2.734
18

Universitair docent Europese Geschiedenis

Eric Storm is als universitair docent Europese Geschiedenis verbonden aan de Universiteit Leiden. Hij is gespecialiseerd in nationalisme en regionalisme in de 19e en 20e eeuw en publiceert ook regelmatig over Spaanse geschiedenis.

Spaanse socialisten vinden antwoord op rechtse identiteitspolitiek

Duidelijk is dat de meerderheid van de Spaanse bevolking oog heeft gekregen voor de grote nadelen van de nationalistische scherpslijperij

Afgelopen zondag lieten de Spaanse sociaaldemocraten van Pedro Sánchez zien dat ze ondanks het rechtse gehamer op de nationale identiteit de verkiezingen konden winnen. De PSOE werd met afstand de grootste partij en met steun van het uit de Occupybeweging voortgekomen Podemos zal Sánchez ongetwijfeld een nieuwe regering kunnen vormen.

De afgelopen tien maanden heeft de minderheidsregering van de PSOE al tal van sociale maatregelen ingevoerd. Zo werd het minimumloon met meer dan 22 procent verhoogd tot 900 euro per maand. Ook werd de positie van huurders verbeterd en hoefden oudere werklozen niet meer te solliciteren. Sánchez probeerde de verkiezingen dus vooral over sociaaleconomische thema’s te laten gaan. Dat lukte echter maar zeer ten dele.

socialisten
Pedro Sánchez, PSOE | cc-foto: European Parliament

De drie rechtse partijen slaagden er namelijk in om de eenheid van Spanje tot het dominante campagnethema te maken. Opgehitst door de snelle opkomst van het rechts-populistische Vox – dat pleit voor het behoud van nationale tradities en de Catalaanse separatisten keihard aan wil pakken – hebben ook de conservatieve Partido Popular en het liberale Ciudadanos het nationalisme omarmd (net als bijvoorbeeld de VVD en het CDA dat in reactie op Fortuyn, Wilders en Baudet deden). De sociaaldemocratische regering van Pedro Sánchez werd door deze centrumrechtse partijen verketterd omdat hij gebruik had gemaakt van de stemmen van Catalaanse separatisten om aan de macht te komen.

De nationalistische strategie van rechts is echter faliekant mislukt. Het rechtse blok behaalde beduidend minder zetels dan de twee partijen op links: de PSOE en Podemos. En hoewel ook zij geen absolute meerderheid hebben in het parlement, zal er zeker een tweede regering onder leiding van Sánchez komen.

Het rechtse nationalisme mobiliseerde namelijk niet alleen de progressieve kiezers, dat gebeurde ook met de aanhangers van regionale partijen. Een overwinning van rechts zou mogelijk leiden tot het inperken van de vergaande autonomie van de regio’s. Deze dreiging leidde uiteindelijk tot een opmars van de regionale partijen. Zij beschikken over meer dan 10 procent van de zetels in het nieuwe parlement en kunnen dus bepalen wie er mag regeren. Het is duidelijk dat een rechtse coalitie niet meer op hun steun kan rekenen. Dus zonder in te binden staat rechts in Spanje mogelijk langdurig langs de zijlijn.

Het duidelijkst zijn de grenzen van de identiteitspolitiek echter te zien in Catalonië. Hoewel het aantal voor- en tegenstanders van onafhankelijkheid elkaar nog steeds ongeveer in evenwicht houdt, hebben op beide flanken de gematigde krachten gewonnen. En dat geldt zowel voor het separatistische kamp, als voor de partijen die tegen afscheiding zijn.

Kennelijk moet de geëxalteerde retoriek van de naar België gevluchte Puigdemont (Junts per Catalunya) het bij de Catalaanse nationalisten afleggen tegen de meer ingetogen houding van zijn voormalige vicepremier, de leider van Esquerra Republicana. Deze heeft zich netjes bij Justitie gemeld en is nu vrijwel dagelijks in het beklaagdenbankje te zien in het grote proces tegen de mislukte afscheidingspoging van oktober 2017. Junqueras beseft dat een onafhankelijk Catalonië niet onmiddellijk in het verschiet ligt en lijkt bereid om – voor het moment – binnen de grenzen van de grondwet en het regionale autonomiestatuut te opereren.

En bij de ‘constitutionele’ partijen zijn de sociaaldemocraten met afstand de grootste geworden. De Partido Popular is vrijwel weggevaagd en ook VOX kreeg vrijwel geen voet aan de grond in Catalonië. Dus uiteindelijk zijn de partijen van Carles Puigdemont en Mariano Rajoy, de hoofdpersonen die in het najaar van 2017 het conflict over de positie van Catalonië binnen Spanje zo enorm lieten escaleren, de grootste verliezers van afgelopen zondag. De verkiezingen kunnen dan ook als een verlate afrekening gezien worden.

Duidelijk is dat de meerderheid van de Spaanse bevolking oog heeft gekregen voor de grote nadelen van de nationalistische scherpslijperij. Zij heeft zondag duidelijk gekozen voor pragmatisme en dialoog en dit geldt nog meer voor Catalonië, waar de mislukte poging om onafhankelijk te worden veel vrienden, buren en families tegen elkaar opzette.

Sánchez heeft duidelijk laten zien dat hij binnen het kader van de wet bereid is om met de separatisten in gesprek te gaan. Hij beseft dat een compromis nog niet mogelijk is, daarvoor is de beschuldiging van verraad zowel in het Spaanse als Catalaanse kamp nog te vaak te horen. Maar hij probeert wel nadrukkelijk de gemoederen tot bedaren te brengen. Ook hier is theedrinken (koffie is in Spanje waarschijnlijker) een goed recept.

Zoals we de afgelopen maanden ook in Groot-Brittannië hebben gezien zet het roeren van de nationalistische trom bevolkingsgroepen tegen elkaar op. Deze politiek is nu in Spanje duidelijk tegen haar grenzen aangelopen. Het wordt tijd dat kiezers en politici in andere landen hier lering uit trekken.


Laatste publicatie van Eric Storm

  • Regionalism and Modern Europe

    Identity Construction and Movements from 1890 to the Present Day

    december 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (18)