959
2

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

Spookmensen met sexappeal

mensen die voor hun werk veel online zijn, zijn succesvoller, maar lopen groter risico op depressie

Er is verband tussen dwangmatig gebruik van internet en hard werken. Althans, dat melden Britse onderzoekers op een conferentie van de Britse Psychologen Organisatie. Altijd al gedacht?

Voor hun onderzoek hadden de onderzoekers een groep van 516 mannen en vrouwen van tussen 18 en 65 jaar oud (het gemiddelde lag op 42 jaar) tot hun beschikking. Er waren deelnemers die een baan hadden, maar ook die niet werkten. De deelnemers moesten vragenlijsten invullen die een indruk geven over dwangmatig internetgebruik, hun emotionele stabiliteit, hoe hard ze werken en in hoeverre ze tevreden zijn op gebied van werk en leven.

Als je de resultaten van het onderzoek moet geloven, is het zorgelijk gesteld met het internetgebruik. Maar liefst 60 procent van alle deelnemers aan het onderzoek vertoont dwangmatig internetgebruik, dat zich kenmerkt als het niet kunnen afblijven van je iPhone, iPad of computer. En als het dan toch zonder die apparaten moet, vertonen ze ontwenningsverschijnselen. Er was geen verschil tussen mannen en vrouwen. Dwangmatige internetgebruikers waren online vooral bezig met flirten.

Wat betreft dat harde werken: er bleek een verband tussen keihard werken en dwangmatig internetgebruik, of mensen nu emotioneel stabiel of niet stabiel waren. Mensen zonder werk zaten meer op internet dan werkende mensen, maar waren niet dwangmatiger in het gebruik ervan. En nu komt het: mensen die voor hun werk veel online zijn, zijn succesvoller in hun beroep, maar lopen groter risico op andere problemen, zoals isolatie, depressie, angststoornissen.

Presentaties van onderzoeken op congressen stellen niets voor. Het telt pas als puzzelstukje voor de wetenschap mee als het ergens in een behoorlijk wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd is. Dat betekent namelijk dat het beoordeeld is door collega’s op onderzoeksmethode, dataverzameling, analyse en de getrokken conclusies. Dit onderzoek zou in die fase gemakkelijk kunnen sneuvelen, al was het maar omdat vragenlijsten die mensen zelf in moeten vullen ondertussen aardig uit de tijd beginnen te raken. Die deelnemers aan het onderzoek zijn als het ware spookmensen. De onderzoekers hebben ze nooit gezien, weten niet hoe hun werkruimte eruit ziet, wat ze onder hard werken verstaan of wat voor soort werk ze precies doen. De onderzoekers hebben geen idee hoe de deelnemers aan het onderzoek wonen of met wie en of ze een goede relatie hebben. Ze hebben uitsluitend antwoorden op een lijst vragen die ze zelf bedacht hebben.

De conclusies kan ik ook niet zo uit de onderzoeksresultaten halen, maar ik heb ook niet alle gegevens. Het roept wel heel veel vragen op over dat onderzoek. Hebben ze het sociale gedrag van de deelnemers goed geobserveerd? Zijn ze echt zo geïsoleerd en hoe stel je dat objectief vast? Heeft de dokter bij ze vastgesteld of ze een lichte, matige of ernstige depressie hebben? Of ze aan angststoornissen lijden? Of ze medicatie gebruiken?

Maar ja, een flodderig onderzoekje over online zijn en dan ook nog over de risico’s van intensief internetgebruik ten behoeve van je werk, heeft een flinke hoeveelheid sexappeal. Dus schrijven journalisten enthousiast de perscommuniqués van de universiteiten klakkeloos over.

 

 

Volg Ivan Wolffers ook op Twitter
Ivan schrijft voor Joop elke dag een Gezonde Weetje van de Dag: 
klik hier voor een overzicht


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (2)