7.130
103

Sociaal psycholoog

Werner de Gruijter (1976, Winterswijk) psycholoog en docent sociale wetenschappen op de Hogeschool van Amsterdam. Hij verdiepte zich zowel in Jungiaanse psychoanalyse als in de geschiedenis van het Westerse intellectuele denken.
Voor meer schrijfsels zie: www.wernerdegruijter.nl

Socialisme voor wie super rijk is, neoliberalisme voor de rest

Hoe de creatie van te veel geld de economie beschadigt

Centrale banken worden geacht objectief en neutraal beleid te voeren, maar falen in hun opdracht. Ze beschadigen de economie en en passant de democratie. Het is verbazingwekkend dat in het politieke midden dit existentiële probleem niet wordt erkend.

Centrale banken behoren een sleutelrol in onze economieën te spelen en wars te zijn van politiek. Deze instituten worden namelijk geacht om onafhankelijk te opereren, de geldhoeveelheid te controleren, de ‘vrije’ markten te stabiliseren en de inflatie in toom te houden – en fungeren daarmee als een baken van rust in de onstuimige economische en politieke zee. Althans, tot zo ver de theorie. De werkelijkheid is precies andersom: centrale bankiers spelen een sleutelrol in de politiek en zijn wars van economie.

Steve Keen, de Australische professor in de economie die in 2005 correct analyseerde dat een crisis in de Amerikaanse vastgoedsector aanstaande was, heeft het daarom niet voor niets over: socialisme voor de super rijken en neoliberalisme (lees: bezuinigingen) voor de rest – om te duiden van wat er precies gaande is. Hier volgt een korte bewerking van zijn kritiek.

Een mager resultaat

Met maatregelen als rente verlagingen, ‘bailouts’ en het laten draaien van de persen (quantitative easing) hebben sinds de crisis van 2008 centrale bankiers in totaal 11 biljoen dollar (extra) aan ons economisch systeem toegevoegd. Met daarbij keer op keer de verzekering dat de maatregelen de nakende deflatie (de economische neergang) zouden afwenden – langdurige groei, dat is waar men op inzette. Op zich logisch. Want groei is binnen het huidige geld-systeem noodzakelijk om de door bankiers zelf veroorzaakte, voortdurend oplopende schuld (waar uiteindelijk u en ik hard voor moeten werken) terug te kunnen betalen (met rente). Het systeem werkt namelijk zo dat 11 biljoen aan extra gecreëerd geld, ook 11 biljoen extra aan gecreëerde schuld betekent (plus rente). Geld en schuld zitten dus aan elkaar vastgeklonken.

Maar leverde deze stortvloed aan extra geld ook resultaat op?

Nou… Anno 2015 hebben we een zwakke wereldhandel, een magere economische groei (in Amerika en China loopt zelfs het aantal huiseigenaren gestaag terug), de werkloosheid is overal in de Westerse wereld structureel hoog, er is zelfs sprake van deflatie in delen van het Westen en de schuldenlast (en dus ook de rente op die schuld) neemt vrijwel overal (in huishoudens, overheden en vooral de in private sector) in rap tempo toe. Dat laatste betekent overigens onder meer ‘kassa’ voor iedereen die zo puissant rijk is dat men geld kan uitlenen aan landen – en dat is een erg klein en select groepje mensen. Maar er ligt nog meer op de loer.

Gebakken lucht

Door de stortvloed aan goedkoop geld is het gehele, wereldwijde economische systeem instabieler geworden dan ooit. Een proces dat al begon in de tachtiger jaren en nu wellicht teneinde loopt. Centrale bankiers hebben er namelijk een gewoonte van gemaakt om bij elk zuchtje economische tegenwind met lage rentes goedkoop geld te leveren aan banken en investeerders (aan dat kleine groepje puissant rijke mensen dus) – daardoor ontstond de perverse prikkel om met dit geleende geld riskant te speculeren in vastgoed of in waardepapieren. En inderdaad, de beurzen stegen de afgelopen jaren dus winst was er in overvloed.
Maar deze stijging weerspiegelde dus niet zozeer een verbetering of vermeerdering van de fundamenten van de reële economie (zoals land, grondstoffen of mensen). De beurzen stegen voornamelijk de afgelopen jaren door de massale instroom van extra geld; dit joeg de prijzen van waardepapieren enorm op.

