld meenemen.

Naast enthousiasme heeft het initiatief ook scepsis opgeroepen. Tijs van den Boomen, auteur van het Handboek ZZP, noemde het in een reactie (19-7-2011) kruimelwerk. Hij betwijfelt of er wel genoeg geld in kas is als mensen ziek zijn. Hij heeft gelijk dat een broodfonds kan omvallen als er teveel aanspraak op wordt gemaakt. Als permanent twee mensen zieken zijn komt het fonds in zwaar weer. Maar in de periode dat er minder dan twee zieken zijn leggen we een buffer aan voor tegenslagen. We kunnen het dan dragen dat er twee jaar lang 4 mensen ziek zijn. Van den Boomen noemt dat schijnzekerheid. Maar zijn alternatief is nog veel onzekerder. Hij vindt dat iedereen maar voor zichzelf moet sparen. Dan heb je wel pas na ruim 30 jaar sparen genoeg buffer om twee jaar ziek te zijn. Wie houdt zichzelf nu voor de gek?

Leon Noorlander, adviseur sociaal-economisch beleid van de FNV, schreef in een ongepubliceerd ingezonden stuk dat het Broodfonds de solidariteit juist ondermijnt. De sociaal-economisch sterken zoeken steun bij elkaar en laten de zwakken aan hun lot over. Zo wordt de colllectieve solidariteit ondermijnd. Wat Noorlander vergeet is dat al die sterke ZZP’ers allang niet meer bijdragen aan de collectieve arbeidsongeschiktheid. Hij droomt blijkbaar van een gedwongen deelname van ZZP’ers aan de werknemersverzekeringen.

De kracht van het Broodfonds is juist dat het een alternatief is voor zowel het neo-liberale ieder voor zich als voor gedwongen collectieve solidariteit. Het is kleinschalige solidariteit waarbij mensen weten voor wie ze wat betalen en van wie ze wat ontvangen. Het loont daarom ook anderen te helpen bij hun herstel. De bureaucratische juridische controle om misbruik tegen te gaan wordt ingeruild voor sociale controle. De legitimiteit van de solidariteit is daarom groot.

Het model van het Broodfonds kan ook op andere terreinen worden toegepast. Neem reisverzekeringen. Hier wordt veel gefraudeerd. Als die fraude door sociale controle kan worden uitgebannen kan de premie omlaag. Een verzekeraar kan een collectieve reisverzekering aanbieden met een hoog eigen risico. Daarnaast leggen de deelnemers een klein bedrag in om het eigen risico te dekken. Alle kleine claims worden door het collectief gedragen. Alleen bij forse tegenslagen moet de verzekeringsmaatschappij dokken. Als je dan ten onrechte een zonnebril claimt, jat je van je vrienden. Dat doe je dus niet.

Een andere mogelijkheid is een zorgcoöperatie. Wie na de bezuinigingen op het PGB toch de regie wil over de eigen zorg moet straks een zorgplan indienen bij een zorgkantoor. Dat levert veel bureaucratie op. Zorgcoöperaties bieden een uitweg. Twintig mensen met vergelijkbare aandoeningen controleren van elkaar de zorgplannen. Zo leren ze ook van elkaar slimme en goedkope oplossingen. Als tegenprestatie krijgen zij van zorgkantoren de vrijheid om hun eigen zorgplannen ook te realiseren. Als één van hen toch de boel belazert, worden alle leden van de coöperatie gekort.

Krekels verenigen zich niet graag. Ze koesteren hun vrijheid. Maar daarmee leveren ze zich wel uit aan bureaucratische instellingen of aan de tucht van de markt. Daarom kunnen ze beter sociaal gaan doe-het-zelven, want ook krekels staan als collectief sterker.

Deze column verscheen eerder vandaag in de Volkskrant.

Geef een reactie

Laatste reacties (4)