1.344
26

SP-Fractievoorzitter Europees Parlement

Dennis de Jong (1955) is sinds juli 2009 de fractievoorzitter van de SP in het Europees Parlement. Hij is lid van de commissies interne markt, burgerlijke vrijheden (Justitie en Binnenlandse Zaken) en begrotingscontrole, en vice-Voorzitter van de groep Verenigd Links. Daarnaast houdt hij zich bezig met algemene Europees-politieke onderwerpen en probeert hij de invloed van lobbyisten van grote bedrijven te beteugelen en transparantie in Brussel te vergroten.

Voordat hij Europarlementariër werd, werkte hij o.a. bij het ministerie van Buitenlandse Zaken als adviseur mensenrechten en goed bestuur. In de jaren '90 werkte hij bij de Europese Commissie en daarna bij de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de EU, waar hij zich vooral met immigratie en asiel bezighield.

Sociale pijler EU: knollen voor citroenen?

Het lijkt erop dat de EU liever zelf regelt welke rechten wel en niet aan haar inwoners worden gegeven

Door: SP-Kamerlid Renske Leijten,  SP-fractievoorzitter Eerste Kamer Tiny Kox en SP-fractievoorzitter Europees Parlement Dennis de Jong

cc-foto: Roel Wijnants

Op 17 november kwamen de regeringsleiders van EU-lidstaten in Göteborg bijeen op een ´Sociale Top´. Belangrijkste wapenfeit: de proclamatie van de Europese ‘Pijler voor Sociale Rechten’. Daarmee zou de EU aantrekkelijker moeten worden voor de burgers, die nu teleurgesteld zijn door de kille economische gerichtheid van de Europese samenwerking. Nu weten de regeringsleiders ook best dat die sociale rechten eigenlijk al bestaan onder meer via het Europees Sociaal Handvest van de Raad van Europa. Belangrijkste verschil: de Sociale Pijler bevat alleen beginselen die je als burger niet rechtstreeks mag inroepen. Het ESH is wel juridisch afdwingbaar. Alleen: de Europese Unie is er nog geen partij bij. Vandaar onze oproep: als de regeringsleiders in de toekomst echt flinke stappen vooruit willen zetten in het kader van de Sociale Pijler, zorgen ze ervoor dat de Unie alsnog toetreedt tot het ESH. Kleine moeite, toch?

Het Europees Sociaal Handvest van de Raad van Europa garandeert fundamentele sociale en economische rechten aan alle inwoners van Europa. Het is de evenknie van het Europees Mensenrechtenverdrag. Daarin zijn fundamentele burgerlijke en politieke rechten vastgelegd. Beide Europese verdragen hebben een bindend karakter. In de praktijk wordt daar echter in veel landen te vaak de hand mee gelicht. Regeringen leggen bindende uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Europees Comité voor Sociale Rechten -de twee toezichthoudende organen van de Raad van Europa – te gemakkelijk naast zich neer. Of ze vertragen of verzwakken de feitelijke uitvoering ervan.

Als de Europese Unie zou besluiten, als machtige nieuwe partner, toe te treden tot beide Europese verdragen, zou dat de kracht ervan enorm vergroten. In het Verdrag van Lissabon is al de dwingende verplichting opgenomen dat de EU moet toetreden tot het Europees Mensenrechtenverdrag. En in eerdere EU-documenten wordt het Europees Sociaal Handvest steevast genoemd als hét referentiekader voor sociaal beleid in de EU.

Maar tien jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon zit er nog steeds geen vaart in het toetredingsproces tot het Mensenrechtenverdrag. Het lijkt erop dat de EU liever zelf regelt welke rechten wel en niet aan haar inwoners worden gegeven. Dat leidt tot terechte boosheid van de Raad van Europa, die haar twee kern-verdragen door de opstelling van de Europese Unie verzwakt ziet worden, waar versterking geboden zou zijn. Verzwakking komt ook voort uit de inhoud van de nieuwe pijler. Waar de ondertekenaars van het Sociale Handvest – Nederland en alle andere EU-lidstaten inbegrepen – zich verplichten te werken aan een steeds hoger niveau van sociale zekerheid, klinkt de sociale pijler van de EU een stuk minder ambitieus. Zo wordt er geen gratis primair en secundair onderwijs als recht geformuleerd (zoals in het Handvest) maar ‘betaalbare en goede opvang en onderwijs voor jonge kinderen’. En waar het Handvest de sociale en economische rechten van werknemers voorop stelt, lijkt er in de nieuwe sociale pijler veel meer begrip voor werkgeverswensen, zoals flexibilisering, en minder voor de positie van werknemers, wier werkloosheidsuitkeringen volgens de sociale pijler ‘geen negatieve prikkel mogen vormen voor terugkeer op de arbeidsmarkt.’

Door de Raad van Europa is er tijdens de Sociale Top in Göteborg bij de regeringsleiders op aangedrongen in hun verklaring een verwijzing op te nemen naar het Handvest als ondubbelzinnige ‘benchmark’ voor het sociale beleid van de Europese Unie. Zo’n verwijzing zou het voor de EU in ieder geval moeilijker maken om in haar sociaal beleid onder de normen van het Sociaal Handvest te duiken. En maakt het makkelijker voor bijvoorbeeld vakbonden om een beroep te blijven doen op naleving van de in het Handvest aan werknemers gegeven fundamenteel sociale en economische rechten.

Zowel het Europees Mensenrechtenverdrag als het Europees Sociaal Handvest dateren uit de tijd van vóór het neoliberalisme. Ze stellen de mensen voor de economie en de democratie voor de macht. Beide verdragen zijn ondertekend door alle lidstaten van de EU en gelden over de volle breedte. Nederland was er vanaf het begin bij betrokken. Vandaar onze dringend oproep aan de Nederlandse regering om alsnog te zorgen voor een plek voor het Handvest in het kader van het sociale beleid van de EU. Als dat niet gebeurt, worden ons met de Sociale Pijler knollen voor citroenen verkocht. Slechte handel!

 

 

 

Geef een reactie

Laatste reacties (26)