5.079
79

Impact strateeg en schrijver

Nadine Ridder werkt als impact strateeg voor verschillende opdrachtgevers in de marketing- en reclamebranche. Als activist voor een inclusieve maatschappij is ze actief als schrijver, spreker en lid van Nieuw Amsterdam Raad, een adviesorgaan bestaande uit 45 millennials die verschillende Amsterdamse organisaties adviseert.

Sociale wonden helen niet

Je kunt het meisje wel uit het rijtjeshuis halen, maar het rijtjeshuis haal je nooit uit het meisje

CC-foto: ACME

Dat er in Nederland nog steeds een tweeklassensysteem in de trein wordt gehanteerd heb ik altijd opmerkelijk gevonden. Ik heb dit dan ook vaker dan eens ter sprake gebracht bij vrienden, maar niemand leek diezelfde verontwaardiging te delen. Velen beschouwen het meer willen betalen voor een treinkaartje en daarmee toegang tot comfort als een vrije keuze. Het feit dat niet iedereen het duurdere kaartje kan betalen en keuze dus feitelijk een illusie is gaat aan hun voorbij. Dat juist de trein, waarvoor geen alternatieve aanbieder is, nog een twee klassensysteem hanteert en niet veel mensen zich daarover opwinden zegt veel over de klassenverschillen in Nederland.

Het systematische klassenonderscheid dat de NS schaamteloos in stand houdt moet daarom als eerste op de schop. In tegenstelling tot onze minister-president Mark Rutte, die de verantwoordelijkheid graag bij de burger legt, ben ik van mening dat de overheid en bedrijven het goede voorbeeld zouden moeten geven.

Waarom dit mij zo bezighoudt heb ik nooit kunnen duiden. Tot ik afgelopen zaterdag het NRC-essay ‘Zie hoe klassenblind we zijn’ van Arjen van Veelen las. Hij zet duidelijk uiteen hoe klassenverschil in Nederland wordt bepaald door het opleidingsniveau van je ouders en zich openbaart door de manier waarop er naar je gekeken wordt. Eén blik zegt meer dan duizend woorden.

Toen ik het artikel las dacht ik direct terug aan mijn basisschooltijd. Kinderen maken gelukkig geen onderscheid, maar helaas zijn er genoeg ouders die het belangrijk vinden dat hun kinderen zich binnen hun eigen sociale klasse ontwikkelen. Het kwam wel vaker voor dat ik mij niet welkom voelde bij vriendinnetjes. Ik dacht zelf altijd dat het kwam omdat ik van gemixte culturele afkomst ben.

Er anders uitzien is iets dat je als kind duidelijk waarneemt. De meer subtiele lagen in de sociale rangorde blijven dan nog voor je verborgen. De meeste van die ouders uitten hun afkeer heel subtiel, maar de moeder van mijn beste vriendinnetje nam geen blad voor de mond. Dat wij eigenlijk geen vriendinnen konden zijn, zo anders waren we, dat snapte ik toch wel? Via mijn vriendin kwam de mededeling dat ze niet meer met mij om mocht gaan, omdat ik een slechte invloed op haar zou hebben. Het zijn herinneringen die nog steeds pijn doen. Het is keiharde afwijzing in een tijd waarin je nog geen idee hebt van wie je bent. Dus het vormt je. Het litteken dat het achterlaat blijft altijd zichtbaar.

Het verwarde mij dat de Surinaamse vriendin van mijn vriendin wel met open armen bij haar thuis werd ontvangen. Zij was toch ook van een andere afkomst? Inmiddels besef ik dat het daar niet om ging. Haar vader ging in een pak naar zijn werk en reed een gloednieuwe auto. Zij woonden in dezelfde straat als mijn vriendin. Niet in een rijtjeshuis, zoals wij. Het ging niet om afkomst of kleur, het ging om klasse.

