1.796
9

Hoogleraar Openbare Financiën

Professor Harrie Verbon is econoom en momenteel werkzaam als hoogleraar Openbare Financiën en Sociale Zekerheid aan de Universiteit van Tilburg. Zijn onderzoek behelst onder meer de volgende terreinen: de macroeconomische effecten van vergrijzing, migratie, herverdeling en economische groei, overdrachten tussen generaties (inclusief pensioenen) en verhandelbare emissierechten. Professor Verbon is daarnaast lid van het bestuur van het Rathenau Instituut. Hij was eind jaren '90 lid van de programmacommissie van het CDA, maar heeft inmiddels het lidmaatschap van die partij opgezegd.

Stop de graaiers in het onderwijsbestuur

Om de salarissen van topbestuurders in het hoger onderwijs in te tomen, moet de overheid zelf het toezicht op het bestuur op zich nemen

Als je in De Volkskrant van 20 november het artikel over de (voormalige) bestuurders van hogeschool InHolland hebt gelezen, zou je als ouder je (bijna) studerend kind geen enkele instelling van hoger onderwijs meer durven te adviseren. Als er zulke witteboordencriminelen aan de top zitten, hoe moet het dan wel onder die top zijn?

Dat valt gelukkig wel mee, zeg ik als ervaringsdeskundige, natuurlijk in alle bescheidenheid. Aan de universiteiten en hogescholen van Nederland werken vele ambitieuze, integere en talentvolle onderzoekers en docenten. Zij hebben hart voor hun werk: studenten op een zo goed mogelijke manier opleiden en de wereld verblijden met meer wetenschappelijke kennis.

Het is eigenlijk verrassend dat er nog zulke mensen zijn, want als je op de universiteit en hogescholen een echte grootverdiener met een Balkenende-plus-salaris wil worden moet je bestuurder worden. Er is in het hoger onderwijs nagenoeg geen topbestuurder meer te vinden die minder dan dat salaris (ongeveer 190 duizend euro) verdient. Deze Balkenende-plus-salarissen zijn een besmettelijk verschijnsel: zij beginnen inmiddels ook naar beneden te druppelen in de universitaire organisatie. De bestuurders op lagere niveaus, zoals decanen (de voorzitters van de faculteiten), kunnen nu ook al vaak een buitenparlementaire greep uit de staatskas doen. Voeg daar dan nu ook hoogleraren met ‘bijzondere verdiensten’ aan toe en je ziet een heel circuit van graaiers aan universiteiten en hogescholen voor je.

Hoe is het zo ver gekomen? Waarom spreekt het parlement keer op keer uit dat het salaris van de minister-president het maximum in de publieke sector moet zijn en lappen de bestuurders dat vervolgens aan hun laars? Dat komt door het parlement zelf. Die heeft grote delen van de door de belastingbetaler gefinancierde publieke sector ‘op afstand’ gezet.

Wetenschap en onderwijs gedijen het beste als ze onafhankelijk van de politiek kunnen opereren. Dat is ook zo. Tenminste, als de wetenschappers en docenten het voor het zeggen hebben. Helaas, universiteiten en hogescholen zijn, ook al weer met dank aan de wetgever, steeds meer hiërarchische organisaties geworden waar de bestuurders de dienst uitmaken.

Bovendien bepalen de bestuurders hun vorstelijk salaris zelf met medeweten van de zogenaamde toezichtsorganen. Die organen zijn ingesteld om het bestuur te controleren en zo nodig ter verantwoording te roepen. Ze zijn echter voornamelijk gezelligheidsclubs waarin oude bekenden elkaar tegenkomen en waarin men het vooral met het universiteitsbestuur eens is. De overheid heeft geen invloed op de toezichtsorganen. Dus als die organen niets aan wanbeleid van de bestuurders doen, doet niemand er wat aan. Zie InHolland. Pas als de studenten massaal weglopen of als de kranten vol negatieve publiciteit komen te staan over de instelling, wil het toezichtsorgaan wel eens wakker worden. Zie opnieuw InHolland.

Om de witteboordencriminaliteit van onderwijsbestuurders te stoppen, moet de overheid weer invloed krijgen op het bestuur. Schaf dus al die snurkende toezichtsorganen maar af en laat een echte onafhankelijke toezichthouder de wandel en handel van bestuurders controleren. De Algemene Rekenkamer zou dat bijvoorbeeld heel goed kunnen doen namens het parlement. Maar van mij mag er ook een Autoriteit Hoger Onderwijs (AHO) worden opgericht.

Die AHO moet scherp in de gaten houden of de bestuurders geen belastinggeld verspillen aan zichzelf en aan dure hobby’s. Misschien dat dit het vertrouwen in het hoger onderwijs terug brengt.

Geef een reactie

Laatste reacties (9)