Allemaal gebakken lucht dus. Maar men kon de verleiding simpelweg niet weerstaan. En wel omdat met goedkoop, geleend geld gokken op de beurs, meer opleverde dan dit geld te investeren in de reële economie. Gevolg: de ene bubbel, die nog groter was dan de vorige, na de andere bubbel volgde – en telkens, als het misging, creëerden de centrale banken grotere schulden om met gebakken lucht de problemen steeds verder vooruit de toekomst in te werpen; in plaats van ze op te lossen.

Moral hazard

Het wordt nog erger. Dit speculeren door banken gebeurde vrijwel zonder ondernemersrisico; en dat heeft met kapitalisme niets van doen, maar met socialisme des te meer. Sinds de tachtiger jaren is het namelijk gebruikelijk geworden dat belastingbetalers garant moesten staan voor de te grote beleggingsverliezen in het bankwezen. Daarmee stonden de banken de facto boven de wet. En dat deed vooral de aandelen van deze bankbedrijven goed – aangezien investeerders doorhadden dat wanneer deze bedrijven niet failliet konden gaan, financieel succes voor hen verzekerd was – hoe roekeloos de banken ook tekeer gingen; een nieuwe perverse prikkel was geboren.

Overigens, niet alleen hondsdolle banken speculeerden er op los. Momenteel zorgen grote multinationale bedrijven (zelfs bij dalende omzetten zoals bij McDonalds) ervoor dat kunstmatig de waarde van hun aandelen hoog staan, door deze eveneens met goedkoop, geleend geld op te kopen. Zolang de beurzen stijgen is rendement namelijk verzekerd. Volgens conservatieve schattingen gaat het inmiddels in de Verenigde Staten om jaarlijks bijna 1 biljoen dollar dat hiermee is gemoeid. Geld dat overigens evengoed geïnvesteerd had kunnen worden in de reële economie. Maar investeren in de reële economie brengt nu eenmaal risico’s met zich mee – die er niet of in ieder geval minder zijn in de door de centrale banken gemanipuleerde financiële markten.

Een nieuw geldsysteem

Kortom, de stortvloed aan geld waarmee centrale bankiers dachten de economie te redden, heeft er de facto voor gezorgd dat overal (in vastgoed, op de beurzen, in de kunstmarkt etc.) bubbels zijn ontstaan – waar slechts een klein groepje mensen van profiteert. Tegelijkertijd explodeerden de schulden – van huishoudens, overheid en vooral van de private sector. Terwijl, als gevolg, in de reële economie investeringen achter bleven en de man op de straat intussen moet sappelen om te overleven. De connectie tussen financiële wereld en realiteit is in ieder geval definitief doorbroken. Het is wachten op de volgende crisis (die onherroepelijk komt) die de markten met beide voeten op de grond dwingt – met alle gevolgen van dien… Vooral voor de gewone man.

Dat centrale bankiers falen is overigens om twee redenen niet verwonderlijk – ten eerste omdat centrale banken deels in private handen zijn (en op basis daarvan ook niet het algemene belang kunnen dienen). En ten tweede, de beschikbaarheid van geld is bij uitstek een nutsvoorziening – maar als de geldcreatie in private handen is georganiseerd, ontstaat de perverse prikkel om in de economie zoveel mogelijk schulden te maken – aangezien de rente in private zakken verdwijnt. Zelfs tot op het niveau dat dit schadelijk uitpakt voor de economie als geheel.

Historisch gezien ontstaat er gemiddeld om de veertig jaar een nieuw geldsysteem. Het huidige systeem dateert van 1971 – driemaal raden wat er dus moet gebeuren…

cc-foto: Paul Nicholson

Geef een reactie

Laatste reacties (103)