Jaren later ben ik met diezelfde vriendin in Amsterdam gaan wonen. Toen we als 19-jarigen voor haar een jas gingen kopen in de PC Hooftstraat werden we scheef aangekeken. Ik voelde me verschrikkelijk ongemakkelijk bij deze blikken in de duurste straat van Nederland en gunde deze winkels ‘onze’ verkoop al niet meer. Maar mijn vriendin genoot ervan dat ze zonder een spier te verrekken de creditcard van haar vader tevoorschijn kon halen en de verkoper hiermee op zijn plaats zette. Het was alsof ze hiermee bewees: ik hoor hier, dit is mijn klasse.

We zijn nog steeds vrienden en er is amper verschil in wat we verdienen en hoe we leven. Voor de buitenwereld zijn we nu onderdeel van dezelfde klasse: hoogopgeleide ZZP’ers in de Randstad. Selfmade werd ik laatst genoemd. Alsof het haar en anderen met welgestelde ouders is komen aanwaaien. Ik weet dat het genuanceerder ligt en dus twijfel ik eraan of ik dat label als compliment of belediging moet opvatten.

Een tijd geleden opende in Amsterdam de Members-Only Club van Soho House, die in steden als Londen en New York al jaren een begrip is. In hun eigen woorden ‘a community of creative influencers, thought leaders, innovators and entrepreneurs, a global society that encompasses every creative industry’. Het komt op het volgende neer: je betaalt een jaarlijks bedrag waarmee je toegang hebt tot alle vestigingen in de wereld. Waar je eigenlijk voor betaalt is toegang tot een exclusieve club mensen van een bepaalde sociale klasse: de hippe, creatieve industrie in wereldsteden. Meer dan eens werd mij gevraagd of ik ook member zou worden, ‘echt iets voor jou’ hoorde ik dan.

Er is voor mij geen grotere belediging dan dat. Ik hoor niet op een plek waar je alleen naar binnen mag als je lid bent. Waar je alleen lid mag zijn als je wordt goedgekeurd door een commissie en werkzaam bent in de zogenaamde creatieve industrie. Maar zo gek is het niet dat mensen dat denken. Ik ken veel leden. Ik kom er soms voor afspraken en als ik buiten mijn fiets wegzet dan zie ik een blik van goedkeuring in de ogen van de andere mensen die zegt ‘jij bent één van ons’.

Niet lang geleden had ik er een afspraak en zij ging iets eerder weg. Ik bleef nog even zitten. Ik keek uit het raam naar het fantastische uitzicht over Amsterdam en dacht: kijk ons hier nou heerlijk comfortabel zitten. In een interieur dat rechtstreeks uit een magazine lijkt te komen, drinken we onbetaalbare koffie of matcha latte, worden we bediend door personeel dat uit Londen wordt ingevlogen en kijken we letterlijk neer op de rest van de stad. Dit is hoe uitsluiting eruitziet, dacht ik.

Ik ervaar duidelijk een innerlijke strijd tussen de klasse waar ik in ben geboren en die waar ik mij nu in bevind. Kun je als individu bij verschillende klassen horen of moet je kiezen en een deel van jezelf verloochenen? Het is niet alleen bij Soho House dat ik dit ongemak ervaar. Ik voel het ook als ik een açai bowl bestel in Tulum in Mexico, als ik mijn kleding afreken bij Filippa K, als ik de Uber uitstap en mensen de metro uit zie komen, als ik langs een rij naar de gastenlijst loop. Ik voel me een oplichter. Ik hoor hier niet. Je kunt het meisje wel uit het rijtjeshuis halen, maar het rijtjeshuis haal je nooit uit het meisje.

Het litteken uit mijn jeugd heeft nu een belangrijke functie in mijn leven, het dient als kompas in mijn strijd voor meer gelijkheid. Mede dankzij mijn lieve vriendin voor wie het klassenverschil tussen ons nooit iets heeft uitgemaakt, heb ik de hoop dat verandering mogelijk is. Het begint bij de ogenschijnlijk onschuldige opmerkingen als ‘wil je niet eens met Peter/Jan/Kees spelen?’, als het beste vriendje van je kind Achmed heet. Of ‘zo praten wij hier niet’ als je kind wat straattaal mee naar huis neemt. Je denkt misschien dat je het beste voor hebt met je kind, maar bedenk goed dat dit jouw bijdrage is aan de wereld waarin jouw kinderen straks leven.

Geef een reactie

Laatste reacties (79)