1.397
12

Socioloog, publicist, programmamaker

Shervin Nekuee(Teheran, 1968) is socioloog, publicist en programmamaker. Hij studeerde aan de Universiteit van Utrecht en woont in Den Haag. Hij publiceert met regelmaat in dag- en weekbladen. Hij schreef De Perzische paradox: verhalen uit de islamitische republiek Iran (2006), uitgegeven door De Arbeiderspers. Op negentienjarige leeftijd vluchtte hij uit Iran, omdat hij weigerde deel te nemen aan de oorlog tegen Irak. Als socioloog, publicist en programmamaker is hij in het bijzonder geïnteresseerd in de culturele en sociale aspecten van de multiculturele samenleving en de politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten. 
Shervin Nekuee, die zijn sporen verdiende zowel in activistische als academische kringen, is curator en programmamaker van het Winternachten internationaal literatuur festival den Haag. Daarnaast is hij artistiek leider van het Mystic Festival Rotterdam, een festival met poëzie, muziek, storytelling en dansrituelen uit de mystieke islam en verwante mystieke tradities uit de hele wereld. Nekuee is verbonden aan het Grote Midden Oosten Platform dat de kennis en ervaring van in Nederland wonende Midden-Oosten deskundigen bij elkaar brengt voor trainingen, analyses en publicaties.

Spreek de horde tegen met hoffelijkheid

Dankzij mijn liefje en Herman van Veen leerde ik de diepere ziel van dit op het oog afstandelijke land kennen

Zaterdag nam ik mijn dochter Bahar – Perzisch voor lente – naar een voorstelling van Herman van Veen in Carré. Zij is maar acht en de avondvoorstelling, veel te laat voor haar doen. Maar ze had het er voor over. Ze deed haar mooiste jurk aan en ging verheugd met mij mee. Ze laat zich graag door zijn roomzachte melancholische liederen meevoeren. Net als ik koestert zij zijn stem en zijn levenslied, waarin ook ik een dieper gelaat van Nederland terug herken. Met de stem en de liederen van Herman van Veen werd ik ingewijd in de intimiteit van de Nederlandse taal.

Ik was pas negen maanden in Nederland toen ik op een mistige en waterkoude novembermand in 1989, verliefd werd op een oer-Hollandse meid. Gezonde appelwangen, blond haar en blauwgrijze ogen, afkomstig uit een trouw, eerlijk en hardwerkend nest in een vredig dorp vlakbij Utrecht. Binnen no time was ik omarmd door haar familie. Ik hoorde er gewoon bij.

Maar zo gewoon was Nederland niet voor mij. Ik was niet thuis in de taal die ik aarzelend, mechanisch en functioneel beheerste. Mijn studieboeken waren veelal in het Engels, en het proza van de Nederlandse sociologen kende in zijn zakelijke, houterige toon en het gebrek aan metaforen zijn weerga niet. Nee, mijn studie sociologie bood geen enkele ingang tot de emotionele en esthetische ziel van Nederland. Mijn toenmalige Nederlands liefje en haar familie hadden de deuren van hun huizen en harten weliswaar opengesteld, maar veel woorden hadden ze niet in hun cultuur van niet lullen maar poetsen. Mijn vriendin las veel, maar meeslepende poëzie kwam ik in haar boekenkast niet tegen. Door het hele huis klonk wel de melancholische, sensitieve en een zekere verlegenheid van Herman van Veen.

“Als liefde zoveel jaren kan duren, dan moet het echt wel liefde zijn. Ondanks de vele kille uren, de domme fouten en de pijn… “, mijn vriendin was er dol op, en dankzij haar en Herman leerde ik de diepere ziel van dit op het oog afstandelijke land kennen. Dat hij zoveel mensen van alle rangen, standen en kleuren kan ontroeren, ligt een belofte besloten: dat hoffelijkheid en verstilling terug kan keren in Nederland.

Oosterlingen omschrijven Europa – Noordwest-Europa om precies te zijn – veelal als kil, gevoelloos en afstandelijk als we onszelf een zekere superioriteit willen toe-eigenen. Zoals ook West-Europeanen Oosterse culturen vaak als hysterisch duiden om hun eigen grondhouding te verheerlijken. Toen ik verliefd werd, omringd en omarmd door mijn nieuwe Hollandse familie, kon ik mij niet meer permitteren om zó oppervlakkig over Nederland te oordelen. Ik ervoer Nederland als introvert, bescheiden en stil. Ja, een verlegen volk zelfs, in vergelijking tot de lawaaierige stedelingen van Teheran, waar mijn jeugd zich had afgespeeld. In het Nederland van toen viel vaak een stilte, waarvan ik de helende schoonheid leerde waarderen, aan de hand genomen door de verlegen stem van Herman van Veen. Verlegen is Nederland allang niet meer, en stilte is een schaars goed geworden in huizen waar de tv in de regel de hele dag aanstaat en de veeleisende alom aanwezige sociale media mensen samen eenzaam maakt. Aangezet door een doorgeschoten democratisering van meningsuiting, zijn we in de klauwen terechtgekomen van gemakzuchtig kwekken en kwetsen. We zijn opjacht van de neiuwe mening en in stress om eigen mening “op tijd” te ventileren.

