2.787
60

Schrijver en jurist

Claire Schut (28 februari 1956, Amsterdam) is schrijver en jurist. Ze heeft ruim 25 jaar ervaring bij de overheid, o.m. op het terrein van ambtenarenrecht, klachtrecht en onderzoek naar discriminatie, seksuele intimidatie en ambtelijke integriteit. Als freelance tekstschrijver en journalist schreef ze o.m. voor de Economische Voorlichtingsdienst (EVD), SNS bank Randstad, Centraal Orgaan Opvang asielzoekers (COA), Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO), Federatie van Nederlandse Exporteurs (Fenedex), ISW Opleidingen en Literair Theater Branoul.

Spookrijders

Het wordt te vol op de weg. Er zijn te veel mensen, te veel auto’s, te veel korte lontjes

Een week geleden was er op de A2 bij Utrecht een ongeluk. De Leidsche Rijntunnel was dicht. Er ontstond file. De zon brandde. Zo’n vijftig automobilisten hadden wel wat beters te doen dan in de file staan. ‘Narcissus wachten? Het moet niet gekker worden. Regels zijn voor anderen.’ Dus keerden ze hun auto en zochten – via een naastgelegen oprit en tegen het tegemoetkomende verkeer in – een uitweg uit de filefuik. Spookrijders op de snelweg. Niet per ongeluk, in de mist of totale verwarring, dronkenschap of dementie. Neen, welbewust en met voorbedachten rade. Waarschijnlijk met de (klein-)kinderen op de achterbank. Jong geleerd, oud gedaan. Moet kunnen. Toch?

Spookrijders
cc-foto: Wikipedia

Rijkswaterstaat reageerde “verbijsterd” aldus de NOS. De woordvoerder van Rijkswaterstaat zei “verbaasd” te zijn over het feit dat het spookrijden al na een kwartier begon: “Dat is wel heel erg snel. Ook als je je realiseert dat de hele afsluiting in verband met dat ongeluk maar een half uur heeft geduurd.”
Wat aan deze verbazing verbaast, is dat Rijkswaterstaat zich niet zozeer over het spookrijden zelf leek te verwonderen (dat gebeurt kennelijk vaker), maar over de snelheid waarmee die eigenrichting een aanvang nam: al na een kwartier! Was het volgens Rijkswaterstaat minder kwalijk geweest, als de vijftig automobilisten pas na een uur aan het muiten waren geslagen? Dat lijkt een gevaarlijke suggestie, een rectificatie waard.

Los daarvan is de verbijstering best begrijpelijk. Het is nog niet zo vaak op foto’s vertoond dat een hele kudde aso’s op de snelweg keert en het tegemoetkomende verkeer de schrik op het hart jaagt. Toch is de vraag gerechtvaardigd uit welk ei Rijkswaterstaat is gekropen, want het is een trend die al heel lang gaande is. Je kon erop wachten dat dit zou gebeuren.

Met je fiets over de stoep rijden is geen uitzondering meer. Integendeel. Het is volstrekt normaal, in elk geval in de Randstad een voldongen feit. Als ouder-opvoeder met de bakfiets en het kleine grut over de stoep om het rode stoplicht te omzeilen? Hetzelfde laken een pak. Toen volgden de scootertjes, de E-bikes, de zware motoren. Niet voorzichtig, maar in volle vaart. Met z’n allen over de stoep, tegen de rijrichting in, slalommend tussen de voetgangers in de koopgoot, over de andere weghelft om de voor het rood wachtende sukkels in te halen, rakelings langs die moeder met twee kleine kinderen op het zebrapad. Of langs die ouwe doos op krukken.

En keken de wetsovertreders enkele jaren geleden nog licht besmuikt – ja, ze wisten het wel: het mag niet, u heeft gelijk, excuus – steeds vaker gebeurt het met stalen smoel en verbeten bek. Ze kijken niet op of om en roepen allang geen “Sorry!” meer als iemand wegspringt om het vege lijf te redden. Wee degene die uiting geeft aan hevige schrik of afkeuring: een grote bek of een opgeheven vinger is zijn deel.
“Fietspad!” bulderde er onlangs een jongedame met gebalde vuist, toen een voetganger het voor hem groene licht en het zebrapad claimde. Ze was oprecht boos.

Dit zijn verworven rechten. Die geest krijg je niet zomaar terug in de fles.

