1.428
48

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Standaard Nederlands is de taal van de macht

Behoorlijk onderwijs in 'standaard Nederlands' als vreemde taal is het antwoord, niet een taalstrijd

Rotterdam is net als alle grote steden van Nederland veeltalig. Dat zal alleen maar toenemen. Daarom zijn er twee bindmiddelen ontstaan. Onder jongeren is een straattaal tot ontwikkeling gekomen met woorden uit de hele wereld, waarmee zij zich onderling verstaanbaar kunnen maken. Daar bestaat een vakterm voor: pidgin. Die straattaal wordt gesproken en niet geschreven. Daarnaast kent Rotterdam het ‘standaard Nederlands’. Dat is de taal van de macht. Die wordt gebruikt in de media, in het bedrijfsleven, bij de gemeente.

Om met hoger geplaatsten te kunnen communiceren, moet je die taal van de macht in woord en geschrifte behoorlijk beheersen. Het is niet de taal van de emotie, niet die van de liefde of van verdriet, maar van de zaken en van het verstand.

Althans voor een groeiend aantal mensen in Nederland. Zij zijn geboren en getogen in een wereld waarin voor verschillende doeleinden en op verschillende plekken verschillende talen worden gebruikt.

Dit is de achtergrond van de campagne die Rotterdam nu voert om jongeren te stimuleren het ‘standaard Nederlands’ behoorlijk te leren.

Dat ‘standaard Nederlands’ is immers de taal van de macht, van het geld, van het maatschappelijk succes. Idealiter weet elke Rotterdammer niet alleen wanneer hij waar en wanneer de juiste toon moet aanslaan maar ook welke taal hij moet gebruiken. Er zijn heel wat plekken en momenten die om zo te zeggen niet geschikt zijn voor standaard Nederlands. Dan kom je met straattaal een stuk verder of met die van je moeder. Dat ligt eraan.

In een democratie die zichzelf serieus neemt, wordt ervoor gezorgd dat alle burgers voldoende kennis van het ‘standaard Nederlands’ bezitten om daadwerkelijk gebruik te kunnen maken van hun rechten. De beste plek om die kennis te verwerven is in het onderwijs – dat voor jongeren én voor volwassenen.

De Rotterdamse wethouder Hugo de Jonge heeft met zijn campagne een groot probleem blootgelegd. Hij stelde in een toelichting vast dat zestig procent van de MBO-leerlingen onvoldoende standaard Nederlands spreken en schrijven om een diploma te kunnen halen. Als het om meer dan de helft van de leerlingen gaat, dan is er iets ernstig mis met het onderwijs in het ‘standaard Nederlands’ zoals dat op de scholen gegeven wordt.

De oorzaak daarvan ligt voor de hand: de methodes gaan nog teveel uit van moedertaalonderwijs terwijl het voor steeds meer leerlingen een vreemde taal is.

Dat is geen probleem. Kinderen kunnen ook een vreemde taal vloeiend leren spreken. Maar dan moet die wel op de juiste manier worden aangeboden.
Het bestrijden van pidgins zoals straattaal, is zinloos. Die roei je niet uit want ze spelen een belangrijke maatschappelijke rol. Ouders die van huis uit een vreemde taal spreken stimuleren om thuis met hun kinderen Nederlands te spreken, is zelfs contraproductief. Het resultaat is dan meestal dat het kind én de moedertaal van huis uit én het Nederlands onvoldoende leert beheersen.

Bovendien betekent het verlies voor de maatschappij: burgers die behalve standaard Nederlands nog een andere vreemde taal vloeiend beheersen, kunnen daar in deze geglobaliseerde wereld veel profijt van hebben.

Ooit stonden Nederlanders bekend om hun kennis van vreemde talen. Dat is tegenwoordig teruggebracht tot enig Engels, maar nu krijgen we op een presenteerblaadje de mogelijkheid aangereikt om dat verlies weer goed te maken.

Behoorlijk onderwijs in ‘standaard Nederlands’ als vreemde taal is het antwoord, niet een taalstrijd.

Toegift:
zo rond 1700 hield de Rotterdamse overheid zich ook al bezig met het disciplineren van de jongeren. Hieronder een stukje uit het boek “Beschrijvinge der stad Rottrdam en eenige omleggende Dorpen” door de bakker Gerard van Spaan. Van Spaan schreef niet het deftig Nederlands van de regenten (de wortel van ons standaard nederlands) maar de taal van het volk, of liever gezegd, hij was nu eens plechtig en dan weer heel volks. Ik geef drie van de categorieën der bevolking die volgens van Spaan in het verbeterhuis terecht konden komen. U komt woorden tegen die naar mijn mening een tweede leven verdienen in de gespierde en creatieve straattaal van Roffa:

Oneerlijke scheuken, straatzwijnen, Beurs-smotsen en zulke plattinnen die gestadig loeren om Messieurs die geld hebben aan haar snoer te krijgen, van den huig te ligten, de beurs te pluizen of van de steen te snijden. Deze verkens (welke der Barbiers stoelen gelijk zijn) werd hier voorgehouden, dat zulk een leeven alzoo slim is, als dat van de Tempelieren of Stadingers, die zonder onderscheid bij malkanderen te kooi gingen en in ’t wild liepen.
Die kroegen en herbergen opschikken als een boere pottebank, pinten en romers slijten, de gasten een schrik op het lijf jagen en dezelve van angst onder stoelen en banken doen kruipen of de keet uit jagen en als dan haar zelf, tot teeken van haar verkregen viktorie , vol en dol komen te zuipen. Dezen werd hier gezegt, dat dronaarts, babbelaars, voddevaars, nergens toe nut, nog van niemant geagt zijn, als mede dat ze wonden zonder oorzaak krijgen en dat zulken lossen ongeboneden Sardanapalis Leven Gode niet behaagt en dat zoo ze haar niet beteren, men haar wat, zoud en brood zoo lang zal spijzigen, tot haar herssens gesloten zijn.

Die es avonds langs de straat vrouwlieden aanranden, ’t mes trekken, langs de straat schrappen, de lantarens en boomen schenden, kruiwagens in ’t water smijten, stoepen en banken om ver rukken, klopdeurtje splen, glazen in smijten, het eenekadulhuis uit en het aner in loopen, de wagt bekruipen, het volk uit de kortegaarde zoeken te jagen of hare drank uitzuipen, alsmede bij nagt zulken geschreeeuw maken, of’t alles vermoord wierd, wat er was. Dezen werd hier wel duidelijk gezegt, dat het veel gezonder is voor elf ueren na bed te gaan en bij tijds op te staan en als dan zijn post en beurt met werken waar te nemen.

Ook ziet U:  er is in Rotterdam niks veranderd.

Het laatste boek van Han van der Horst is: Nederland, de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (48)