315
5

Schrijfster, werkt met kindsoldaten

Ginny Mooy is schrijfster, antropologe, en grafisch ontwerper. Inmiddels woont en werkt Ginny ruim negen jaar in Sierra Leone, waar ze onderzoek doet naar de gevolgen van extreme geweldpleging, reïntegratie van (en de daarmee samenhangende positie van vrouwen) in de naoorlogse samenleving. Ginny volgt in Sierra Leone de lange termijn reïntegratie van voormalig kindsoldaten voor verder onderzoek.

Over haar eerste onderzoek schreef Ginny de roman 'De wil om te doden'. In April 2009 verscheen Ginny’s tweede boek 'Moordjongens'. Een boek voor jongeren vanaf 12 jaar, gebaseerd op waargebeurde verhalen en situaties.

Bekijk ook haar website www.ginnymooy.nl

Sterven voor vrijheid

Hoe het in Egypte ook afloopt, het zal van grote invloed zijn op de Arabische en Afrikaanse volkeren die onder onderdrukkende regimes leven en in Egypte hoop zien op het keren van het tij

Een hevig geëmotioneerde man vertelt live op AlJazeera dat hij het na een week op het Tahrir plein niet meer ziet zitten. Hij weet niet hoe het verder moet nu het Mubarak regime zoveel geweld op de demonstranten loslaat. Een snik volgt. Dan zegt hij, met twijfel in zijn stem. ‘Ik weet niet wat er nu gaat gebeuren. Maar ik denk dat we het kunnen winnen. Ik denk dat we het kunnen volhouden. Wij zijn…zolang er hoop is dat we het kunnen winnen…ben ik bereid mijn leven te geven voor de vrijheid.’

Je leven geven voor vrijheid. Niet het jouwe, maar dat van je volk. Van je familie. Je vrienden. En alle mensen in de straat waar je je jarenlang kapot aan hebt geërgerd. Als hij sterft, sterft hij als held. Een glorieuze dood. Een einde aan een allesbehalve glorieus leven. Want eigenlijk is hij de belichaming van bittere wanhoop. Zal de euforie en de Woodstockachtige sfeer van dinsdag 1 februari op het Tahrir plein de enige vrijheid zijn die hij in zijn leven zal kennen? Deze overpeinzing leeft bij velen die dag en nacht op het plein samen met hem strijden voor die vrijheid. Op Twitter en Facebook laten ze de buitenwacht weten strijdbaar te zijn, maar ook bang. Niet voor de confrontaties met Mubarak’s Baltagiya (gangs), maar om de vrijheid die ze in hun harten voelen, weer te moeten verliezen. 

Hoe het in Egypte ook afloopt, het zal van grote invloed zijn op de Arabische en Afrikaanse volkeren die onder onderdrukkende regimes leven en in Egypte hoop zien op het keren van het tij. De Egyptenaren hebben zich los weten te maken van hun angst. Over de streep getrokken door de overwinning van de Tunesiërs op Ben Ali, trekken ze onvermoeibaar ten strijde tegen de gijzelaar van hun gedachten, hun gevoelens en hun kansen om een goed leven op te bouwen. Afrika en het Midden-Oosten kijken in gespannen afwachting toe. Wat Egypte kan, kunnen zij misschien ook. Maar ook hun leiders zuigen iedere seconde van de Egyptische ‘revolutie’ in zich op. Want als de demonstranten het onderspit delven, geldt voor hen: Wat Mubarak lukt, lukt hen misschien ook. 

Hoewel het allerminst rustig te noemen is in Afrika, heeft het continent het afgelopen decennium toch een grote verandering ondergaan. De tijd dat dictators en autocratische regimes onopgemerkt hun gang konden gaan, is met de moderne communicatiemiddelen voorgoed verleden tijd. Het houdt de brutaliteit enigszins in toom. Binnen vijf minuten kan tegenwoordig immers alles, vergezeld van belastend beeldmateriaal, op internet worden gezet. Regimes die steunen op subsidies en giften van Westerse landen, zijn in deze tijden extra voorzichtig met het zaaien van terreur onder de bevolking. En op internet vinden onderdrukte burgers elkaar, in een vacuüm van digitale vrijheid, waar plannen worden gesmeed om zich ook in het dagelijks te bevrijden van het onderdrukkende juk van hun leiders. 

De informatie die via Twitter en Facebook naar buiten komt over Mubarak’s tactieken om de ‘revolutie’ neer te slaan, is ongekend. Binnen vijf minuten kon de hele wereld achterhalen dat hij ingehuurd tuig inzette om de demonstraties te verstoren, de demonstranten in een kwaad daglicht te stellen en uiteindelijk het moreel onder de strijders zo te verzwakken, dat zij hun revolutie aan de wilgen zouden hangen. Mubarak rekende buiten de kracht van het internet. Maar hoewel de wereld, wakkergeschud en voor het eerst bewust van de werkelijke toedracht, toekijkt hoe de situatie in Egypte zich ontvouwt, weet Mubarak van geen wijken. Hij jaagt met grof geschut een groot deel van het internationale journaille de deur uit.  De Westerse bondgenoten van Mubarak reageerden verontwaardigd, maar kwamen nog steeds niet met de ‘doodsteek’ die in principe alleen zij aan het regime van Mubarak kunnen geven. Tenzij ze een deal hebben dat Mubarak ‘zogenaamd’ uit zichzelf opstapt, is dat een overduidelijke boodschap dat het Westen loyaal is aan hun bondgenoten. Under all circumstances. En dat is cruciaal. Niet alleen voor Egypte, maar ook voor de rest van de wereld. In het bijzonder het Midden Oosten en Afrika. Want stel dat Mubarak onverhoopt niet het onderspit delft. Dan is de boodschap duidelijk: Dictators en autocraten kunnen alles maken. Ook al kijkt de hele wereld toe. Niet via media, maar via burgers die via internet verslag doen. Burgers die dan blijken er helemaal niets toe te doen. En dat is het begin van het einde. Het einde van de vrijheid. De vrijheid van denken, van voelen en de kans om een goed leven op te bouwen. Maar vooral een einde aan de vrijheid in het ‘hart’. Niet alleen van hen, daar, strijdend op het Tahrir plein of in verre Afrikaanse oorden. Maar ook van die van u en mij.

Geef een reactie

Laatste reacties (5)