Sterker: de wetgeving is erop aangepast. Fietsers mogen rechtsaf bij rood licht. Motorrijders in de file mogen tussen de rijen auto’s door. In theorie op strikte voorwaarden: alleen als het echt kan, behoedzaam, zonder gevaar voor eigen of andermans leven. In de praktijk zoeft en flitst het je om de oren.
Gecontroleerd en gehandhaafd wordt er nauwelijks, tenzij het geld in het laatje brengt en het makkelijk te realiseren valt – met flitspalen, radarcontroles, laserguns, scanwagens en andere veilige controle op afstand. De meeste regels worden echter overtreden zonder dat daar enige (zichtbare) correctie op volgt. Bromsnor is in geen velden of wegen te bekennen. Swiebertje gaat zijn eigen weg: de kortste route van A na B. Smartphone in de hand, muzak in de oortjes. Blik op oneindig, verstand op nul. God op een fietsje. Wat nou regels?

Ooit vroeg ik een wijkagent die belangstellend toekeek of ik in één stuk de overkant bereikte, of hij – en zijn korpschef en de beleidsmakers met hem – niet vreesden dat er binnenkort geen houden meer aan is.
Hij haalde zijn schouders op en antwoordde: “Daar is geen handhaven meer aan, mevrouw. We zijn met veel te weinig mensen. Ze zien je staan, terwijl je een boete staat uit te schrijven. Kijken je recht in je gezicht, lachend. En dan rijden ze door het rood.”
De boodschap die de overheid hiermee voortdurend geeft, is: u doet maar raak, het blijft zonder consequenties. Dat is een fout signaal.

Te weinig controle, onvoldoende handhaven, als overheid of politiek zelf de regels vergeten of deze bijbuigen als dat beter uitkomt – het is vragen om problemen.

De gevolgen van het gebrek aan controle en handhaving – en gelijke mores voor iedereen – zijn overal zichtbaar. Niet alleen in de drugscriminaliteit waarvan de overheid sinds kort een speerpunt maakt ter introductie van het broertje van de Sleepwet. Maar ook in het verkeer, het vertrouwen in de overheid, het door sommige politici actief ondermijnde vertrouwen in de rechtsstaat en de rechterlijke macht of het schaterlachend wegwuiven van het zoveelste integriteitsschandaal bij de VVD.

De mens is niet zo van de zelfregulering, zeker niet als hij ziet dat de ander dat ook niet doet. Zeker in deze tijd van ‘Me Myself and I’ valt het menigeen steeds zwaarder om rekening met de ander te houden. Jonge mensen lijken wel eens te geloven dat het leven een virtual reality film is en er niets fout kan gaan. Een illusie. Dat geeft ongelukken en een hoop malheur.

Als je als maatschappij afspraken met elkaar maakt over de regels (normen en waarden), moet je ze handhaven. Consequent en voor iedereen. Anders kun je ze beter afschaffen. En aanvaarden dat voortaan de wet van de jungle, de sterksten en de grootste bek regeert.

Natuurlijk kan de overheid niet alles controleren. Er hangen al meer bewakingscamera’s dan menigeen lief zal zijn. De privacy in het verkeer is al vergaand naar de knoppen. Natuurlijk is het van alle tijden om verkeersregels aan de laars te lappen. Vijftig jaar geleden gebeurde dat net zo goed. Plankgas over de snelweg. Op de linkerbaan rijden en verrekken om rechts gaan te rijden. Opduwen en daarna op je rem staan. Rechts inhalen. Naar je voorhoofd wijzen, middelvinger in de lucht. De ander snijden en van de weg te drukken. Het is van alle tijden en het hoort er een beetje bij. De Neanderthaler in de mens snakt ernaar.

Maar het wordt te vol op de weg. Er zijn te veel mensen, te veel auto’s, te veel korte lontjes. Het aantal Dikke Ik-en is geëxplodeerd. En met hen de hoeveelheid dikke bakken op de weg. Met die kapitale en exclusieve minipaleizen op wielen met hun gesloten ramen, gepantserde uitstraling en krachtige motoren (‘wie doet me wat?’) kon je erop wachten dat hun trotse eigenaren niet meer in de file willen staan en doen waar ze zin in hebben. Jong geleerd, oud gedaan. Goed voorbeeld doet volgen. Eén schaap over de brug, daar gaat-ie.

Dan past geen verbazing over automobilisten die ‘al na een kwartier!’ het recht in eigen hand nemen en aan het spookrijden slaan. Dan grijp je in.

Je kon erop wachten. Goed voorbeeld doet volgen. Gisteren herhaalde zich de geschiedenis. Weer op de A2, bij dezelfde oprit: spookrijders. Wonderlijk genoeg stond de politie de kudde ditmaal op te wachten. Allemaal een boete: 640 pietermannen. Goed zo.

Geef een reactie

Laatste reacties (60)