Niet langer is zo’n bedachtzaam verlegen stem als die van Herman van Veen oriëntatiepunt van deze samenleving. Politici die het lef heeft om te beledigen, schreeuwlelijke showmasters en websites die scheldkanonnen durven in te zetten, lieten Nederland een mentale metamorfose ondergaan in de afgelopen kwart eeuw dat ik hier woon. Herman weet er inmiddels alles van. De held van het verlegen Holland kreeg precies vijf jaar geleden de wind van voren toen hij nieuwe held Wilders in twijfel trok. Toen kwam het ware en schrikbarende gezicht van de nieuwe macht aan het licht. Een macht in handen van de razende massa. Een massa die toen op aangeven van de website GeenStijl het virtuele gastenboek van Herman van Veen ‘volkakte’, zoals de letterlijke opdracht van GeenStijl aan zijn lezers klonk. Misschien is GeenStijl morgen zelf doelwit van een virtuele bestorming door de razende massa. Of Wilders. We hebben een mondige massa op drift. Het lijkt erop dat de schreeuwlelijke Veronica-dj’s van weleer (toen nog een verrassend interessante uitzondering) inmiddels onze norm zijn geworden.

Of heeft de consumptiemaatschappij met de daaruit voortvloeiende experience economy ons werkelijk doen geloven dat ieder van ons in potentie bijzonder is (want de klant is koning, nietwaar)? Zonder iets te melden te hebben, mogen we het woord nemen, omdat onze mening even waar is als die van ieder ander. Erger nog: het ondoordachte woord dan ook vooral als zweep op de ander neer te laten komen, omdat in het marktdenken vooruitgang immers gebaat is bij keiharde competitie. Of ligt het aan de politieke ideologische crisis, die een generatie nietszeggende politici heeft opgeleverd? Politici die bij gebrek aan vergezichten en diepere politiek filosofische ideeën maar al te graag willen luisteren naar de mensen in de wijken en de daarbij behorende mondigheidscultus. Ik weet het niet. Waar de tirannie van kwantiteit – bezoekersaantallen, lezersstemmen, kijk-, luister- en verkoopcijfers – doorslaggevend wordt voor alle kwalificaties, zie ik ook intellectuelen bezoedeld worden met entrepreneur-ethos en makelaarsmentaliteit. Ze nemen poolshoogte van de samenleving en surfen mee op de golven die komen. De nieuwe koning heet massa, en zijn hofnar is de denker, de schrijver, de filosoof. Een amusementsitem voor de mondige massa. Wie in de waan van de macht leeft, is geneigd om machtig zijn te verwarren met gelijk hebben. Daarom treffen we in de geschiedenis vaak alleenheersers die lui en gemakzuchtig in hun denken zijn. Bruut en genadeloos in hun woorden en daden. Een op drift geraakt volk dat het angstzweet ruikt bij haar elite en door haar intellectuelen niet wordt tegengesproken, waant zich als machtigste en zal steeds meer toegeven aan de drang een mening te uiten, te zeggen wat ze denkt, haar stem te laten horen. De verbale gemakzucht van een horde die niet krachtig wordt tegengesproken, laat geen ruimte voor doordenken, overwegingen en tijd nemen voor een second thought. Permanent maar wat roepen, van incidentopleving naar incidentopleving leven, brengt het nadenken over de toekomst van de samenleving in het nauw. Erger nog is dat het in zo’n klimaat ontbreekt aan hoffelijkheid. De hoffelijkheid om niet direct terug te ketsen als een mening ons niet bevalt, maar te laten en vaker te zwijgen. De democratisering van de grote mond en de drang om een statement te maken heeft van hoffelijkheid een zwaktebod gemaakt. Maar het is een deugd die we meer dan ooit nodig hebben om de vrede en het geluk te bewaren in ons Babylonische grootstedelijke leven. Het wordt tijd dat al die verlegen en hoffelijke stemmen, zoals die van Herman van Veen, het woord terugeisen en de op drift geraakte horde tegenspreken. Niet omwille van het terugketsen, maar om ruimte te scheppen voor meer stilte en verlegenheid.

Shervin Nekuee is socioloog en publicist


Laatste publicatie van Shervin Nekuee

  • De Perzische Paradox

    Verhalen uit de Islamitische Republiek Iran

    2006


Geef een reactie

Laatste reacties (12)